Langer werken: geeft de overheid zelf het voorbeeld?

Iedereen langer aan het werk. Dat is het mantra van de nieuwe regeringen. Maar hoe doen de federale en de Vlaamse overheid het zelf? Hebben zij veel vijftigplussers aan het werk? En wat doen ze om voor hen het werk ook werkbaar te houden? Wij vroegen het na bij de federale en de Vlaamse ministers voor ambtenarenzaken en belden ook met enkele overheidsbedrijven zoals de NMBS en De Lijn.

Als we de cijfers vergelijken wordt het snel duidelijk: bij de overheid in België werken relatief veel vijftigplussers in vergelijking met het aantal werkende vijftigplussers in de rest van België.

In België behoor je tot de beroepsbevolking als je tussen de 15 en 64 jaar oud bent. Dat zijn in totaal een grote zeven miljoen mensen. Van deze groep ‘werkers’ is ongeveer 30% ouder dan 50 jaar. Hiervan is een grote helft echt aan het werk. De andere helft is op zoek naar werk of is met pensioen. In overheidsbedrijven zijn meer dan drie op de tien werknemers ouder dan 50. De Belgische overheidsdiensten en -bedrijven scoren dus goed als werkgever aan vijftigplussers.

NMBS beste leerling in de klas

Er zijn heel wat verschillen afhankelijk van het overheidsbedrijf. De Belgische Spoorwegen, waar NMBS, Infrabel en HR Rail onder vallen, is de beste leerling van de klas: bijna de helft van de werknemers is ouder dan vijftig jaar. Dat komt onder meer door een grote aanwervingsstop in de jaren tachtig van de vorige eeuw, die voor een oververtegenwoordiging van vijftigplussers zorgde.

Omdat deze grote groep oudere werknemers binnenkort het bedrijf zal verlaten, wordt er ook actief ingezet op het aanwerven van mensen met ervaring. Werknemers kunnen familie of vrienden aanraden via Refer a Friend. Daarnaast konden verschillende ex-medewerkers van Opel of Ford Genk aan de slag bij de NMBS. Vorig jaar werd zelfs een werknemer met 65 lentes op de teller aangeworven.

De nood is hoog

Dat de nood voor sommige functies hoog is, bleek ook uit een brief die begin mei werd rondgestuurd naar gepensioneerde treinbegeleiders. De NMBS vroeg hen om tijdelijk weer in dienst te treden om verlofdagen van het huidige personeel op te vangen. Volgens ACOD-vakbondsman Jean-Pierre Goossens wordt er bij de Belgische Spoorwegen wel rekening gehouden met de noden van een vijftigplusser.

Personeel in zware beroepen zoals machinisten, hebben bijvoorbeeld recht op een loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar. Verder zijn er bij de NMBS geen speciale vertrekmaatregelen voorafgaand aan het pensioen.

De Lijn zet in op gezondheid

De Lijn heeft dit soort uitstapregelingen dan weer wel. Dat komt omdat het beroep van chauffeur een zwaar beroep is. Hier is één op de drie werknemers ouder dan vijftig. De Lijn zet wel in op de gezondheid van zijn werknemers. Zo organiseert ze verscheidene gezondheidscampagnes en probeert ze personeel inspraak te geven bij het opstellen van de dienstroosters.

Dat systeem staat nog wel niet helemaal op punt. Jan Coolbrandt van het ACV De Lijn verduidelijkt: "Bij De Lijn hebben we personeel met vaste dienstrollen, en reservepersoneel dat de gaatjes invult. Aan die laatste groep een flexibel rooster geven, is niet evident." Echt specifieke maatregelen om het werk te verlichten voor vijftigplussers heeft de Lijn wel niet.

Tot 20 jaar meenemen uit 'de privé'

De Vlaamse overheid zet in op zijn werknemers met ervaring met onder andere het Zin?Ja!-netwerk. Hier krijgen oudere werknemers de kans om enerzijds hun werkervaringen uit te wisselen met hun jongere collega’s. Daarnaast moet het netwerk ook personeelsdiensten inspireren om een leeftijdsbewust personeelsbeleid te voeren.

Een Vlaamse ambtenaar kan sinds de vorige regeerperiode ook tot 20 jaar ervaring uit de privésector meenemen. Ambtenaren bij de Vlaamse Overheid moéten ook niet met pensioen wanneer ze 65 worden. Hun pensioen kan telkens met één jaar verlengd worden. Hier is opnieuw één op de drie werknemers ouder dan vijftig.

Federale overheid heeft historische voorsprong

De federale overheid scoort beter dan zijn Vlaamse evenknie. Volgens cijfers van de federale overheid zelf is ongeveer 45% ouder dan vijftig. Bijna één procent is zelfs ouder dan 65. Dat de Vlaamse overheid minder vijftigplussers tewerkstelt, is volgens Luc Hamelinck, voorzitter van ACV Openbare diensten, historisch zo gegroeid.

De Vlaamse overheid is pas in de jaren 80 gestart, en toen zijn er verhoudingsgewijs meer jonge mensen zijn aangenomen. De federale overheid wil zijn ambtenaren liefst zo lang mogelijk aan het werk houden. Ook hier wordt ingezet op thuis- en telewerken en interne jobmobiliteit. Opvolgingstrajecten voor oudere werknemers, zoals die in de privésector te vinden zijn, heeft de federale overheid dan weer niet.

"Ook overheid heeft nog geen antwoord op hamvraag"

Bij de overheden en overheidsbedrijven werken dus relatief veel vijftigplussers. Dit lijkt echter in de meeste gevallen niet het gevolg te zijn van een specifieke aanwervingsstrategie, maar het is veeleer historisch zo gegroeid.

Echt veel specifieke maatregelen om het werk werkbaar te houden voor ervaren werknemers zijn bij de overheidsbedrijven ook niet te vinden. Zoals Luc Hamelinck van het ACV concludeert: "Ook de overheid kan de vraag over hoe je het werk werkbaar houdt voor de werknemer met wat meer jaren op de teller, nog niet helemaal beantwoorden. En dat zou toch moeten, zeker als we met z’n allen langer moeten werken."