Schrijven als een meisje - Celia Ledoux

Het heeft een paar eeuwen geduurd, maar wij vrouwen mogen nu lezen. Sterker: we mogen schrijven. Als we dat vrouwzijn er maar buiten laten. Typ de woorden “als vrouw” en Reve, Mulisch en Hermans materialiseren in je schrijfkamer. (De alfamannen van de literatuur, noemden Joost De Vries en Christophe Van Gerrewey ze onlangs in de Standaard. En ik maar speuren naar een teken van ironie.) Driedelig in pak, achterovergezakt of meekijkend, van tuttut schuddend, klein mondje en ogenrollend met opgetrokken wenkbrauwen: kindkind, je doet het jezelf aan, hoor.

Sommige schrijfsters zeggen niet als vrouw te schrijven. Bedenkelijk wapenfeit, goeie marketingzet. Schrijf je wel als vrouw, dan krijg je namelijk op je kop.
De anonieme “J De Witte” – stilaan gevoeglijk bekend als Marnix Peeters – fileerde in De Morgen een paar romans. Alleen fileerde hij in het stuk over Lara Taveirne vooral de schrijfster. Haar ogen keken de camera in, haar mond was licht geopend. Daaraan hing J. De Witte een heel verhaal op dat de literaire ernst van Taveirne betwijfelde.

Lezend vroeg ik me af of hij Jan Cremer zo op de korrel had genomen om diens pin-upachtige foto's, van het soort dat ik als tiener waanzinnig interessant vond. Taveirne reageerde en het jonge medium Charlie, dat van “wijvenjournalistiek” onderhand een geuzennaam maakt, hekelde de focus op haar uiterlijk. Vrouwen noemden het schandalig om zo op de vrouw te spelen, en genoeg mannen waren het met hen eens.

Maar in recensies worden vrouwen wel vaker subtiel gepakt op nevenkwesties of schijnproblemen, en wordt de recensent niet op het matje geroepen. Wat bijvoorbeeld van diezelfde J. De Witte zonder commentaar passeerde, was de uitspraak dat vrouwen van middelbare leeftijd wat minder over hun kut mogen schrijven.

Het lid

Mag ik even? ManmanmanThomasMannnogaantoe!
Als de literatuur op iets is gebouwd, dan wel op mannen van middelbare leeftijd die schrijven over hun lid. Als ze het er niet over hebben, hopen ze hem dankzij hun boek uit logeren te sturen. Vind ik dat een probleem? Bij god niet. Dat gebeitel aan monumentjes ter ere van de eigen fallus heeft als idee iets bespottelijks, maar levert scènes op zoals de man die zijn vrouws schaamhaar vreesde in Het Verdriet van België, Giph die zijn erectie op de s p a t i e b a l k legt, de nog snel even in de slaolie gehangen lul in Turks Fruit.

Bordewijk schrijft altijd over seks – die boeken zijn gemetseld met ingehouden testosteron – en ik herinner me niet de titel van zo'n psychedelisch seventiesboek, wel een vreemde seksscène waarin een vrouw vijfhonderd keer een jongetje neukte en daarbij een soort enorme penis groeide. Godlof: weer een verkrachtende man, nu met tieten.
De Nederlandse literatuur kent tientallen spuitende climaxscènes, generaties pubers leerden Engels of Frans op zoek naar de betere porno. Allemaal gelul, om in De Wittes jargon te blijven, en prima literatuur. Zonder literaire masturbatie rest ons alleen Elsschot, en die ging blijkbaar vreemd in 't echt.

Seks

Intussen, soepele heupen en wuivend heur haar, wacht geduldig de fictionele vrouw. Zij komt klaar op commando en zonder morren. Vroeger leerde je seks uit boeken, en laat ik vriendelijk blijven – ik ben per slot Marnix De Witte niet – het is geen wonder dat vrouwen seks hun ding niet vonden. Tegenwoordig leert het internet je seks, en boeken hoogstens liefde. Ook daar ontbreekt het aan vrouwenstemmen. In fictie zijn vrouwen bedroevend uniform – jong, strak, gewillig of tot grote spijt daarin deerlijk missend. In het echt zijn ze ontzettend verscheiden, en een vrouw heeft niet minder of slechter seks omdat ze niet aan die norm voldoet. Vrijwel zeker weet een vrouw van middelbare leeftijd wat een andere vrouw opwindt, aan het lachen maakt of doet stilstaan van herkenning. Beter dan Harry Mulisch wellicht, al zou hij dat zelf vast hebben ontkend. Vreemd genoeg zijn het soms de minder literair gevonden schrijvers, type Geeraerts of King, die hun vrouwenpersonages in alle liefde kleinere kantjes toedichten, met een realistischer, rijker seksleven. Is er dus iets is met vrouwen van middelbare leeftijd en kutten? Jawel: ze zwijgen er begot te veel over.

Brede heupen

Boven de grote rivieren zou het niet voorvallen, mompelde ik, bladerde J. De Witte weg en sloeg een Groene Amsterdammer open. Wil Rouleaux recenseerde er Malina van Ingeborg Bachmann in. De titel noemde haar man-vrouwrelaties “erger” dan die van Elfride Jelinek. Van de roman zelf vond Rouleaux het eerste stuk stuntelig, zwak. Dat mag. Maar de reden. Het ging over mascara en verliefdheid, en naar een man toeleven. Daarna werd het wat beter.

Ik stond paf. Als twintigjarige had ik Malina gelezen. Het was zo'n eye-opener als Kristien Hemmerechts' Brede Heupen een paar jaar voordien. Na alle witte oude mannenliteratuur toonde Hemmerechts dat een vrouwenpersonage een uitgebreide leefwereld kon meekrijgen, seks vanuit haar standpunt beleven. De man was een nevenpersonage, zoals anders de vrouw.

En dat was literatuur!

U vindt dit mogelijk vanzelfsprekend. Het was na al die goedgeschreven zwalpende trutten – die Eline Veres, Anna Kareninas en Tony Buddenbrooks – een bòm.

In Malina schrijft een vrouw inderdaad over mascara en voorbereiding op een date, en die scène is magistraal. Lichtvoetig, trefzeker tot in de kleinste details. Die alledaagsheid is ontroerend, en Bachmann weet de opwinding van passie tegen de diepe eenzaamheid erin uit te spelen. Quasi terloops roept ze er diepgaande vragen bij op.
Als studenten bespraken we Malina in een optionele masterclass Duitse letterkunde. Het was een bijzonder vreemde les. Ik hoorde er het discours van Wil Rouleaux, iets twijfelender en eerlijker, van mijn professor. Het boek had hem geïrriteerd, zei hij. Wat moet je daar nu mee? Hij las met ongeduld in zijn stem zinnen uit de datepassage.
Er was eens een mol. Die recenseerde het boek van een vogel. Al dat futiele getwiet en gefladder, ik vond het maar zozo. Weinig aardegeur, ondergronds gewroet en lekkere vacht. Nog erger dan dat boek van die leeuw vorig jaar!

Aseksueel pseudoniem

De jonge vrouwen in de groep protesteerden. De herkenbaarheid van het boek, de beschrijving. “Dit gaat over alle mannen”, riep er eentje. “Jullie halen echt zulke streken uit”, zei een anders bezadigde medestudente. Een paar mannen kleurden rood, inclusief de professor. Een paar vrouwen lachten. De week daarop bleek Malina afgevoerd.

Vrouwen die schrijven: dat mag. Vrouwen die schrijven over vrouw zijn: dat is blijkbaar nog steeds problematisch. De Bröntes, George Sand en J. K. Rowling werd een mannelijk of aseksueel pseudoniem aangeraden, omdat dat obstakels slecht. Je wordt dan beter ontvangen en gepromoot, vaker gerecenseerd en uitgenodigd.

Waar komt dat idee eigenlijk vandaan, dat een vrouwelijk schrijver groot wild is in uiterlijk, doen en thema's? Een schrijver mag à la Hemingway naar vrouwen verlangen, dronken en kotsend naar huis zwalpen. Dat is literatuur. Wacht je thuis kotsruimend en denk je in de spiegel: als de kinderen op kamers gaan, neem ik lekker een minnaar? Dat vinden de Letteren toch wat minnetjes.
Rum? Ja graag. Mascara? Daar koop je geen Gouden Uil voor. Kindkind, je doet het jezelf aan hoor.

Zijn mannen de norm? Dat kan. Maar vrouwen zijn de lezers.
Schrijfsters zijn al lang kop van jut. Realistischer vrouwen in de literatuur, schrijfsters en “vrouwenthema's” serieus nemen: het ware verfrissend. Zou het de Letteren oneer aan doen? Of zouden Graaf Vronski en Malina's ik-figuur eindelijk goeie literaire seks hebben?

(Celia Ledoux is auteur en columniste.)
 

lees ook