Politieke partijen willen meer overleg tussen De Lijn en gemeenten

Het voorstel van Open VLD om de lokale besturen zelf het openbaar vervoer te laten organiseren, lokt gemengde reacties uit bij de andere politieke partijen. Groen lijkt als enige partij gewonnen voor het idee, maar benadrukt wel dat ook het buitengebied bediend moet blijven. De andere partijen vinden vooral een beter overleg tussen De Lijn en de burgemeesters belangrijk.
Nicolas Maeterlinck

Groen vindt het voorstel van Open VLD interessant, maar kijkt daarbij naar het Nederlandse model. "Daar worden regio's afgebakend rond een stad en het bijhorende buitengebied", zegt Vlaams fractieleider Björn Rzoska. "Open VLD lonkt eerder naar het Zweedse model van vervoersregio's, waarbij het buitengebied heel wat minder wordt bediend." Groen pleit wel voor één ticketprijs voor heel Vlaanderen en genoeg budget voor openbaar vervoer. "Mensen meer laten betalen voor minder service, zoals Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) nu doet, dat kan niet", zegt Rzoska.

"Speelt in de kaart van private spelers"

Vlaams parlementslid Joris Vandenbroucke (SP.A) vindt dat De Lijn meer moet overleggen met de lokale besturen. "Maar dat kan op een minder bureaucratische manier dan de oprichting van twintig of meer intercommunales", stelt hij. "Dat is namelijk waar het voorstel van Somers en Keulen op neerkomt. Nu al is de afstemming van de dienstverlening van twee openbare vervoersmaatschappijen, die van de NMBS en De Lijn, problematisch. Dat verbetert er niet op als je dezelfde oefening met twintig moet maken."

Volgens Vandenbroucke is de achterliggende agenda van het voorstel duidelijk. "Dat is het opsplitsen van het vervoersnetwerk van De Lijn in twintig hapklare brokken met het oog op liberalisering. Ideaal voer voor een van de grote Europese, private spelers voor wie Vlaanderen een wingewest wordt en waar lokale besturen nog minder impact op zullen hebben dan De Lijn vandaag. Het voorstel van Somers en Keulen verzwakt zo de lokale besturen en zadelt de reiziger op met een versnipperd aanbod."

"Niet tegelijk regisseur en operator"

"We moeten niet vertrekken vanuit de structuren, maar de reiziger centraal stellen", vindt Vlaams parlementslid Annick De Ridder (N-VA). "Het is logisch dat de gemeenten in de toekomst beter betrokken moeten worden", zegt ze. "Maar laat ons opletten met dogma's."

Toch mag er ook voor N-VA iets fundamenteels veranderen. De Ridder denkt dat De Lijn niet langer tegelijk regisseur en operator mag zijn. "Als we de regierol ergens anders leggen, kunnen er ook andere spelers op de markt komen. Vooral voor de zogenaamde laatste kilometer is dat belangrijk. Ik denk dan onder meer aan de taxisector."

"Knowhow van De Lijn niet overboord gooien"

"De Lijn heeft een grote knowhow opgebouwd inzake openbaar vervoer en die mogen we niet zomaar overboord gooien", zegt Vlaams parlementslid Dirk De Kort (CD&V). Hij pleit voor meer samenwerking tussen De Lijn en de lokale overheden, maar een revolutie zoals Open VLD voorstelt, gaat voor hem te ver.

Hij denkt dat er inspiratie geput kan worden uit de werking van de Minder Mobielen Centrales. Dat is een systeem met vrijwillige chauffeurs om mensen met verplaatsingsproblemen en een beperkt inkomen toch vervoer te bieden, aangestuurd per provincie.