Mars voor "Jerusalem Day" door straten van Oude Stad

Gisteren werd in Jeruzalem "Jerusalem Day" gevierd. De dag die de hereniging van de stad moet celebreren. Dat terwijl de internationale gemeenschap dat "ééngemaakte" Jeruzalem nog altijd niet erkent (de stad kreeg in 1947 van de VN een internationale status toegewezen, het zogenoemde corpus separatum nvdr).

"Jerusalem Day" gaat terug op de "herovering" van de stad op de Jordaniërs in 1967. Israël beschouwt Jeruzalem in zijn geheel als hoofdstad, maar de internationale gemeenschap spreekt van bezet/geannexeerd Oost- Jeruzalem. En voor de Palestijnen is Oost-Jeruzalem de hoofdstad van het toekomstige Palestina.

"Jerusalem Day" valt dit jaar twee dagen na de Nakba, de dag waarop de Palestijnen de verdrijving herdenken uit hun dorpen en huizen; de dag waarop ze weggejaagd werden uit hun thuisland en voortaan als vluchtelingen door het leven moesten gaan.

De Nakba of Catastrofe vond plaats in 1948, de hereniging van Jeruzalem in 1967, maar beide gebeurtenissen zitten diep in het geheugen van zowel de Palestijnen als de Israëli’s gegrift. De jaarlijkse herdenking/viering van de feiten laat niet toe dat de wonden helen en maakt samenleven bijzonder moeilijk.

Petitie

Op "Jerusalem Day" worden alle Israëlische vlaggen van stal gehaald en wordt er gemarcheerd, gedanst, geschreeuwd. De mars trekt door de straten van de Oude Stad, die tot 1967 onder Jordaans bewind viel. Ze moet de blijde intrede van de Israëli’s in de Oude Stad glorifiëren, maar wordt elk jaar brutaler, gewelddadiger en racistischer.

Twee linkse Israëlische ngo’s hebben dit jaar een petitie ingediend bij het Hooggerechtshof om de route van de mars te veranderen en om zo de druk wat van de ketel te halen. De ngo’s klagen in die petitie de wantoestanden aan die al jaren plaatsvinden tijdens ‘de mars van de vlaggen ‘ door de Oude Stad. Die loopt namelijk dwars door de Arabische wijk en veroorzaakt elk jaar problemen.

De mars is provocerend en racistisch. De Israëli’s marcheren allesbehalve vreedzaam. Ze zwaaien niet alleen met de Israëlische vlag, maar scanderen ook leuzen als "dood aan de Arabieren" en schrikken er niet voor terug één en ander op hun pad naar de Klaagmuur te beschadigen. Maar het Hof oordeelde begin vorige week dat de petitie niet gegrond was.

Positieve noot

De linkse ngo’s hebben wel kunnen bereiken dat het Hooggerechtshof de kreet "dood aan de Arabieren" niet langer duldt en voortaan een nultolerantie hanteert. Het is van mening dat het een directe belediging aan het adres van God is en dat diegenen die zich bezondigen aan dat soort van uitlatingen, moeten worden gearresteerd en gestraft.

De honderden politieagenten die gisteren moesten toezien op het veilige verloop van de mars, probeerden de Palestijnen en de Israëli’s uit mekaar te houden en heethoofden te isoleren, maar de enige arrestaties die ik gezien heb, waren die van Palestijnen.

Positief is ook dat een aantal rabbijnen heeft opgeroepen om dit keer het geweld en het racisme thuis te laten en dat er ook een Israëlische tegenbetoging was. De deelnemers aan deze betoging deelden bloemen uit aan de Palestijnen, maar konden op weinig sympathie rekenen van de marcheerders.

Feest van verbaal en fysiek geweld

Om drie uur in de namiddag is de sfeer al bijzonder gespannen aan Damascus Gate, de poort waarlangs de jonge Israëli‘s de Oude Stad zullen binnenstromen om uiteindelijk bij de Klaagmuur te eindigen (de meisjes/vrouwen nemen een andere route en gaan via Jaffa Gate nvdr.).

Maar Damascus Gate geeft eerst en vooral toegang tot de Arabische wijk van de Oude Stad. Op het voorplein aan de poort is één blik genoeg om een handgemeen uit te lokken.

Rond vijf uur krijgen de Palestijnen dan te horen dat ze hun winkels moeten sluiten en dat ze zichzelf schaars moeten maken. Ze mogen niet langer vrij bewegen en moeten hun vlaggen opbergen of opkrassen. Ze worden achter dranghekkens op "veilige" afstand gehouden. Een weinig later marcheren duizenden nationalistische, rechtse Israëli’s door de Oude Stad.

De Palestijnen staan erbij en kijken ernaar, en worden vernederd door met vlaggen zwaaiende snotneuzen. De gemiddelde leeftijd van de met bussen aangevoerde jongeren schommelt tussen de dertien en de twintig.

De meeste jongeren komen overigens niet uit Jeruzalem; weten met andere woorden niet hoe de kwetsbare tekstuur van de stad in mekaar zit, maar komen gewild of ongewild wat olie op het vuur gooien.

Après nous le déluge

Als al deze jongeren straks terug op de bus naar Gilo, Ariel, Har Homa of elders stappen en Jeruzalem in de achteruitkijkspiegel zien verdwijnen, is voor hen de strijd gestreden, het feest gevierd.

Maar de inwoners van Jeruzalem werden er gisteren voor de zoveelste keer aan herinnerd dat de stad allesbehalve "ééngemaakt" is. De twee helften van de stad, Oost en West stonden nog maar eens diametraal tegenover mekaar. Desondanks herhaalde premier Netanyahu in een mededeling naar aanleiding van de herdenking dat Jeruzalem altijd al de hoofdstad geweest is van het Joodse volk en dat ook altijd zal blijven. Onverdeeld.