Oorlog in de keuken - Cathérine Ongenae

Mijn huis geurt naar het zoetige aroma van kaneel. Ik beken, ik heb net een superfoodontbijt gemaakt. Zelfgebakken granola van havermout met allerlei noten, zaden en pitten. Waarom ik dat doe? Omdat ik 's ochtends geen boterhammen met Nutella eet. Of aardbeienjam. Of croissants van de koffiebar. Ik eet zo goed als geen tarwe, en ik heb niet eens een intolerantie. Ik eet geen tarwe omdat ik er na een periode van drie maanden zonder – een experiment om gezondheidsredenen – gewoon geen zin meer in heb.

Zangzaad eten

Als ik bepaalde mensen moet geloven, ben ik slecht bezig. Er zit namelijk ook lijn- en chiazaad in mijn granola. Zangzaad, feitelijk. Dat las ik op Knack.be. Daar leveren een paar jonge journalisten sinds een paar weken strijd tegen bepaalde voedselgroepen en de mensen die ze durven te eten. Het komt er op neer dat wie iets eet dat onder het label 'superfood' valt, dom is, knetter, of zweverig. Een volgeling van Gwyneth Paltrow, dat ook.
Voor alle duidelijkheid: dom ben ik niet, noch een adept van Paltrow. Au contraire. Mijn tenen krullen bij de gedachte. Gwyneth Paltrow leeft in een merkwaardig universum waar fruitpersen verguld zijn en 4.000 euro kosten. Niet bepaald mijn wereld.
Maar ik wijk af. Ook van de norm. Want ik eet graag zaden. Pompoenzaden, zonnebloempitten, chiazaad. Al wat van een sesam- of maanzaadbroodje valt, pik ik op als een kip zonder kop. Kippenkunstenaar Koen Vanmechelen zou het moeten weten. Voor wie zich afvraagt waarom mensen vogelzaad eten: je kunt de vraag ook omgekeerd stellen. Waarom gaven we al dat waardevol lekkers aan de vogels? Knetter, ik zeg het u. Bind me vast en voer mij weg, nu!

Vlaamse rijstvelden

Het is heden hip en trendy om mensen die zich verdiepen in de soms nog onduidelijke kwaliteiten van bepaalde voedingswaren te verketteren. Een jaar geleden al lanceerde een Nederlandse journalist de term quinoakut, waarmee hij de groep jonge vrouwen beschreef die op het alternatieve culinaire pad zijn: ze drinken smoothies met gras en zaden, ze mijden gluten, granen, suiker, dierlijke proteïnen. Ze eten quinoa, een van de vele zogenaamde 'superfoods'.

In haar ongetwijfeld goed gelezen opiniestuk probeert ook Weekend Knack-redacteur Eva Kestemont paal en perk te stellen aan superfoods. Quinoa komt uit een ander werelddeel, schrijft ze, en door de populariteit ervan is er niet alleen een tekort, de prijs is ook gestegen. Dat is een probleem voor de lokale bevolking. Waarom zouden we dat eten als onze Vlaamse poldergrond ons voorziet van voedzame aardappeltjes?
Zo stond het er uiteraard niet, maar ze gebruikte wel het woord lokaal. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Benieuwd wat de journaliste koopt als ze in de supermarkt staat. Aubergines uit Spanje? Peultjes uit Guatemala? Koriander uit Kenia? Gember uit Peru? En de rijst? Los van het feit dat rijst zo goed als geen voedingswaarde heeft, van waar komt die? Van onze Vlaamse rijstvelden?

Kritiek op de ecologische voetafdruk van wat we eten is gegrond, maar waarom dan de producten van de alternatieve voedingsindustrie aanvallen terwijl net die industrie vaker fairtrade handelt en biologisch teelt? Bovendien is ook Europa aan de quinoateelt gegaan, dus Vlaamse quinoavelden zijn op komst. Benieuwd hoe dat uitdraait voor de Boliviaanse boeren. Dan is er eens een waardevol voedingsmiddel dat uit de wereldwinkel wist te ontsnappen.

Hummusoorlog

Het was overigens best grappig dat op diezelfde pagina een link stond naar de meest gelezen recepten van de site. Prijkt verrassend op nummer 1: hummus. De basis van hummus zijn kikkererwten en sesamzaad, ook niet bepaald een terroirproduct.
In 'Jeruzalem', het fantastische kookboek van publiekslieveling Yotam Ottolenghi, staat een interessant stukje over hummus. Ottolenghi, zelf Jood, schreef 'Jeruzalem' samen met zijn kompaan, de Palestijnse chef Sami Tamimi. In de regio woedt niet alleen een wrede genocide, maar blijkbaar ook een hummusoorlog.

Over vragen als wie hummus heeft uitgevonden, de Joden of de Arabieren, discussieert men blijkbaar voortdurend. De Joodse auteur Meir Shalev meent dat de Joden eerst waren, gezien er al gewag wordt gemaakt van een soortgelijk gerecht in het Oude Testament. Palestijnen lijken op het vlak van de eerste hummus evenwel aan het langste eind te trekken, maar daarmee is de zaak niet beslecht. De eeuwig terugkerende vraag is wie de beste hummus maakt. En hoe die hummus dan wel moet zijn. Glad en romig? Korrelig en pikant? Warm? Moet je de kikkerwten koken of weken? Mogen er nog specerijen bij? De obsessie is zo groot, schrijft Ottolenghi, dat zelfs de beste vrienden in verschillende hummuskampen kunnen zitten en dat de discussies hevig zijn.

De nieuwe cupcakes

Nu zijn er consumentenspecialisten die eten als een nieuwe religie zien. Maar bovenstaand voorbeeld illustreert vooral dat eten wel gelinkt kan zijn aan religie, maar toch vooral een cultureel en zelfs tribaal gegeven is. Iets dat te maken heeft met identiteit, waar al eens over gevochten wordt, maar uiteindelijk symbool staat voor iets anders.

Waarom krijgt Pascale Naessens ondanks haar nog steeds toenemende succes een sneer in de stijl 'dat is wetenschappelijk niet aangetoond' als ze zegt dat teveel tarwe niet goed is voor een mens en komt Kobe Desramault ermee weg om een prijzig gedroogd kippenvel te serveren als cracker? Komt het er toch weer op neer dat de food wars een vermomde versie zijn van de goede oude genderoorlog? Want laat ons wel wezen: quinoakut zeg je niet tegen een man, al eet die drie keer per dag quinoa.
Veel foodjournalisten en -bloggers zijn nochtans vrouwen. In de Correspondentenserie van De Standaard schrijven twee vrouwen over de voedingsindustrie en gezond eten, en dat doen ze voortreffelijk. Uiteraard zijn er ook veel mannelijke food writers. De Amerikaanse auteur Michael Pollan, die de bestseller 'Echt eten' schreef, zit op dezelfde lijn als Naessens. Geen mens die hem verwijt te zweven.

Maar smoothies en 'superfoods' zijn de nieuwe cupcakes: uitgesproken vrouwelijk, en dus niet ernstig te nemen. Dat is onterecht, want terwijl veel mannelijke chefs blijven hangen in het maken van schuim van champignons en het nanometeren van driekleurige radijzen, zoeken veel vrouwen liever uit hoe we gezond en lekker kunnen eten. Dat doen ze met vallen en opstaan, en ja, hier en daar zit er al eens een fanatiekeling bij. Maar waar niet? Neurotisch gedrag beperkt zich niet alleen tot de keuken, of tot vrouwen.

Andermans neuroses zijn inderdaad als verkoudheden: aanstekelijk én vervelend. Maar om nu een hele groep te stigmatiseren die toch ook maar vooral moeite doet om geen welvaartsziektes te kweken: dat is ronduit asociaal. Het staat iedereen vrij zich diabetes te vreten. Het staat ook iedereen vrij om dat niet te doen.

Gefermenteerde algen

Hardlopen is vandaag zo hot dat er alleen al in Gent meerdere stadslopen worden georganiseerd waar duizenden lopers aan deelnemen. Fietsen is een opgewaardeerde sport waar een doorsnee zondagscoureur schaamteloos semi-professioneel materiaal voor mag in huis halen. Bewegen is een cultus geworden, wat absoluut aan te moedigen is. Er werd dan ook al uitvoerig aangetoond wat de voordelen van een sportief bestaan zijn. Toch zijn er mensen die sport maar niets vinden, en dat is hun goed recht.

Anderzijds is er geen kat die nog opkijkt voor een schoonheidsbehandeling van 250 euro. Of het nu om een Botoxprik gaat of een peperdure gezichtscrème gemaakt van gefermenteerde algen waarvan de werking niet bewezen is: nog liever smeert men het voor die prijs op zijn gezicht dan het op te eten. Mensen zijn behoudsgezind als het op eten aankomt. Je vraagt je af hoe dat komt, want er bestaan best wat studies over de positieve effecten van bijvoorbeeld quinoa op de darmen en de voedzame samenstelling van lijn- en chiazaad.

Een halve liter Cola Zero

'Superfoods' is een nieuwe zak voor oude wijn, dat klopt. Net zoals CD&V en Belfius: een catchy naam voor een bestaand gegeven. Alleen past de agenda van alternatief en bewust eten niet in het kraam van de klassieke voedingsindustrie die toch liever zou hebben dat mensen massaal goedkoop sponsbrood eten, instant noedels slurpen en kant-en-klare vinaigrette op hun zakje geraspte wortels kappen.

Persoonlijk koop ik net daarom al eens een zakje chiazaad of spirulina. Ik drink geen groene smoothies, ik slik gewoon de pillen die overigens naar vissenvoer smaken, niet naar groene klei. Ik voel me er niet alleen goed bij, ik zie het als een steunbetuiging voor een andere wereld. Zolang ik niet geloof dat ik dan beschermd ben tegen kanker, lijkt me dat een faire deal. Bovendien is het nog altijd beter dan light-kaas, zeventien letterkoekjes of een halve liter Cola Zero, zoals een diëtiste me onlangs aanraadde. Dat lijkt me pas kwalijk, en in elk geval erger dan rauwe cacao – ook een gewraakt 'superfood' maar uiteindelijk niets anders dan de ruwe grondstof van wat later in een snoepreep belandt.

Gewetensvol naar de wereld kijken is belangrijk, maar wie van leer wil trekken tegen kwalijke eetgewoontes, moet zijn pijlen toch gerichter afschieten. Mik op de fastfoodsector, op de monoculturen, op de teloorgang van de bijen, op fijn stof als het moet. En check voor u dat doet eens de labels van kleren en huisgerief. Indien daar nergens een derdewereldland op prijkt, dan mag u voor mijn part schieten.
 

(Cathérine Ongenae is auteur en journalist.)

lees ook