Hoe 'men' probeert de taxshift tegen te houden - Marc Leemans

Er bestaan strategieën om een politieke discussie - die gedragen wordt door een groot deel van de bevolking - te ontmijnen. En dat probeert men nu ook bij de taxshift. Pogingen om de beslissing uit te stellen, pogingen om het dossier te verzuipen in technische discussies, pogingen om schrik aan te jagen, ...
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Naar aanleiding van Rerum Novarum formuleerde ik nog eens, op hoofdlijnen, onze vraag naar een rechtvaardige taxshift. Met als uitgangspunt voor een rechtvaardige belastinghervorming: een euro is een euro. Het lokte een aantal vreemde reacties uit. De Standaard meende er zelfs een vlaktaks in te ontwaren.

Simpel als bonjour

Wat ik vorige woensdag in mijn speech voor Rerum Novarum in Geraardsbergen opperde, was niet veel meer dan wat ik al eerder bij het slot van het Zeggenschapscongres van het ACV in april aangaf.

Als we nu eens een belastinghervorming zouden uittekenen die vertrekt van een eenvoudig principe, zo simpel als bonjour: een euro is een euro, ongeacht de inkomensbron op dezelfde wijze te belasten, naar draagkracht? En dat met zo weinig mogelijk uitzonderingen. Maar zeker één: de vervangingsinkomens. Om de doodeenvoudige redenen dat de hoogte van de sociale uitkeringen indertijd werd bepaald in verhouding tot de nettolonen, dus verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de RSZ en de belastingen. En dat het dus niet opgaat die een tweede keer te verminderen door ze onverkort te onderwerpen aan de personenbelasting.

Voor meer progressiviteit

Let ook op de woorden: “naar draagkracht”. Dat dit “het einde zou betekenen van de progressiviteit die centraal staat in de inkomstenbelasting”, zoals Bart Sturtewagen vorige week opperde in De Standaard? Integendeel. Het zal de progressiviteit globaal versterken, omdat het vooral de grote inkomens uit vermogen zullen zijn die dat het eerst en meest gaan voelen. Omdat er dan eindelijk een eind zou komen aan het onbelast laten van het grootste deel van de vermogenswinsten, waarmee we internationaal vandaag een buitenbeentje zijn. Omdat we dan komaf zouden maken met het belasten van huisbazen op een forfaitaire huurprijs, ver onder de werkelijke huurinkomsten (na aftrek van de te bewijzen kosten). En omdat er dan opnieuw een correcte belasting kan komen op de liquidatiebonussen wanneer het bedrijf wordt opgedoekt. Dat, en ook een reeks andere consequenties, zal de progressiviteit alleen maar versterken. Omdat dit soort inkomens meest geconcentreerd zijn in de hoogste oorden van de inkomensverdeling.

Voor ons is het overigens niet te doen om de eenvoud. Al is dat meegenomen. Belangrijker is de kwestie van de fiscale rechtvaardigheid. En hoe je die dichterbij brengt door een poepsimpel, radicaal principe te hanteren: een euro is een euro.

Omdat je het gewoonweg niet krijgt uitgelegd waarom het vooral de werknemers zijn die het leeuwendeel financieren van de collectieve voorzieningen en de sociale bescherming, via de combinatie van hoge sociale bijdragen, personenbelasting en consumptie­belastingen. En dat die nu ook nog eens opnieuw zwaar werden aangesproken het voorbije halfjaar. Enerzijds voor de sanering van de openbare financiën door allerlei besparingen én hogere facturen. Anderzijds om de loonkost van de Belgische bedrijven nogmaals te drukken, door een nieuwe reeks bijdrageverminderingen en loonsubsidies voor de bedrijfswereld, met bovenop nog eens de indexsprong van 2% op lonen en sociale uitkeringen. En alleen maar de lonen en sociale uitkeringen. En dus zonder bijvoorbeeld een indexsprong voor de huurprijzen.

À propos, daar was de laatste dagen opnieuw veel misbaar rond. Terwijl nochtans al twee maanden geleden duidelijk werd dat die indexsprong op de huurprijzen er niet zou komen. Al toen het wetsontwerp tot verbetering van de werkgelegenheid door de regering werd ingediend in de Kamer, zonder indexsprong voor de verhuurders. Die discriminatie was overigens een van de redenen voor onze aankondiging in april om naar het Grondwettelijk Hof te stappen tegen de indexsprong.

Sluipwegen

In de ‘een euro is een euro’-oproep moet je overigens geen versterking van de progressiviteit van het tariefsysteem in de personenbelasting lezen. Althans niet in de zin dat we nu prioritair zouden inzetten op hogere tarieven voor de hoogste inkomens. Er zijn er in België die daarvoor pleiten, eventueel als tijdelijke crisismaatregel. Gelijkaardige debatten zie je ook in het buitenland. Maar dat lijkt me nu niet aan de orde. Omdat dé prioriteit vandaag is de sluipwegen af te snijden voor de inkomens die nu ontsnappen aan die progressieve personenbelasting. Of minstens te garanderen dat ze, desnoods via aparte belastingregimes, toch een min of meer gelijke inspanning leveren, naar draagkracht. Al is het maar om de vlucht van hogere arbeidsinkomens naar vennootschappen te ontmoedigen.

Waarmee je terechtkomt bij de keuze tussen globalisering van alle inkomsten (voor de personenbelasting) versus een “dual stelsel”, met een apart regime voor inkomens uit vermogen. Vanuit rechtvaardigheidsoogpunt is dat laatste zeker suboptimaal. Al kan het als “second best” oplossing dienen. Op voorwaarde maar dat de uiteindelijke belasting wel zo dicht als mogelijk aanleunt bij wat de onderwerping aan de personenbelasting als resultaat zou opleveren.

Voor de (meeste) dividenden uit bedrijfswinsten zitten we daar dichtbij, op papier toch, als je zowel rekening houdt met de vennootschapsbelasting als met de 25% roerende voorheffing. Daar zit het probleem eerder in de ontsporing van de notionele-intrestaftrek en een reeks ondoelmatige fiscale uitgaven. Voor heel wat andere inkomens uit vermogen zitten we daar, zelfs op papier, mijlenver van af.

Kat in het nauw

Hoeveel kans maakt zo’n shift naar inkomens uit vermogen? Ik maak me geen illusies dat een paar statements van de voorzitter van het ACV zo’n rechtvaardige taxshift dichterbij brengen. Niet met deze coalitie. En zeker niet met hun weigering om hierover in overleg te treden met de sociale partners. We gaan jullie de conclusies van onze beraadslaging ter informatie meedelen, werd ons al in januari voorgehouden. Met de fiscaliteit, daar hebben jullie geen zaken mee, dat is de ondertoon. Terwijl het verdorie wel gaat om de koopkracht van de werknemers en de gerechtigden op sociale uitkeringen.

Maar tegelijk zie ik ook wel hoe de politiek niet meer om die “olifant in de kamer” heen kan, die van de fiscale rechtvaardigheid. Met de hete adem van de publieke opinie en de media in de nek. Met het manifeste ongenoegen van de werknemers voor zich. En hoe de werkgevers node zijn gaan beseffen dat er geen weg terug is. Hoe ze hun strategie zijn gaan herzien. En hoe de “vakbonden van de vermogenden” halsoverkop nieuwe verdedigingsstrategieën hebben moeten ontwikkelen.

Nog geen jaar geleden was de taxshift taboe. Want, zo heette het, in dit land wordt alles al zwaar belast, tenzij (voorlopig) de lucht die we in- en uitademen. Vandaag lijkt niemand nog de taxshift in vraag te stellen. Hoogstens kennen we allerlei ontwijkingsmanoeuvres.

Eerst door op de procedures te spelen. Tijd winnen, in de eerste plaats. 15 maart was de deadline die Eric Van Rompuy stelde. Dan werd het onder druk van de drie liberale regeringspartijen Pasen. Nadien de zomer. En inmiddels wordt geflirt met het najaar.

Wat zeker ook helpt, is de zaken nodeloos compliceren. Met de N-VA die er onverwacht de herziening van het kadastraal inkomen aan koppelt. Met Johan Van Overtveldt, ook N-VA, die onmiddellijk daarop te kennen geeft dat dit sowieso een zaak is van meerdere jaren voorbereiding. Al te doorzichtig.

En met vandaag nog Gwendolyn Rutten van Open VLD die in de krant verklaart dat het debat nu wel mag stoppen. En ook meteen het beproefde recept van fiscale bangmakerij gebruikt. De ‘modale Vlaming’ die zijn tigste woning verhuurt, die kunnen we toch niet fair belasten op die huurinkomsten? Terwijl de echte modale Vlaming net wel een indexsprong, een belastingverhoging van 2%, te slikken kreeg. Boven op duurder water, duurdere elektriciteit, hoger schoolgeld, duurder en minder openbaar vervoer,…

Tax geschift

Ander weerwerk: de bliksem trachten af te leiden. Shift naar wat? En shift voor wat? Met overal manoeuvres om van die shift een geschifte operatie ten bate van de inkomens uit vermogen te maken.
Met enerzijds die druk om de shift weg te houden van de inkomens uit vermogen en af te wentelen richting verhoogde consumptie­belastingen. Dus richting degressieve i.p.v. progressieve belastingen. Want je moet al intellectueel oneerlijke kunstgrepen uithalen om ook maar iets progressiefs te ontwaren in consumptiebelastingen. Zoals de truc om uit de inkomens het niet-geconsumeerde deel te verwijderen. Of door – à la professor Peersman – voor te houden dat je ook moet rekening houden met de consumptie van de erfgenamen.

En, stelt Peersman, dit is een taxshift met de meeste kansen op banencreatie. Waar haalt hij dat? Planbureau en Nationale Bank van België hebben al jaren gelezen diverse scenario’s tegen het licht gehouden. En als één vaststelling daarin beklijfde, dan was het vooral dat andere scenario’s een veel beter werkgelegenheids­rendement gaven dan de shift naar btw. Lood om oud ijzer, noemde belastingeconoom André Decoster zo’n shift laatst.

Schift voor wie?

En anderzijds zie je de laatste weken het getouwtrek om de opbrengsten van die taxshift vooral te herinvesteren richting de bedrijven, door vermindering van patronale bijdragen of nieuwe loonsubsidies. Voor 2,7 à 3 miljard minstens, stelt het VBO. Onder de mat vegend dat de loonkloof met de buurlanden, rekening houdend met de fiscale loonsubsidies en wat de regering nog beloofde aan extra tegemoetkomingen, gemiddeld genomen weg is, zelfs zonder rekening te houden me de indexsprong. Nu ja, van het VBO zijn we een en ander gewoon. Merkwaardig is vooral dat Agoria hen vorige week slaafs volgde in die oekaze voor een globale lastenverlaging. Terwijl Agoria er beter aan zou doen om, met ons, te ijveren voor een gecibleerde, doelmatige lastenverlaging naar de sectoren die wel met een schadelijke loonkloof kampen. Zoals de bouwsector inmiddels al doet.

Op voorwaarde maar dat zo’n selectieve operatie voldoende ruimte blijft laten om - bij voorrang – ook de belastingen en bijdragen die werknemers ophoesten te verlagen. En om de armoedige sociale uitkeringen te verhogen tot de Europese armoedenorm. Herinner u: ook een belofte van deze regering. En dat de gecibleerde i.p.v. lineaire operaties voor de bedrijven kunnen worden ingepast in de Europese regels inzake staatssteun. Zo kan het misschien nog iets worden.

Vorige week kregen we de nieuwe vooruitzichten voor de middellange termijn van het Planbureau die – bij ongewijzigd beleid - een verdere verschrompeling van het aandeel van de lonen in de toegevoegde waarde te zien gaven (zie figuur 17). Nog maar eens een illustratie van de omgekeerde shift, al jaren bezig en nog versterkt door deze regering: van inkomens uit arbeid naar inkomens uit vermogen. Wordt het niet eens tijd dat ten goede te keren?

(Marc Leemans is voorzitter van het ACV.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.