Haat en liefde voor het Songfestival - Michel Follet

Ooit was hij fan, maar nu heeft hij heel veel twijfels over het jaarlijks weerkerende spektakel van Songfestival. Michel Follet: "Het is niet eens meer een liefde-haatverhouding – was het dat nog maar – het is een ontembare drang naar nostalgie die nooit meer terugkomt."
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

“It was a wonderful show.” Volgende zaterdag weerklinkt die boutade weer in alle toonaarden en tongvallen. Eerst moet het kaf van het koren in twee halve finales. Al garandeert dat geen kwaliteitsvolle finale. De driekoppige draak die het Songfestival door de jaren heen werd, overwoekert de komende tv-week.

Ik kijk al jaren nauwelijks meer. Toch surf ik iedere dag naar de erg verzorgde en rijk gedocumenteerde Vlaamse songfestivalsite eurosong.be en bevoorraad me van de nodige weetjes. Ik beluister ook alle inzendingen vooraf (bewust zonder beeld), maar hooguit een vijftal liedjes hou ik uit tot de laatste noot. En ik maak nog elk jaar een radioprogramma in de aanloop naar de Songfestivalfinale.

Het is niet eens meer een liefde-haatverhouding – was het dat nog maar – het is een ontembare drang naar nostalgie die nooit meer terugkomt.

Het is makkelijk om het Songfestival af te doen als een europudding die al lang over zijn houdbaarheidsdatum heen is. Dat was het al midden jaren tachtig. En wellicht zelfs al in de jaren zeventig. Maar toen regeerde onschuld en was variété nog geen scheldwoord. Luxemburg stuurde ooit een liedje als “Le Papa Pingouin” (Sophie & Magaly 1980) en we zagen er de humor van in. Toen Ierland in 2008 een mislukte muppet in de arena stuurde, ‘Dustin The Turkey’, hadden we alleen nog plaatsvervangende schaamte.

Het Songfestival is al geruime tijd een sketchprogramma waar ieder land vroeg of laat een karikatuur van zichzelf maakt. Ierland met zeven overwinningen (waaronder een handvol meer dan behoorlijke liedjes) moet ten einde raad geweest zijn, toen het kakelend pluimvee als geschikte kandidaat werd afgevaardigd. Nederland koos vijf jaar geleden voor Sieneke aan een groot draaiorgel, Rusland in 2012 voor zes oma’s in klederdracht. Wij gaan ook niet vrijuit. Of zijn we Ishtar al vergeten? En zelfs Axel Hirsoux? Heel af en toe levert het stemmen op. De enige keer dat een – wat heet – (hard)rocknummer won op het Songfestival, was er ook een verkleedpartij nodig om Lordi aan twaalf punten te helpen van mensen die wellicht nog nooit van Slipknot gehoord hadden.

Tomorrowland van de televisie

Al doet het Songfestival hopeloos moeite om eigentijds te ogen, het blijft de hoogmis van de variété. Pop en rock kunnen er niets komen doen. Af en toe stuurt een land een surrogaat Coldplay of een blauwdrukje van een beproefde danshit, maar dat levert hooguit een grijze plek op in de finale. Er deden wel al enkele rockbands mee: Katrina & The Waves won in 1997 voor Engeland, maar met een hoogst ongevaarlijke en gelikte meezinger (“Love Shine a Light”) en de rockchick van Nederland, Anouk, wist heel goed wat ze deed drie jaar geleden door met een atypisch sprookjesachtig nummer aan te treden.

“Birds” is veruit het mooiste lied uit de voorbije Songfestivaljaren, maar ondanks de donkere ondertoon kon het zo op de aftiteling van een Disneyfilm. Abba mag dan de patroonheilige van het Songfestival zijn, “Waterloo” was niet zo vernieuwend als het leek in 74. De dirigent met Napoleonhoed en Björn met glamrockgitaar maakten duidelijk dat “Waterloo” meer neigde naar vrolijk amusement dan pop. Abba maakte na hun overwinning véél ingenieuzere popmuziek.

Iedere editie wordt de jongste jaren wel even opgeschrikt door een belabberde heavymetal- of punkinzending, maar het doet het Songfestival meer kwaad dan goed. Veel kijkers zijn dat allegaartje beu en snakken naar meer authenticiteit en muzikaliteit. Maar tegelijkertijd wil het Songfestival de grootste party van het jaar zijn. Een Tomorrowland van de televisie met een gigantisch podium, alle kleuren van de regenboog en duizelingwekkende camerabewegingen.

Nottet?

De beeldregie is belangrijker dan het lied. Kleding, gimmicks, vuurwerk en grote verdwijn-verschijntrucs moeten camoufleren dat het liedje al na één minuut verveelt. Bij Conchita Wurst waren vorig jaar alle ingrediënten aanwezig. Ze won. Niet ten onrechte. Het lied had grandeur, hij/zij zong toonvast en al had ik het moeilijk met zijn/haar maskerade – Conchita stond er. Ik zag liever het lied van The Common Linnets winnen, maar in alle eerlijkheid: als Conchita de extravagante lookalike van Shirley Bassey was, deden Ilse & Waylon erg goed hun best om voor één avond Johnny Cash & June Carter te zijn. In beide gevallen: vakkundig variété.

Moeten wij Stromae en Hooverphonic sturen om voor één jaar tot de besten van de klas te horen? De Britse boysband Blue en Bonnie Tyler zullen het hen ongetwijfeld afraden. En de goede resultaten voor België van het folkliedje van Urban Trad en het kampvuurnummer van Tom Dice kon niemand vooraf inschatten.

Onze inzending dit jaar, “Rhythm Inside” van Loïc Nottet , laat me volstrekt onverschillig. Nottet zingt krampachtig, heeft geen mooi stemtimbre en het lied houdt me op geen enkel moment in de greep. Maar mijn oren zijn duidelijk al jaren op zoek naar wat anders. Vier jaar geleden stuurde de RTBF de mooiste Belgische inzending in jaren. Ik vond “With Love” van Witlof Bay ingenieus, opzwepend, origineel en virtuoos gezongen. Ik beluister het nog elke keer met plezier omdat de knappe melodie in drie minuten tijd optimaal wordt uitgespeeld. Maar de doorsnee Songfestivalfanaat spuwde “With Love” uit. Te artistiek, te ouderwets. Witlof Bay haalde nipt de finale niet. Het zou me daarom niet verwonderen dat Loïc Nottet zaterdag wél bij de elitetroepen zit.

De muziek is bijzaak

Zodra het scorebord begint op te tellen, zit ik overigens wel voor mijn televisie. Dan herleeft een beetje het Songfestival van toen: de misverstanden, aarzelende stiltes, de gastpresentatoren die zich geen houding weten te geven of in hun dertig seconden schermtijd een stuntelig grapje uitlokken. Het huiselijke, het aandoenlijke, het riskante dat het Songfestival nu zo mist, is dan even terug. Maar niet voor lang.

Als de winnaar zaterdagavond rond middernacht bekend wordt gemaakt in een mijnenveld van vuurwerk, grommen we ongetwijfeld weer dat België te weinig punten kreeg en dat het winnende lied de volgende dag vergeten zal zijn. Want het Songfestival is alleen nog maar “a wonderful show”. De muziek is bijzaak.

Overigens: prachtige stad, Wenen. Als het Songfestival u op het idee brengt om een citytrip naar Vienna te boeken, heeft het toch zijn nut gehad. En gun u zelf de wandeling van de filmklassieker “The Third Man” (1949) die u tot in de riolen van Wenen brengt. Een citerspeler zit in een nis het wonderlijke thema van Anton Karas te tokkelen. Een evergreen die geen Songfestival nodig had om na meer dan 65 jaar nog altijd vanaf de eerste noot te ontroeren. 

(Michel Follet is radiomaker, filmkenner en liefhebber van het Vlaamse lied.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.