Meer dan 700 bootvluchtelingen komen aan in Indonesië

Meer dan 700 bootvluchtelingen zijn na een wekenlange reis op zee aangekomen in Indonesië. Ze werden gered door vissersboten, nadat Maleisië hen de toegang had ontzegd en opnieuw de zee had opgestuurd. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon roept de Zuidoost-Aziatische landen op om de grenzen open te houden voor het kwetsbare Rohingya-volk.

Duizenden mensen dobberen momenteel rond op de Andamanse Zee. De vele vluchtelingen, van de Rohingya-minderheid in Myanmar, zijn op de vlucht voor armoede of voor vervolging. Zo'n 2.000 van hun lotgenoten zijn de afgelopen dagen aangekomen in Maleisië en Indonesië, maar beide landen hebben de vluchtelingenstroom intussen een halt toegeroepen.

Vissersboten hebben vandaag echter twee boten naar de Indonesische provincie Atjeh gebracht. De grootste boot had bijna 700 mensen aan boord en was aan het zinken. "Enkele vluchtelingen zeiden dat ze al dagenlang op zee ronddobberden. Maleisische autoriteiten hadden hun boot al terug de zee opgestuurd", aldus een lokale politiechef.

De Thaise autoriteiten hebben daarnaast nog 106 mensen gevonden op een klein eiland in de provincie Phang Nga. "Het is niet duidelijk hoe ze op het eiland zijn terechtgekomen", aldus provinciegouverneur Prayoon Rattanasenee.

Ban Ki-moon

De bootvluchtelingen maken deel uit van het Rohingya-­volk, een staatloze moslimminderheid. Volgens de Verenigde Naties gaat het om een van de meest vervolgde bevolkingsgroepen ter wereld. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon laat intussen weten dat hij gehoord heeft dat verschillende Zuidoost-Aziatische landen de boten met vluchtelingen weigeren. In een verklaring maande hij de landen aan om hun grenzen open te houden voor de kwetsbare mensen in nood. 

De Maleisische politicus Wan Junaidi Jaafar blijft echter achter het standpunt van zijn land staan. "We zijn erg vriendelijk geweest voor de mensen die onze grens overstaken. We hebben hen menselijk behandeld, maar we kunnen de stroom niet meer aan. We moeten de juiste boodschap sturen, en dat is dat ze niet welkom zijn hier."

De Thaise premier Prayuth Chan-ocha zei dan weer dat zijn land het financieel niet aankan om vluchtelingen op te vangen. "Er is geen budget om iedereen toe te laten." Op de vraag waar de vluchtelingen dan wel naartoe moeten, heeft de man nochtans geen antwoord: "Niemand wil hen."