Vier jaar zwijgen over de staatshervorming? - Bart Maddens

De dag na de verkiezingen pleegde ik op deze website een stuk onder de titel “N-VA mist afspraak met de geschiedenis” (1).Het leverde mij de banbliksems op van heel wat N-VA-ers. Die stoorden zich eraan dat ik glans leek te ontnemen aan hun overwinning.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

“De N-VA heeft haar afspraak met de geschiedenis overduidelijk niet gemist” kopte het partijblad een paar weken later. Want, aldus het blad, “onze status als brede volkspartij werd definitief bevestigd”. Dat laatste valt natuurlijk nog te bezien. In tijden van hoge electorale volatiliteit geldt immers meer dan ooit de oude GB-slogan: “dertig procent van de kiezers, dat moet je verdienen, elke verkiezing opnieuw”.

Een blijvertje

Maar het klopt wel dat velen er in 2010 van uit waren gegaan dat de N-VA-tsunami niets meer was dan het gevolg van een kortstondig BHV-effect. 2010 was een communautaire dioxine-verkiezing, dacht men. Een keer dat de communautaire demonen bezworen zijn, zal de N-VA-lucifer snel uitdoven. 2014 heeft inderdaad aangetoond dat dit niet zo was. Alleen wisten we dat al. Het waren de lokale verkiezingen van 2012 die hebben bewezen dat de N-VA een blijvertje is. Lokale verkiezingen zijn veruit de moeilijkste verkiezingen voor een nieuwe partij. En toch slaagde de N-VA erin om het resultaat van 2010 min of meer te evenaren.

Als de N-VA er in moeilijke omstandigheden in slaagt om zo een resultaat neer te zetten, hoeveel sterker zou de partij dan wel niet kunnen scoren bij de veel gemakkelijkere regionale en federale verkiezingen? De hoop van de N-VA om mathematisch incontournable te worden in het Vlaams Parlement was dan ook niet zonder grond. Te meer omdat heel wat opiniepeilingen dit ook voorspelden. Des te groter was de ontgoocheling toen bleek dat dit niet het geval was. Het absolute nachtmerriescenario van de N-VA werd werkelijkheid: de traditionele partijen haalden een absolute meerderheid in Vlaanderen. De kiezer had de tripartite beloond. Even leek het een uitgemaakte zaak dat die gewoon kon voortdoen.

Signaal van de kiezer

Als er vorig jaar op een spectaculaire manier geschiedenis werd geschreven, dan heeft dat niet in de eerste plaats te maken met de verkiezingsuitslag, maar wel met wat er nadien is gebeurd. Sinds geruime tijd houdt de Belgische politieke elite weinig of geen rekening met het signaal van de kiezer. Er was altijd een reflex van uitsluiting ten aanzien van anti-systeempartijen die surften op het ongenoegen van de burgers. Dat was ook nog het geval in 2010. Alleen nam het buiten spel zetten van de N-VA toen wat meer tijd in beslag, omdat men het ‘racisme’ niet kon gebruiken als alibi. Maar het was duidelijk dat zowel de Franstalige als heel wat Vlaamse politici van meet af aan hebben aangestuurd op het uitroken van de N-VA.

Telkens gedroegen de traditionele partijen zich als een kartel dat de politieke macht kost wat kost wil monopoliseren, ongeacht het verkiezingsresultaat. Een beetje zoals het Italiaanse pentapartito in de jaren zeventig en tachtig. Maar hoe komt het dan dat dit patroon in 2014 plots is doorbroken? Wellicht zal het vooral die vraag zijn waarover de toekomstige historici zich het hoofd zullen breken. Waarom zette men de poorten van de federale macht nu opeens wél breed open voor een anti-systeempartij? En dat terwijl de traditionele partijen hun positie net hadden versterkt en een voortzetting van de tripartite bijgevolg de meest voor de hand liggende uitkomst was.

Intussen weten we dat het in eerste instantie CD&V was die de knop heeft omgedraaid richting een regeringsdeelname van de N-VA op alle niveaus. Nadien was er dan de paniekerige vlucht vooruit van PS en CdH, met een politieke kettingreactie tot gevolg. Misschien was CD&V er beducht voor dat men de elastiek net iets te ver zou uitrekken door de Vlaamse stemmenkampioen nog maar eens uit te sluiten van de macht. Misschien vreesde het Belgische establishment dat dit de legitimiteit van het politieke systeem te zwaar onder druk zou zetten. Misschien waren er voldoende geruststellende signalen waaruit bleek dat de N-VA bij nader inzien toch niet zo anti-systeem is als artikel 1 van de partijstatuten laat uitschijnen. Dat de N-VA in 2014 bereid was tot zeer verregaande toegevingen is in elk geval geen voldoende verklaring, want dat was in 2010 ook al het geval.

Fall-out

De belangrijkste reden waarom ik er na de verkiezingen van vorig jaar van overtuigd was dat de tripartite zou worden verdergezet had echter te maken met de zesde staatshervorming. In het eerder geciteerde opiniestuk had ik het over de onvermijdelijke nucleaire fall-out van die staatshervorming. Maar eerlijk gezegd, toen ik dat schreef had ik nooit gedacht dat het zó erg zou worden. Stel je voor, de financieringswet is vandaag zo ingewikkeld dat er op de hele federale administratie nog één ambtenaar rondloopt die weet hoe de gewestdotatie moet worden berekend. Of toch denkt dat te weten. Want het resultaat van die berekening wordt nog steeds niet aanvaard door het Waals Gewest. Dit is werkelijk du jamais vu.

En dit is dan nog maar het topje van de ijsberg. Haast dagelijks duiken er berichten op over problemen als gevolg van de zesde staathervorming. Dat gaat van kleine kwesties (Hoe ver reikt de bevoegdheid voor de rijopleiding? Wat wordt het taalregime van de Franstalige rusthuizen die in Brussel worden overgeheveld naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ?) tot grote (Wie is er bevoegd voor de indexering van de huurprijzen of de invulling van de ‘aangepaste beschikbaarheid’ voor bruggepensioneerden, wat is de rol van de deelstaten in de tax shift, zal het sociale beleid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel worden afgestemd op dat van het Waals Gewest ? enz…). Zelfs Marc Justaert van de CM waarschuwde in zijn recente Rerum Novarum-toespraak voor chaotische toestanden als gevolg van de zesde staatshervorming, specifiek wat de ouderenzorg betreft: “'Betrokkenen zitten met de handen in het haar. Zeker in Brussel dreigt een fiasco.” (De Standaard 15 mei).

Kamikaze

Dit alles bevestigt enkel maar wat ik eerder al schreef:  de zesde staatshervorming is een hallucinant kluwen van halfslachtige bevoegdheidsoverdrachten. De enige manier om dit explosieve mengsel niet tot ontploffing te laten komen is de vorming van zo symmetrisch mogelijke federale en regionale regeringen. Dacht ik vorig jaar. Maar paradoxaal genoeg is de regeringsvorming uitgedraaid op extreem-asymmetrische coalities. Dat was inderdaad kamikaze, maar dan voor België. Nochtans moeten de traditionele partijen beter dan wie ook hebben beseft dat de implementatie van een dermate met haken en ogen aan elkaar hangende staatshervorming een enorm heikele operatie zou worden, die een intense samenwerking tussen de verschillende niveaus zou vergen. Blijkbaar zijn ze er naïef weg van uitgegaan dat één moraliserend zinnetje in het federale regeerakkoord zou volstaan om de zaak te regelen: “De verschillende bestuursniveaus die de zesde staatshervorming in werking moeten laten treden moeten zich laten inspireren door institutionele stabiliteit en verantwoordelijkheidszin”.

Omerta

Het probleem wordt nu opgelost door erover te zwijgen. Maar zal de regering dit nog vier lange jaren kunnen volhouden? Vier jaren zonder enige vorm van communautaire onderhandeling over de noodzakelijke patchfiles voor de ontelbare bugs in de zesde staatshervorming? We zullen zien. Hoe dan ook is de situatie vandaag behoorlijk onwezenlijk. Het regent communautaire problemen, maar de federale regering doet alsof de zon schijnt. En precies als gevolg van de communautaire omerta binnen de regering blijven veel van die problemen ook onder de waterlijn. Ze dringen vooralsnog niet echt door tot de media en de publieke opinie, toch zeker niet in Vlaanderen.

Of dat zo blijft hangt af van de vraag hoe hard de PS-deelregeringen het zullen spelen. Maar daarnaast heeft ook de N-VA de macht en de middelen om de communautaire problemen weer onder de aandacht van de kiezers te brengen. Aan argumenten voor een nieuwe confederale hervorming is er in elk geval geen gebrek. De partij kan die echter niet ten volle uitspelen omdat ze zich moet houden aan het eerste gebod van Michel: “Gij zult zwijgen over het communautaire”. Alleen, hoe ver reikt dat verbod precies? Toen N-VA fractieleider Hendrik Vuye op 2 april in de Kamer fulmineerde tegen de financieringswet werd hij meteen op de vingers getikt door Patrick Dewael. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden om, samen met zijn collega Veerle Wouters, de zesde staatshervorming met de grond gelijk te maken op knack.be. De jongste maanden merk je ook dat de N-VA de Vlaamse regering gebruikt als achterpoort om het federale verbod te omzeilen. Zo bestelde Geert Bourgeois een nieuwe studie naar de transfers. En woensdag haalde Liesbeth Homans zwaar uit naar Charles Michel en Kris Peeters, omdat ze in Japan de Vlaamse bevoegdheid inzake buitenlandse handel usurpeerden.

Diezelfde Liesbeth Homans spaart ook haar kritiek op de zesde staatshervorming niet: “De zesde staatshervorming is echt een rommeltje: van homogene bevoegdheidspakketten is geen sprake. Ik geloof dat we de mensen ervan kunnen overtuigen dat er door al die hiaten aanpassingen nodig zijn.” zei ze in De Standaard (9 mei). Dan komt de aap echter uit de mouw: “Of we met die vraag in 2019 naar de kiezers gaan, weet ik niet. Daarvoor is het veel te vroeg.” De N-VA heeft met andere woorden nog niet beslist of ze een communautair dan wel een economisch verhaal zal brengen in de campagne van 2019. Maar als het communautaire dynamiet zich vier jaar lang blijft opstapelen, dan zal die keuze zich misschien vanzelf opdringen. En wie weet haalt de partij dan wél haar afspraak met de geschiedenis.

(1)

(Bart Maddens is hoogleraar politieke wetenschappen in Leuven)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.