Jambon zet door met pensioenvoorstel voor politie

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zet door met zijn pensioenvoorstel voor de politie. De N-VA'er voelt zich gesterkt door het groen licht van NSPV, een van de twee grote politiebonden. Dat de grootste vakbond -VSOA Politie- met negentig procent tegenstemde, wijt Jambon aan het negatieve stemadvies van de VSOA-top.

Jambon legde vorige week een "best and final offer" neer om de gevolgen te temperen van een arrest van het Grondwettelijk Hof vorige zomer. Duizenden agenten moesten daardoor plots verschillende jaren langer werken.

Jambon stelde een tijdelijk regime voor. Agenten die een preferentieel systeem genoten voor het arrest, zouden daardoor vier jaar voor de eigenlijke leeftijd van vervroegd pensioen mogen stoppen met werken. Concreet mogen ze dus stoppen op 58 of 59, weliswaar met slechts recht op degressief wachtgeld en zonder nog pensioenrechten op te bouwen.

De kleine bonden stemden meteen tegen, maar ook bij de twee grote politiebonden -VSOA en NSPV- kon Jambon enkel de NSPV-top overtuigen. De leiding van VSOA legde het voorstel van de minister wel voor aan haar leden, maar met een negatief stemadvies. Negentig procent van de VSOA -die goed is voor 35 à 40 procent van de agenten- stemde tegen.

Jambon tevreden met steun

Jambon toont zich niettemin tevreden. Twee derde van het NSPV -dat 25 à 30 procent van de agenten vertegenwoordigt- stemde immers wel voor. "Dat wijst toch op een groot draagvlak bij één van de twee grote vakbonden", reageert Jambon bij monde van zijn woordvoerder. De minister bedankt het NSPV voor die steun.

Maar wat dan met de grootste vakbond, waar negentig procent tegen stemde? Volgens het kabinet-Jambon geeft dat een vertekend beeld, aangezien de VSOA-top bij de leden actief gepleit had voor een tegenstem. "Als twee derde van het NSPV voor is, dan klinkt dat voor ons zeer goed."

Dat ook het NSPV nog enkele garanties vraagt, lijkt het kabinet-Jambon niet onoverkomelijk. Zo wil de vakbond dat het regime sowieso tot 2019 blijft gelden, zelfs al komt er intussen een grote algemene pensioenhervorming. En na 2019 mag het regime slechts geleidelijk uitdoven. "Overleg zal nog nodig zijn, maar we gaan ervan uit dat we hier wel uitkomen."