Bluesmeester en zijn geliefde Lucille

B.B. King was een van meest getalenteerde en gevierde bluesartiesten van de 20e eeuw. Met zijn gitaar Lucille gaf hij tot op hoge leeftijd meer dan 100 optredens per jaar. Met zijn muziek was hij een voorbeeld voor veel jonge artiesten.
AP2002

Op 16 september 1925 wordt Riley Ben King, beter bekend als B.B.King, geboren op een katoenplantage in de Amerikaanse staat Mississippi. Hij werkt er een groot deel van zijn jeugd samen met zijn moeder en grootmoeder. Voor elke 45 kilogram katoen krijgt hij 35 cent betaald.

King raakt er in de ban van zwarte muzikanten als T-Bone Walker en Lonnie Johnson, en van jazzartiesten als Django Reinhardt. Zelf ontwikkelt hij zijn muzikaal talent in de kerk bij het zingen van gospel.

Op zijn 21e trekt King naar Memphis, Tennessee, waar hij zijn gitaartechnieken verfijnt met de hulp van zijn neef, country- en bluesgitarist Bukka White. King begint zijn nummers live op de radio te brengen. Hij krijgt daarvoor een forum op een radiostation dat er prat op gaat enkel zwarte muziek te draaien, wat heel uniek is in die jaren.

AP2001

King gebruikt The Pepticon Boy als artiestennaam, wat Beale Street Blues Boy wordt en later afgekort wordt tot Blues Boy, wat uiteindelijk resulteert in B.B.

King is, naar eigen zeggen, zot van Frank Sinatra. Elke avond voor hij gaat slapen, draait hij het Sinatra-album “In the wee small hours”. Hij is Sinatra dankbaar dat hij ervoor heeft gezorgd dat zwarte muzikanten ook toegang krijgen tot plaatsen waar alleen blanken mogen optreden. Tijdens de jaren 60 krijgt Sinatra ook B.B.King binnen in de grote zalen in Las Vegas.

AP1999

Twee mannen vechten om Lucille

De liefde van B.B voor zijn gitaren is groot. Zo krijgt een gitaar zelfs de naam Lucille. Het is een Gibson, waar sinds 1982 zoveel aanpassingen aan gebeurd zijn op aanraden van King, dat de gitaar voluit Gibson B.B. King Lucille heet.

In de winter van 1949 speelt King een concert in Arkansas. Omdat het winter is en koud wordt de zaal verwarmd door een vat met kerosine. Tijdens de show beginnen twee mannen te vechten, ze stoten het vat om en het duurt niet lang of de zaal staat in lichterlaaie. Iedereen wordt geëvacueerd, maar King rent weer naar binnen om zijn gitaar te redden. Er vallen doden bij de brand. Later hoort hij dat de twee mannen vochten om een vrouw: Lucille.

Uit het voorval trekt hij twee lessen: 1. Vecht nooit om een vrouw en 2. Ren nooit een brandend gebouw binnen om een gitaar te redden.

King is een van de meest getalenteerde en gevierde bluesartiesten van de 20e eeuw. Hij heeft meer dan 90-100 albums opgenomen. Zijn bekendste hit is waarschijnlijk “The thrill is gone” uit 1970. In 1980 wordt hij toegevoegd aan de Blues Hall of Fame en in 1987 aan de Rock and Roll Hall of Fame.

Volgens het magazine Rolling Stone staat B.B.King op de zesde plaats van grootste gitaristen aller tijden, na onder meer Jimi Hendrix en Duane Allman.

"Sweet home Chicago" met Obama

Ook op privévlak zit King niet stil. Hij is twee keer getrouwd, heeft 15 kinderen en meer dan 50 kleinkinderen. In 1990 wordt ontdekt dat King diabetisch is. Sindsdien houdt hij er een gezonde levensstijl op na. Hij drinkt niet, rookt niet en eet vegetarisch. Hij heeft ook een pilotendiploma.

Vanaf 1988 krijgt hij er ook een nieuwe schare jonge fans bij dankzij het nummer “When love comes to town”, een samenwerking met de Ierse band U2. King doet ook enkele gastoptredens in populaire tv-programma’s als “The Cosby show”, “The fresh prince of Bel-Air” en “Married with children”.

In februari 2012 slaagt hij erin om op een bluesavond in het Witte Huis de Amerikaanse president Barack Obama te verleiden tot het meezingen van de bluesklassieker “Sweet home Chicago”. De beelden gaan de wereld rond.

En ook op latere leeftijd blijft de man een podiumbeest. Als 87-jarige geeft hij nog 100 shows per jaar. In een periode van 64 jaar heeft hij ongeveer zo’n 15.000 keer opgetreden. In de zomer van 2012 staat hij de laatste keer op het podium in België, op het Bluesfestival in Peer. Er begint wat sleet op te komen, hij speelt een nummer drie keer. Het publiek merkt het op, vindt het een beetje vreemd, maar laat niets merken en geniet.

2012 AP

Meer nieuws