Spaanse traditionele partijen riskeren oplawaai

In Spanje zijn de stemlokalen geopend voor erg belangrijke lokale verkiezingen die als een test worden beschouwd voor de parlementsverkiezingen die in de herfst worden gehouden. Zo'n 35 miljoen kiesgerechtigden zijn opgeroepen om nieuwe gemeentebesturen en een aantal nieuwe deelstaatparlementen te kiezen.

Volgens de laatste peilingen dreigt de conservatieve Partido Popular (PP) van premier Mariano Rajoy veel stemmen te verliezen. Wellicht zal de partij het gelag betalen voor het strenge besparingsbeleid dat ze de afgelopen jaren heeft gevoerd. Daardoor heeft de economie zich enigszins hersteld van de diepe crisis waarin ze verzeild was geraakt, maar voor een groot deel van de bevolking heeft het beleid een aanzienlijke verarming veroorzaakt. De PP is nu aan de macht in 11 van de 17 Spaanse regio's.

Of de socialistische Partido Socialista Obrero Español (PSOE) van Alfredo Rubalcaba van de toestand zal kunnen profiteren, is niet zeker, want de partij wordt mede verantwoordelijk geacht voor de toestand waarin de Spaanse economie is terechtgekomen.

Het wordt uitkijken naar de score van Podemos ("We kunnen", nvdr.), een nieuwe partij die gegroeid is uit de protestbeweging tegen het beleid van de PP, en die van de liberale beweging Ciudadanos ("Burgers", nvdr.). De peilingen voorspellen dat die twee nieuwe partijen veel stemmen zullen halen. Het wordt niet onmogelijk geacht dat op die manier een eind kan komen aan de traditionele tweedeling in de Spaanse politiek, waarbij de PP en de PSOE elkaar afwisselen aan de macht.