Parket wil Fehriye Erdal voor assisen voor drievoudige moord

Het federaal parket heeft aan de Brugse raadkamer gevraagd om Fehriye Erdal (38) naar de kamer van inbeschuldigingstelling te verwijzen voor haar betrokkenheid bij een drievoudige moord in Turkije in 1996. De verdediging vroeg om bijkomend onderzoek, waardoor de zaak voor onbepaalde tijd is uitgesteld.

In januari 1996 werden in Istanbul zakenman Ozdemir Sabançi, zijn secretaresse en Haluk Gorgün, directeur-generaal van Toyota Turkije, om het leven gebracht. Op dat moment werkte Fehriye Erdal als koffiedame in het bedrijf van Gorgün. De militante van de extreemlinkse beweging DHKP-C zou de huurmoordenaars binnengelaten hebben en zou bovendien het brein zijn achter de drievoudige moord.

Na haar vlucht naar België werd Erdal in 1999 in Duinbergen opgepakt voor onder andere bendevorming en verboden wapenbezit. Ondanks toezicht van de Staatsveiligheid wist de verdachte in 2006 te ontkomen. Uiteindelijk kreeg Erdal slechts twee jaar met uitstel voor inbreuken op de wapenwet.

"België wel degelijk bevoegd in deze zaak"

Het proces over de moorden in Istanbul moest volgens het federaal parket in Turkije gevoerd worden. "Na een lang rechtsverloop heeft het hof van cassatie beslist dat België wel degelijk bevoegd is in deze zaak", aldus meester Paul Bekaert, raadsman van Erdal.

Over de grond van de zaak merkt meester Bekaert op dat een medeverdachte in het dossier ondertussen in de gevangenis zelf vermoord zou zijn. Bovendien zouden de feiten in Turkije wel als een politiek misdrijf gekwalificeerd worden. Tenslotte vindt de verdediging dat na bijna 20 jaar de redelijke termijn overschreden is.

De verdediging diende een verzoekschrift voor bijkomend onderzoek in, waardoor de verwijzing voorlopig uitgesteld is. Op termijn zal Fehriye Erdal voor het hof van assisen in Brugge moeten verschijnen. De vrouw is nog steeds spoorloos en zal dus zo goed als zeker bij verstek berecht worden.