“Mijn ambitie? België nummer 1 op de ranking van holebirechten”

Zaterdag trekken opnieuw tienduizenden holebi's, transgenders en sympathisanten door de straten van Brussel tijdens de PrideParade om feest te vieren en aandacht te vragen voor gelijke kansen. Gelijke Kansen, dat is een van de bevoegdheden van staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA). Ook zij loopt zaterdag mee in de optocht “want de strijd voor holebirechten blijft relevant, ook in ons land”.

“Mevrouw de staatssecretaris zal helemaal in the mood zijn, want ze is net terug van een internationale conferentie over holebirechten”, zo vertrouwt de woordvoerder van Elke Sleurs ons toe bij het maken van de afspraak voor het interview.

En inderdaad, een dag later op haar kabinet komt Elke Sleurs aan met een dossier - stevig onder haar armen – over de IDAHO-bijeenkomst, een conferentie over de strijd tegen homofoob en transfoob geweld die begin deze week plaatsvond in Montenegro. Niet toevallig Montenegro; twee jaar geleden kreeg de eerste Gay Pride daar nog af te rekenen met hevige rellen.

“Er zijn inderdaad nog heel wat landen die het moeilijk hebben om bepaalde rechten voor holebi's en transgenders in te voeren. En er is daar ook een mentaliteitswijziging nodig”, schetst Sleurs. “Op de conferentie in Montenegro hebben we die landen morele steun en politieke druk kunnen geven om daar werk van te maken. De verschillende Balkan-landen hebben daarvoor een verklaring ondertekend.”

“Met de Pride internationaal een signaal geven”

Dat er naar Elke Sleurs werd geluisterd in Montenegro, mag geen twijfel lijden. België is het op één na beste land voor holebi's volgens de Rainbow map, een ranking van de internationale holebikoepel ILGA Europe. Maar toch: ondanks alle verwezenlijkingen blijft de Pride ook bij ons van belang.

“Ik weet dat er mensen zijn die zo'n Pride niet belangrijk vinden, maar ik vind dat we de problematiek blijvend onder de aandacht moet brengen”, stelt Sleurs. “De Pride-optocht krijgt internationaal veel aandacht. Zo kunnen we een signaal geven aan die landen waar het voor holebi's niet zo evident is om met hun geaardheid naar buiten te komen.”

Internationaal onze stempel drukken dus vanuit de hoofdstad van Europa die zaterdag getooid zal zijn met honderden regenbogen. Wat vindt de staatssecretaris dan van het feit dat enkele gemeenten expliciet hebben geweigerd om die regenboogvlag uit te hangen?

“Ik ben niet bevoegd voor gemeentes. Ik heb er hen dan ook niet over aangesproken”, begint de N-VA-politica voorzichtig. “Maar ik denk dat het belangrijk is dat gemeentes signalen geven en dan kan je het betreuren dat bepaalde gemeentebesturen beslissen om de vlag niet uit te hangen. Ik hoop dat ze in hun beleid wel degelijk de rechten van de holebi's hoog in het vaandel dragen”, aldus Sleurs met een (ongewilde?) woordspeling.

“Ook hier nog veel werk”

Er is echter niet alleen de internationale dimensie van de Pride. “Wij doen het als land dan wel goed in de rankings, toch hebben we ook hier nog veel werk”, constateert Sleurs.

Een punt van discussie is bijvoorbeeld nog steeds de uitsluiting van holebi's bij het doneren van bloed. Een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie laat de EU-lidstaten toe om homo’s en biseksuele mannen te weigeren als bloeddonor. Als arts van opleiding vindt ook Elke Sleurs dat veilig bloed prioriteit heeft.

Al is het niet door de kwestie van bloeddonaties dat ons land niet op nummer één staat. Sommige cijfers liegen er niet om: vorig jaar kreeg het Interfederaal Gelijkekansencentrum167 meldingen over discriminatie op grond van seksuele geaardheid, holebiverenigen kaarten nog steeds het geweld tegen homoseksuelen aan en ons land wordt op de vingers getikt voor de Transgenderwet.

Aan dat laatste is staatssecretaris Sleurs alvast aan het sleutelen. “Ik heb een heel groot werk op de plank liggen, samen met de minister van Justitie. Want ondanks dat we tweede staan, hebben we één groot hiaat: de wet van de transseksualiteit. Transgenders die nu hun geslacht willen laten aanpassen op hun identiteitskaart, moeten ook een fysieke verandering ondergaan. Die verplichte sterilisatie halen we uit de wet. Dat is nu nog een werk van komende weken.”

Actieplan tegen volgende Pride

Blind staren op een wetswijziging – wat voor de wetgever relatief gemakkelijk zou moeten zijn – mogen we echter niet doen. Zo eenvoudig zal het voor Elke Sleurs niet zijn om het geweld en de homofobie terug te dringen. Dat beseft de staatssecretaris zelf ook, geeft ze met een instemmend knikje toe.

“Ik denk wel dat belangrijk dat we die Transgenderwet aanpassen. Zo maak je de aanvaardbaarheid groter en maak je duidelijk aan de bevolking en de buitenwereld dat zoiets een belangrijk item is. Geweld is een ander probleem. Holebi's worden daar zeker nog mee geconfronteerd en we scoren hier slecht mee.”

Om dat aan te pakken, werkt het kabinet van Sleurs aan een actieplan. “Een plan met nieuwe accenten: over bestraffing, verzwaring voor bepaalde straffen en sensibilisering”, licht Sleurs toe. “Dat is nu in volle uitrol. Ik werk daarvoor samen met de verschillende niveaus.” Tijdsbestek: binnen enkele maanden. “Tegen de volgende Pride is het plan er zeker”, zo verzekert de staatssecretaris ons.

“Hoop op de eerste plaats in de ranking”

Een wijziging van de Transgenderwet, een plan tegen geweld en blijven nagaan dat de regering blijft werk maken van haar nultolerantie voor homofoob geweld. Dat mogen we de komende vier jaar verwachten van de federaal staatssecretaris voor Gelijke Kansen. Waar Elke Sleurs op het einde van haar mandaat wil staan, vertelt ze u zelf.

Maar eerst zien we de staatssecretaris zaterdag op de twintigste Pride in Brussel. “Ik ga zeker mee!” zegt een vastberaden Elke Sleurs, haast met pretogen.

“Wij hebben vanuit het holebinetwerk van de N-VA altijd een zeer grote delegatie en ik ben al verschillende keren meegegaan als gewoon parlementslid. Nu zal het de eerste keer zijn als staatssecretaris. Ik denk dat het belangrijk is dat ik daar zaterdag aanwezig ben.” Al zal het geen in regenboogvlaggen dansende Elke Sleurs zijn, dat voegt de staatssecretaris er toch nog met een enigszins strenge lach aan toe. Een “Helfie” zullen we daarentegen wellicht wel zien.