De Lijn vreest versplintering van het aanbod

De Lijn staat open voor dialoog met de gemeenten, maar vreest voor versplintering als de gemeenten zelf zouden moeten instaan voor het openbaar vervoer.

"Ik weet dat burgemeesters op zoek zijn naar manieren om een grotere impact te hebben op De Lijn. Wij staan ervoor open om te zoeken naar oplossingen waardoor ze beter aan hun trekken komen", zegt Roger Kesteloot, de directeur-generaal van De Lijn.

"Ik betwist niet dat in veel gevallen de lokale besturen een beter zicht hebben op de noden aan openbaar vervoer op hun grondgebied, maar dat wil niet zeggen dat je ook een goed en sterk werkend openbaar vervoersnetwerk kunt uitbouwen."

"Bovenlokale kijk is belangrijk"

Kesteloot wijst erop dat uit een vergelijkende studie met andere Europese landen blijkt dat de overkoepelende rol die De Lijn speelt in Vlaanderen een groot pluspunt blijkt. "Heel veel van wat wij doen gaat over verschillende gemeenten, wij verbinden kernen met elkaar. Daar is de bovenlokale kijk van belang om ervoor te zorgen dat de reiziger centraal blijft staan", zegt hij in "Hautekiet" op Radio 1.

"Ik hou in ieder geval mijn hart vast als ik lees dat het voorstel inhoudt om Vlaanderen op te delen in een 20-tal regio's. Dan denk ik dat het risico op versplintering groot is en dat je alle voordelen die De Lijn biedt, riskeert kwijt te spelen", zegt hij. Hij verwijst hier naar de voordelen die De Lijn haalt uit schaalvergroting, het wegnemen van coördinatieproblemen en één tariefsysteem.

Hij wijst erop dat sommige voorstellen van burgers of lokale besturen niet realiseerbaar zijn, omdat ze financieel niet haalbaar zijn. Ook de ruimtelijke ordening speelt De Lijn soms parten bij het uitwerken van een efficiënt traject.