Belgische Turken en Marokkanen verdienen meer dan vroeger

In tien jaar tijd zijn heel veel mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst in ons land opgeklommen tot de middenklasse en hogere middenklasse. Dat blijkt uit een studie in opdracht van de werkgroep "Integratie en migratie" van de Koning Boudewijnstichting.
BELGA/VERGULT

Onderzoeksgroepen van de Vrije Universtiteit Brussel (VUB) en de Université Libre de Bruxelles (ULB), onder leiding van Ilke Adam (VUB) en Corinne Torrekens (ULB), hebben een sociaal-demografisch profiel geschetst van de Marokkaanse en Turkse gemeenschap in België door een rondvraag bij 700 mensen. De onderzoekers gingen daarnaast ook in op de plek van de islam in België en de interactie tussen integratie en religiositeit.

De studie bracht zowel positieve als negatieve integratie-effecten aan het licht. Zo is het inkomen van de mensen van Marokkaanse en Turkse afkomst in de loop der jaren sterk gestegen. Een kwart van diegenen van Marokkaanse afkomst verdient maandelijks minder dan 1.500 euro (tegenover 46 procent in 2009). Bij diegenen van Turkse afkomst behoort een op de vijf tot de laagste inkomenscategorie (tegenover 34 procent in 2007).

Waarden

De waarden van de Belgische samenleving op het vlak van democratie, vrijheid van meningsuiting en scheiding van kerk en staat worden in grote mate gedeeld door de mensen met Marokkaanse en Turkse achtergrond. Tegenover euthanasie en homoseksualiteit staat 60 procent van de ondervraagden weigerachting.

Dat religie geen impact heeft op de inclusie en participatie in de samenleving is volgens de onderzoekers "contra-intuïtief", omdat religie vaak als een belemmering voor de integratie wordt beschouwd. De studie geeft ook een profielschets van de moslim in ons land. Daaruit blijkt dat de meerderheid van de moslims in ons land zijn geloofspraktijken "bij elkaar knutselt" en dat de invloed van de moskee op de religieuze vorming laag is.

Gedemoraliseerd

Opvallend is dat Belgische Marokkanen geboren in België (de tweede en derde generatie) gedemoraliseerd zijn omdat ze niet dezelfde kansen krijgen als de Belgo-Belgen. Hoewel ze meer kans maken op een diploma hoger onderwijs, krijgen ze af te rekenen met meer discriminatie en minder arbeidskansen. Dit creëert een ontgoocheling en demoralisering, die uitmondt in het ontwikkelen van een reactieve etnische identiteit. Volgens Ilke Adams wijst dit erop dat onderwijs en taal lang niet de enige factoren zijn die bepalend zijn voor de integratie. Bij Belgische Turken manifesteert zich dit minder sterk omdat sociale mobiliteit binnen het eigen netwerk gemakkelijker is binnen deze gemeenschap.

Wallonië, Brussel en Vlaanderen

Ondanks het opklimmen tot de middenklasse en hogere middenklasse zegt 80 procent van de ondervraagden nog steeds geconfronteerd te worden met werkloosheid, racisme en armoede. Hierin zijn opvallende regionale verschillen waar te nemen. Belgen met Turkse en Marokkaanse achtergrond voelen zich meer Belg in Wallonië en Brussel en geven aan meer betrokken te zijn met de politiek. Belgische Turken en Marokkanen zijn in Vlaanderen meer betrokken bij het verenigingsleven en de arbeidsparticipatie ligt hier ook hoger. De onderzoekers merken op dat de taalkennis in Wallonië en Brussel hoger ligt en ook de kans op een diploma hoger onderwijs. Voor Belgo-Marokkanen is dit niet verbazend door hun band met Frankrijk, wel voor de Belgo-Turken, zegt Adams.

De mindere integratie in Vlaanderen is des te opvallender omdat Vlaanderen hiervoor grotere budgetten heeft vrijgemaakt. Maar de politisering van het integratiedebat staat die verdere participatie in de weg. "In Vlaanderen is dit thema zeer gepolitiseerd sinds "Zwarte zondag". Dit heeft een effect op het willen participeren bij mensen met een migratieachtergrond, zowel wat taal als politiek betreft. Het Vlaamse beleid moet er daarom rekening mee houden dat het discours de integratieresultaten tenietdoet", besluit Adams.