Lippendienst aan de taxshift - Ivan De Vadder

De Rerum Novarum en de 1ste mei, het zijn allebei feestdagen van de arbeidersbeweging. De geschiedenis loopt gelijk, maar de kleuren zijn anders, en de boodschap ook. Tijdens toespraken tijdens de 1ste mei was het bijna gênant hoe Groen werd opgevrijd door de socialisten, met een concreet aanzoek door Freya Van Den Bossche en als toetje het aanbod van Kathleen van Brempt om in Antwerpen de voormalige voorzitter van Groen, Wouter Van Besien, meteen te bombarderen tot de lijsttrekker van een mogelijk roodgroen kartel.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het was alleen wachten op de afwijzing door Groen, die ook ogenblikkelijk volgde. ‘Niet nu’, klonk het Groenvoorzitster Almaci. En ze voegde er ook aan toe dat ‘voor Groen 1 mei gaat over jobs, stress op het werk, het voorkomen van burn-outs.’ Waarop de socialisten dan weer verongelijkt konden doen over de afwijzing. Het gaf de PVDA de kans om zijn pleidooi voor een dertigurige werkweek in de markt zetten.

Liefst voor de zomer

Bij de christendemocratische arbeidersbeweging geen toenaderingspogingen tot andere partijen of bewegingen; maar wel een stevig pleidooi voor de taxshift. En een stekelige houding tegenover de regering Michel. Marc Leemans, de topman van de christelijke vakbond ACV, neemt de indexsprong, de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar of lagere minimumlonen voor jongeren op de korrel. En hij hekelt het verschil in aanpak. ‘Voor de indexsprong of pensioenleeftijd niet snel genoeg kon gaan’. En dus wil het ACV dat er zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een taxshift. Liefst nog voor de zomer.

Voor de rest is het standpunt van de arbeidersbeweging bekend. Er moet een faire bijdrage van de vermogenden komen om op die manier de druk op arbeid te verlichten. Met de boutade ‘een euro is een euro’ zegt Marc Leemans dat alle inkomsten op een vergelijkbare manier zouden moeten worden belast. Bovendien moet met de opbrengst van een taxshift de koopkracht van de mensen verhoogd worden, en niet zozeer de concurrentiekracht van de bedrijven. Onlangs hield het Verbond van Belgische Ondernemingen nog een pleidooi om de opbrengt van de taxshift volledig te spenderen aan het verbeteren van de concurrentiekracht van de bedrijven, en pas in een latere fase ook de koopkracht van de werknemers te verhogen.

Op de rem

Maar het viel dus vooral hoe de christelijke arbeidersbeweging vaart wil zetten achter de taxshift. Een pleidooi voor snelheid dat, nog voor het werd uitgesproken, al meteen werd afgezwakt door de politici, van alle strekkingen. In De Standaard zegt Servais Verherstraeten, fractieleider in de Kamer én lid van Beweging.net: ‘We móéten tot een akkoord komen, maar een groot ACW'er - wijlen Jean-Luc Dehaene - heeft mij geleerd om nooit deadlines te stellen, dus ik ga dat nu ook niet doen. Het resultaat is het belangrijkste.’

De bevoegde minister van Financiën, Johan Van Overtveldt van N-VA, laat in de Kamer verstaan dat een akkoord over de taxshift voor de zomer ‘wel wenselijk is’, maar ‘het zal echter afhangen van hoe de regeringsgesprekken hierover verlopen.’ Hij voegt er fijntjes aan toe: ‘ Substantie primeert op timing.’ Dezelfde boodschap bij Gwendolyn Rutten, voorzitter van Open Vld. In Villa Politica zegt zij: ‘We moeten er rustig over nadenken. Voor de zomer lijkt me een mooie deadline, maar het is in de politiek niet verstandig om met deadlines te werken, dus als het na de zomer is, ook goed.'

Broekzak-vestzak

Rutten is niet enthousiast over zo’n taxshift. Zij noemt het een broekzak-vestzak-operatie, om iedereen duidelijk te maken dat er geen sprake is van hogere belastingen. Het moet gaan om een verschuiving van lasten, waarbij je met de ene hand geeft wat je met de andere hand neemt. De eerste doelstelling van een liberale regering moet zijn om de belastingen in het algemeen te verlagen, zegt Rutten, en de staatsuitgaven te verminderen.

Rutten geeft meteen het voorbeeld van de NMBS. Daarvoor heeft de federale overheid elk jaar 3,6 miljard euro veil. Wie op die uitgave kan besparen, maakt middelen vrij om de lasten op arbeid te verlagen. Het plaatst het plan van spoorbaas Jo Cornu om de Belgische spoorwegen te vergelijken met de belangrijkste Europese spoorbedrijven – een benchmarkstudie, heet dat dan- meteen in een bijzondere context. De vakbonden reageren meteen gepikeerd, en dreigen opnieuw met acties, misschien zelfs met stakingen.

Sociale zekerheid

Ook Hendrik Vuye, fractieleider voor N-VA in de Kamer, wil dat er in de eerste plaats verder bespaard wordt op het overheidsapparaat. Hij benadrukt in de podcast ‘Het kibbelkabinet’ dat de taxshift een zeer moeilijke technische operatie is, die niet in een paar weken tijd kan worden uitgewerkt. ‘Voor de zomer kan dat maximaal in de grote lijnen zijn, maar die concreet uitwerken in wetsontwerpen, dat is een werk dat meerdere jaren zal duren.’

Vuye pleit er dan ook voor om de tijd te nemen om zo’n taxshift grondig uit te werken. En tijdens die periode moet er volgens de N-VA in de eerste plaats kijken waar verder bespaard kan worden op de werking van het staatsapparaat. ‘En dan denk ik bijvoorbeeld aan de sociale zekerheid’, zegt Vuye. Een pleidooi dat naadloos aansluit bij dat van Zuhal Demir die de werking van de vakbonden wil bekijken bij het uitbetalen van de werkloosheidsuitkeringen.

NIMBY

De politici zijn dus veel behoedzamer over de timing van een mogelijke taxshift, ondanks het pleidooi van de christelijke arbeidersbeweging. En dan duikt bij deze discussie altijd dat ene cijfer op. Volgens de pleitbezorgers (vakbonden, CD&V , Sp.a en Groen) van een taxshift met een vermogenswinstbelasting zou ‘meer dan 80% van de Vlamingen achter zo’n belasting staan.’

Daarom hebben we in de meest recente peiling van VRT/De Standaard–de veertigste al in haar soort- aan ongeveer 1.000 Vlamingen de vraag gesteld of ze voor of tegen één van de volgende maatregelen zouden zijn: een verhoging van de BTW, een veralgemeende kilometerheffing en een vermogenswinstbelasting. De drie maatregelen zijn concrete uitwerkingen van het principe van de taxshift waarbij een deel van de lasten op arbeid vervangen zou worden door taksen voor verbruikers, vervuilers of vermogenden.
Een verhoging van de BTW zal iedereen raken, denkt u, en dus pleit nauwelijks 6% onder u voor zo’n verhoging. Een veralgemeende kilometerheffing raakt vooral automobilisten, en dus kiest al bijna 30% voor zo’n taks. Maar nauwelijks iemand vindt zichzelf écht vermogend, en dus stijgt de steun voor een vermogenswinstbelasting tot 42%. Voor alle duidelijkheid, 33% van de ondervraagde Vlamingen is tegen een vermogenswinstbelasting, terwijl 23% niet voor is of tegen.

Het resultaat van de peiling zal u niet verbazen. Hoe meer de ondervraagde Vlaming denkt dat iemand anders de factuur zal betalen, hoe meer hij pleit voor die taks. Dit is de fiscale variant van het NIMBY-syndroom (Not In My BackYard, of Niet in mijn achtertuin). ‘Een euro mag dan een euro zijn’, maar eigenlijk kiest de ondervraagde Vlaming in de eerste plaats voor zijn eigen portemonnee. Net zoals de politieke partijen in deze discussie vooral hun ideologische fundamenten opzoeken. Zoals ik al zei, deze taxshift zou wel het BHV van deze regering kunnen worden.

 

(Ivan De Vadder is Wetstraatwatcher.)