Bruno Tobback of John Crombez? - Wim Vermeersch

Vanavond kruisen Bruno Tobback en John Crombez in het Kunstencentrum Vooruit te Gent de degens over hoe zij SP.A en haar toekomst zien. De auteur schetst de uitdagingen waar de partij voor staat. Voor de volgende voorzitter is het immers zaak die goed te identificeren - dat is het postulaat van de politiek. Maar eerst vergelijkt hij hun twee intentieverklaringen.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De intentieverklaringen

Heel wat SP.A-leden hebben al gestemd, maar het is wachten tot 13 juni om te weten of Bruno Tobback dan wel John Crombez de leiding van de partij in handen krijgt. Midden maart kregen de SP.A-leden de intentieverklaringen van de twee kandidaat-voorzitters voorgeschoteld. Het valt echter te betwijfelen of die teksten hun keuze echt hebben beïnvloed. Intentieverklaringen zijn per definitie niet de meest opwindende literatuur. Daarvoor staan ze te los van concrete, maatschappelijke pijnpunten. Bovendien lopen deze twee intentieverklaringen erg gelijk.

Zowel Bruno Tobback als John Crombez willen de toekomst weer beter maken, politiek engagement buiten de partij ondersteunen, de betrokkenheid van de leden versterken, van lokale afdelingen opnieuw de motor van de beweging maken, nadenken over een basisinkomen, inzetten op coöperatieve initiatieven, enzovoort.

Bruno Tobback profileert zich in zijn intentieverklaring als de ‘traditionele sociaaldemocraat’ die de nadruk legt op de waarden, en het vernieuwen ervan, van een moedige centrumlinkse beleidspartij. Zijn tekst is duidelijk een product van de Grasmarkt, in de lijn van ‘Het Vlaanderen van Morgen’ (2013) en ‘Crescendo’ (2014-2016). Ze leest als een rechtvaardiging van de aanpak van de zittend voorzitter. Tobback profileert zich als de geschikte persoon om de onder hem gestarte inhoudelijke vernieuwing voort te zetten. Dat is handig gespeeld: het lijkt alsof uitdager John Crombez campagne voert tegen een partijvernieuwing die hij zelf mee uittekende.

De intentieverklaring van John Crombez is - logisch - dan ook wat meer in oppositietaal geschreven, met enkele stevige sneren (zoals “Militanten verdienen een partijtop die zich in het zweet werkt, die aan één zeel trekt”). Bij Crombez geen verwijzingen naar SP.A als moedige beleidspartij. Al in paragraaf twee lezen we over ‘rode lijnen’, al komen we verder in de tekst niet te weten welke die zijn. Op inhoudelijk vlak spreekt Crombez over groene economie, welzijn en geluk, internationale samenwerking,... onderwerpen die we niet terugvinden in de tekst van Tobback. Op partijorganisatorisch vlak lezen we dat de partij moet worden teruggegeven aan de leden en opnieuw moet worden geleid door een groep personen.

Uitdagingen op korte termijn

In de intentieverklaringen van beide kandidaten lezen we de terechte ambitie om als partij haar plaats te vinden in een breed progressief netwerk. De nieuwe voorzitter heeft veel werk voor de boeg om deze intentie hard te maken.

Op korte termijn moet de werking in een aantal slapende partijafdelingen worden gestimuleerd, moeten er meer inspanningen gebeuren op het vlak van sociale media en dient de dialoog met links intellectueel Vlaanderen te worden versterkt. De partij moet strijdvaardiger, meer de straat op, harder werken, meer aanwezig zijn, en wel dit jaar nog. De oppositie is daarbij een opportuniteit. Het is voor de leden - de echte ambassadeurs van de partij - een stuk eenvoudiger om vandaag de waarden van de partij uit te dragen dan tijdens de voorbije 25 jaar toen regeringscompromissen moesten worden verkocht.

Om klankbord, facilitator en aanjager te zijn van een breder maatschappelijk netwerk moet de partij eerst en vooral opnieuw haar geloofwaardigheid bij een groot aantal van deze bewegingen weten te vergroten. Verenigingen zitten vol politiek geïnteresseerden. Bij hen heerst vaak ontgoocheling over het beleidsparcours van SP.A en over de gesloten burcht die de partijtop nog te veel is. In dat opzicht is de huidige ‘Crescendo’-vernieuwingsoperatie een gemiste kans. Ze wordt getrokken door de doorwinterde bestuurders Freya Van den Bossche en Ingrid Lieten. Het bevestigt het beeld van een partij die het moeilijk heeft om de regie uit handen te geven.

Wie is de tegenstander op korte termijn?

Ondanks de installatie van rechtse regeringen op Vlaams en federaal niveau is op dit moment de eigen partij de grootste tegenstander van SP.A. De lang uitgesponnen voorzittersverkiezing (met een te vroege kandidatuurstelling van John Crombez en een te late kandidatuurstelling van Bruno Tobback) heeft een verlammend effect op de werking van de partij.

De media keken het voorbije jaar met hongerige ogen naar SP.A als naar een gewond dier. Overal viel wel een sneertje of afrekeningetje, vaak off the record, te noteren. Het verkrijgen van de steun van de afdelingen was een lelijk schouwspel. Dat de partij in haar eerste oppositiejaar sinds lang in de touwen hing, is een gemiste kans. Michel I en Bourgeois I kregen al snel tegenwind. Oud en nieuw middenveld vonden elkaar, mobiliseerden meermaals, maar er was geen daadkrachtige en eendrachtige SP.A om mee te surfen op die golf van onvrede, laat staan om er de stuwende kracht van te zijn.

Stel dat de partij pas tegen begin 2016 haar zaakjes weer min of meer op orde heeft, dan is het momentum van verzet misschien gepasseerd. Daarom is het de allereerste taak van de nieuwe voorzitter om zo snel mogelijk de rust in de partij te herstellen, alle neuzen weer in dezelfde richting te krijgen, de achterklap te doen stoppen. De partij hoopt daarvoor best op een duidelijke uitslag, met een overtuigend mandaat voor de nieuwe voorzitter. Alleen dan kan deze voorzittersverkiezing een doorstartmoment betekenen. Bij een 55-45-resultaat dreigt verder gespin.

Het is zaak om menselijker om te springen met eigen politiek talent; het zal talent buiten de partij ook makkelijker aanzetten tot de partij toe te treden. De nieuwe voorzitter moet een nieuwe groep mensen samenbrengen die de oppositielijn mee vormgeven en uitdragen. Veel nieuwe gezichten zijn er vooralsnog niet. Ze moeten dus worden getraind en gestuurd. Het voorstel in de intentieverklaring van Bruno Tobback om een School van Brood en Rozen op te richten die politieke vorming verzorgt, is daarom een goed idee.

Uitdagingen op middellange termijn

Volgend jaar, 2016, is het twintig jaar geleden dat Norbert De Batselier (SP) en Maurits Coppieters (VU) het manifest ‘Het Sienjaal’ schreven, dat opriep tot progressieve frontvorming in Vlaanderen. Een kleine tien jaar later zette toenmalig SP.A-voorzitter Steve Stevaert alles op de sporen om de partij om te vormen tot de open beweging ‘Pro’, maar toen hij gouverneur van Limburg werd, werd dat pad van verruiming door zijn opvolger Johan Vande Lanotte verlaten. Vandaag, zo’n twintig jaar later, is het moment voor een nieuwe poging.

De analyse van Het Sienjaal is immers niet gedateerd. Ze vertrok van de nieuwe onoverzichtelijkheid van de jaren 1990, met economische globalisering en maatschappelijke fragmentering als opkomende tendensen. Beide hebben zich nog doorgezet, met als bijkomend element dat de electorale blokken versplinterd zijn.

Het huidige politieke panorama voor Links is pijnlijk: SP.A kan nauwelijks nog een middelgrote partij genoemd worden, Groen weet het plafond van de 10% maar niet te doorbreken, PVDA+ haalt de kiesdrempel niet en de progressieve elementen in CD&V en Open VLD zijn gemarginaliseerd.

Willen of niet, Links zal de moeilijke loopgravendiscussie over hoe partijen best samenwerken toch moeten voeren. Anders blijft het veroordeeld tot het aftoppen van rechts beleid inzake voor allen belangrijke thema’s als duurzaamheid, klimaat, de kwaliteit van werk of de verdeling van rijkdom.

We horen, van zowel Groen als SP.A, dat frontvorming enkel organisch kan groeien en dat de fracties in de parlementen de facto al samenwerken. Klopt. Maar zodra SP.A haar winkel weer op orde heeft, ondernemen de nieuwe SP.A- en Groen-voorzitters best stappen om voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden op te zetten. Mochten die goed scoren, dan kan dat een opstap zijn naar electorale samenwerking in 2019. De vorm waarin dat gebeurt, is van ondergeschikt belang: het kan gaan om afspraken inzake programma, een lijstverbintenis of een rood-groen kartel. Dat laatste kan een electoraal vehikel zijn dat ook ontevreden progressieve christendemocraten en liberalen aantrekt.

Eenvoudig wordt dit niet. Samenwerking komt vaak enkel tot stand als het met alle partijen slecht gaat. Groen is vandaag een begeerde bruid. Na de gemeenschappelijke fractie in de Kamer, zette het recent met de oprichting van een federaal Bureau een nieuwe stap naar meer samenwerking met Ecolo. Het is niet echt duidelijk wat de partij daarbij denkt te winnen in een land met gescheiden kiesdistricten, behalve een ‘Belgisch’ profiel.

Wie is de tegenstander op middellange termijn?

Met de regeringen Michel I en Bourgeois I dienen zich handvatten aan voor stevige oppositie. Het moet SP.A moed geven, want goede oppositie wordt beter gewaardeerd dan goed bestuur. Daarvoor moet de partij de volgende jaren wel een verhaal ontwikkelen.

Geen rood amendement van een centrumprogramma, maar een duidelijk alternatief. De partij moet weer linkser, scherper, compromislozer worden. Het afwerpen van het centrumlinks establishmentimago is een moeilijke evenwichtsoefening (zeker als je niet de populistische toer op wil), maar absoluut noodzakelijk.

Anders wordt de partij in 2019 wakker in een politiek landschap met N-VA als aantrekkelijke partij op rechts en Groen als aantrekkelijke partij op links, met daartussenin de middenpartijen SP.A -CD&V-Open VLD die verdrinken in de Bermuda van het politieke centrum.

Een scherpere profilering is dus nodig, en daarvoor worden onvermijdelijk de banden met het oude middenveld - vakbond en mutualiteit - aangehaald. Toch is het voor SP.A zaak om, tot 2019, niet continu de vakbondslijn te volgen. Die is in de huidige context immers per definitie defensief. De partij maakt de volgende jaren best werk van een offensief verhaal. Met enkel de strijd tegen een kleine groep superrijken of de bescherming van de sociale zekerheid, bouw je geen politiek programma.

De nieuwe voorzitter moet een nieuw soort strijdvaardigheid uitstralen en zich over alle maatschappelijke trends uitspreken. De voorgeschiedenis oogt echter weinig geruststellend: onder Patrick Janssens werd vooral het groene luik verwaarloosd, onder Steve Stevaert mocht over diversiteit en belastingen niet gepraat worden en onder Bruno Tobback werd een enge sociaaleconomische verkiezingscampagne gereden.

Uitdagingen op lange termijn

Rechts heeft de voorbije decennia de lijnen uitgezet waarbinnen vandaag moet worden gekleurd, maar op lange termijn moet Links onvermijdelijk opnieuw over maatschappijverandering spreken. Meer dan een zoveelste herbronningsprogramma heeft SP.A een nieuw project nodig. Een project dat de indruk geeft de toekomst te kunnen vormgeven, niet haar te moeten ondergaan. Een project dat verder gaat dan het beheren van de winkel, dan het verantwoordelijk organiseren van de rat race. Een project dat de twee grote problemen van de volgende decennia - ongelijkheid en klimaat - echt weet aan te pakken.

De veranderde tijdsgeest is alvast een bondgenoot. In 1989 voorspelde een toen nog onbekende Amerikaanse socioloog, Francis Fukuyama, dat het kapitalisme zich over de hele wereld zou verspreiden. Een dikke 25 jaar later hoor je diegenen die ‘het einde van de geschiedenis’ proclameerden, niet meer. Anders dan tijdens de oppositiejaren van SP in de jaren 1980 hebben liberale economische opvattingen afgedaan. Vandaag heeft SP.A stilaan alle academici en internationale instellingen met zich mee: om opnieuw groei te bewerkstelligen moeten de lonen omhoog, de vermogens aangepakt en de ongelijkheid verminderd.

Het volgende decennium liggen er dus kansen om de democratische motor te zijn achter dit ‘economisch herstel’. Dat moet de sociaaldemocratie vertrouwen geven om een offensief programma uit te bouwen met meer ambitie en meer conflict. SP.A moet haar schroom afleggen om een ander maatschappijmodel te belijden. Ze zal daarmee nieuwe electoraten aansnijden, zoals jongeren, die vandaag hun weg niet meer vinden naar de sociaaldemocratie. Een verhaal over ‘geluk’ en ‘duurzaamheid’, het pad dat SP.A exploreert met haar ‘Crescendo’-operatie, kan hen aanspreken.

Wie is de tegenstander op lange termijn?

Of Michel I na 2019 nog in het zadel zal zitten, valt onmogelijk te voorspellen. Of het oppositiewerk van SP.A zal lonen, nog minder. Maar zelfs mocht SP.A in 2019 een aantal procenten winnen, dan nog hangt het van de resultaten van anderen af of SP.A aan een regering kan deelnemen.

En zelfs als ze in 2019 opnieuw in de regering geraakt, zal de partij achteraf opnieuw kiezers moeten trotseren met realisaties die gezien de context best flink mogen wezen, maar altijd ontgoochelend zijn voor wie een sociaaldemocratische maatschappijvisie heeft. Dit straatje zonder einde heeft maar één oplossing: de partij moet in een hogere gewichtsklasse zien te geraken om een links project te kunnen uitvoeren. Op middellange termijn kan dat door het vormen van kartels of lijstverbintenissen tussen gelijkgezinde partijen (zie hoger). Op lange termijn is het echter primordiaal om een nieuw links maatschappijbeeld te ontwikkelen.

Het failliet van de huidige sociaaldemocratie is dat ze voortborduurt op dezelfde patronen. Steve Stevaert, onder wie SP.A niet toevallig de laatste goede electorale score behaalde, begreep dit goed. De les uit zijn voorzitterschap is dat platgetreden paden, oude gedachten en oude organisatiestructuren moeten worden verlaten.

Zo niet zet de structurele neergang van SP.A zich gewoon verder. Zo niet zal, wie op 13 juni ook voorzitter wordt, SP.A steeds minder kiezers weten aan te trekken: na veel arbeiders zullen ook veel lagemiddenklassers alternatieven op rechtse en linkse flanken zoeken, en intelligentsia hun heil bij groene en blauwe optimisten. Ziehier de aartsmoeilijke evenwichtsoefening en de echte uitdaging op lange termijn: ja, de stellingnames moeten scherper; neen, SP.A (of een eventuele nieuwe organisatie die zij mee vorm geeft en haar centrale waarden uitdraagt) mag haar ambitie niet laten varen om de verschillende groepen te verbinden en te vertegenwoordigen.

En nu?

Iedereen heeft een mening over hoe het nu verder moet met SP.A, maar niemand heeft het definitieve antwoord in petto. Een medicijn voor onmiddellijk electoraal gewin voor sociaaldemocraten bestaat niet. Anders was het allang toegediend, hier en elders in Europa. Ook de intentieverklaringen van John Crombez en Bruno Tobback verschillen, fundamenteel, niet bijzonder veel van elkaar. Ze leggen wat andere accenten, vooral inzake partijwerking en communicatie, maar radicaal andere maatschappijvisies vallen daaruit niet te distilleren.

Op die manier wordt de voorzitterskeuze voor de leden voornamelijk een gevoelszaak, een kwestie van gut feeling. Dan is - gezien de kwesties die spelen op korte en middellange termijn - John Crombez misschien meer geschikt om de rust in de partij te herstellen, de banden met gelijkgestemden in de samenleving en in de politiek te versterken.

Maar niemand die durft te beweren dat onder zijn voorzitterschap de vooruitzichten voor de uitdagingen op lange termijn rooskleuriger zijn dan onder een verlengd voorzitterschap van Bruno Tobback.

(Wim Vermeersch is hoofdredacteur Samenleving en politiek. Het debat is gratis bij te wonen - inschrijven via www.sampol.be.)

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.