De jongste gesneuvelde was 14: John Condon

“Age 14” staat er op zijn graf. Leeftijd: 14 jaar. Een van de duizenden witte headstones op Poelcapelle British Cemetery. Steevast vind je bloemen, versjes of kleine houten kruisjes bij de zerk van soldaat John Condon. Officieel wordt deze Ierse jongen beschouwd als het jongste militaire slachtoffer van de Groote Oorlog. Hij sneuvelde op 24 mei 1915 bij Ieper.

Het was een Pinkstermaandag. De 2e Slag om Ieper woedde al weken. Een maand eerder was voor het eerst chloorgas ingezet. Dit zou de finale worden. Voor dag en dauw stonden de manschappen klaar in de loopgraven. Het 2e bataljon van het Royal Irish Regiment (met John Condon) zou samen met andere Britse eenheden de aanval op Mouse Trap Farm inzetten: de ruïne van een omwalde hoeve, hoger gelegen en nu bezet door de Duitsers. (De boerderij is na WO.1 heropgebouwd en staat in Ieper bij de “kop” van de A19. De snelweg Kortrijk-Ieper stopt er abrupt, omdat het historische slagveld vlakbij ligt.)

“Drie gekleurde vuurpijlen schoten vanuit een luchtballon in Boezinge de lucht in, het teken tot de aanval…” staat er in een Brits regimentsdagboek. Ook de Pruisische officier, 100 meter noordelijker ingegraven bij Mouse Trap Farm, noteert dit signaal in zijn dagboek. Het Ierse bataljon van John Condon zou die dag gehalveerd worden: 16 officieren en 378 andere manschappen werden geraakt.

De 14-jarige Condon sneuvelde, maar zijn lichaam werd pas in 1922 in een massagraf geïdentificeerd en in Poelkapelle begraven. Daarom vermeldt zijn persoonlijk dossier (in de Londense legerarchieven) aanvankelijk “killed in action at not known” (zie foto).

Dat Pinksterweekend van 1915 zou het einde betekenen van de 2e Ieperslag, waarbij tienduizenden slachtoffers vielen. De frontlijn bij Ieper zou standhouden tot de zomer van 1917, tot de Slag bij Passendale of 3e Slag om Ieper.

Was hij 14?

Hoe kwam een kind van veertien in het leger terecht? Met die vraag trok ik 20 jaar geleden naar zijn geboorteplek Waterford, de Zuid-Ierse havenstad. Oude kranten in het stadsarchief hadden het over die “struise jongen, veel groter dan zijn leeftijdsgenoten”, een straatjongen die al voor de oorlog hardop droomde van een leven als soldaat.

Zijn huisje stond op nr. 2 van Thomas’s Avenue, door iedereen Wheelbarrow Lane genoemd, de Kruiwagensteeg. Het gezin-Condon woonde op de hellende oevers van de Suir in de wijk Ballybricken.

Een geboorte- of doopakte vond ik niet, maar het gezin duikt op in de volkstelling (Census) van 1901 en 1911. Met een tiental woonden ze in een piepklein huis. Blijkt dat de jongste Condon niet John, maar Patrick heette. Dat voedt een hypothese dat Patrick de naam van zijn oudere broer bezigde toen hij zich in oktober 1913 meldde als parttime reservesoldaat in de kazerne van Clonmel, op 40 kilometer van thuis. Omdat hij vrij groot was (ongeveer 1 meter 60 volgens het medische keuringsattest) kon hij liegen over zijn leeftijd. Duizenden jongens zouden later hetzelfde doen om naar dat grote avontuur, de oorlog te mogen.

Een sluitend bewijs over zijn leeftijd is dit niet, maar hoe kunnen de non-believers verklaren dat het verhaal van deze 14-jarige soldaat al kort na de oorlog rondging? Niet voor niets brachten de kranten keer op keer dat verhaal. Ook familieleden die ik in Ierland ontmoette, vertellen van generatie op generatie het verhaal van hun 14-jarige John die in “Ypres” sneuvelde. Het feit dat hij 18 was volgens zijn rekruteringsbrief (in het legerarchief ) zegt niets over zijn ware leeftijd... Natuurlijk moest hij beweren dat hij oud genoeg was, anders werd hij weggestuurd.

Er blijven beslist nog onbeantwoorde vragen over de 14-jarige soldaat John Condon. Zo denken sommigen dat ‘John’ (of Patrick) samen met zijn neef Nicholas stiekem naar Liverpool reisde, als verstekelingen aan boord van een stoomboot om zich daar in het Britse leger in te schrijven. Ze hadden er een oom wonen. Volgens deze versie bedacht Nicholas zich; de ander trok naar de oorlog...

Verkeerd geïdentificeerd?

Soldaat John Condon werd 8 jaar na zijn dood geïdentificeerd dank zij een stempel aan de binnenkant van zijn laarzen (zie foto): een stempel met R.I.R. (Royal Irish Regiment) en 6322, zijn stamnummer. Het stukje leer, de bovenkant van zijn schoen, werd naar de familie opgestuurd en wordt er nog bewaard. Sommigen menen dat het net zo goed kan gaan om soldaat Fitzsimmons van het 2e Bataljon Royal Irish Rifles (ook RIR). Ligt een andere arme kerel onder de grafsteen in Poelkapelle? Alleen een DNA-test zou hier na 100 jaar uitsluitsel kunnen geven.

In 2003 stond ik met een familielid en naamgenoot van John Condon voor het graf (zie foto). Het was een bejaarde man. Zoon van een broer, van Patrick. Samen met zijn neef Sonny en enkele kinderen kwam hij het graf van zijn oom “uncle John” in België bezoeken. Zij waren de eersten van de Waterford Condons die ooit het graf in Poelkapelle bezochten. Niemand die twijfelde dat ‘John’, die op 24/5/1915 sneuvelde, wel degelijk een kind was. Een jongetje uit Waterford, met een droom: soldaat worden, liefst zo snel mogelijk. De oorlog was een onweerstaanbare kans op avontuur en glorie. Hij vertrok naar Frankrijk en België, maar keerde nooit terug naar Ierland. Zijn lichaam rust onder een ”headstone”, een soldatenzerkje ergens in Flanders Fields. Vermoedelijk in Poelkapelle.

Geert Spillebeen is journalist VRT-Nieuws en auteur van de jeugdroman "Age 14".

lees ook