Buitenlandse Zaken geeft aantal e-mails van Clinton vrij

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft vrijdag een eerste deel van de tienduizenden mails openbaar gemaakt die ex-minister en presidentskandidate Hillary Clinton via haar persoonlijke e-mailadres verstuurd heeft. Deze zullen mogelijk meer informatie verschaffen over de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi in Libië in 2012.

Vrijdag worden 296 e-mails publiek gemaakt. Een rechter legde het ministerie deze week op om de berichten meteen geleidelijk aan vrij te geven, en niet allemaal in een keer, zoals was voorzien voor januari 2016. Clinton zelf vroeg ook om zo snel mogelijk over te gaan tot de publicatie.

Het gaat om berichten die dateren van 1 januari 2011 tot 31 december 2012, en die gaan over de veiligheid en de aanslagen tegen de ambassade, en de diplomatieke aanwezigheid van de VS in Libië.

"De e-mails die we vandaag vrijgeven veranderen de essentiële feiten niet in verband met wat we al weten over de omstandigheden voor, tijdens en na de aanvallen", aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken aan BBC.

De mails van Clinton, die stammen uit de tijd dat ze minister van Buitenlandse Zaken was - januari 2009 tot februari 2013-, zorgen al weken voor polemiek in Washington. Ze werden namelijk verstuurd met Clintons persoonlijke mailadres, in plaats van met het e-mailadres van de federale regering.

In totaal zou het gaan om 30.000 e-mails die 55.000 bladzijden beslaan. Die worden momenteel door Buitenlandse Zaken gecontroleerd, om ze vervolgens vrij te geven, in de loop van de komende weken. De berichten werden eerder al overgemaakt aan een onderzoekscommissie van het Congres.

Benghazi

In de nacht van 11 op 12 september 2012 viel een groep radicale islamieten de Amerikaanse consulaat in Benghazi aan. Bij de aanval, waarbij een deel van het gebouw in brand gestoken werd, kwamen de Amerikaanse ambassadeur, een inlichtingenambtenaar en twee veiligheidsmensen om.

De regering zei eerst dat de aanval een uit de hand gelopen betoging tegen de anti-moslimfilm 'Innocence of Muslims" was, later gaf president Barack Obama toe dat het om een terroristische aanval ging van de islamitische groep Ansar al-Sharia. 

Een onafhankelijke onderzoekscommissie oordeelde achteraf dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken tekort was geschoten bij het waarborgen van de veiligheid van het Amerikaanse consulaat.