Ondergraaft de farmasector zijn eigen toekomst?

Is de farmasector wereldvreemd geworden en ondergraaft hij daardoor zijn eigen toekomst? In een opmerkelijk opiniestuk in De Standaard kijkt Julien Brabants, de bestuurder van de farmareus GlaxoSmithKline België, in eigen boezem en pleit hij ervoor dat de sector niet met duur onderzoek zou zwaaien om hoge prijzen voor geneesmiddelen te vragen.

"Zijn wij farmabedrijven wereldvreemd geworden?", vraagt Brabants zich af. "Meer en meer farmaceutische bedrijven focussen zich tegenwoordig op nichemarkten. (...) Het gaat dan over aandoeningen waar slechts weinig patiënten aan lijden, maar die wel een hoge medische nood met zich meebrengen." Brabants vraagt zich af of zoiets wel redelijk is.

Farmabedrijven moeten zich minder concentreren op dure nichemarkten en meer gaan voor een volumegedreven ondernemersmodel, vindt hij.

Twee jaar geleden ontstond nog opschudding nadat was gebleken dat farmaproducent Alexion een 7-jarige jongen en zijn ouders zonder hun medeweten had gebruikt om de overheid onder druk te zetten bij onderhandelingen over de terugbetaling van Soliris, een peperduur medicijn tegen een zeldzame immuunziekte. 

De farma moet alle kosten dragen van onderzoek, erkent Brabants. "Dat is een realiteit, maar het is voor farmabedrijven nog geen vrijgeleide om buitensporige prijzen te vragen. Zeker nu onze overheid het budgettair moeilijk heeft." Hij vraagt zich af of dit wel redelijk is.

De farma-topman pleit voor akkoorden tussen de overheid en de farmaceutische bedrijven waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de toegevoegde waarde van een geneesmiddel. Daarbij horen ook het aantal banen en investeringen dat de productie van een welbepaald geneesmiddel oplevert.