Aanklacht wegens moord tegen eigenaar Rana Plaza

In Bangladesh is de eigenaar van de in 2013 ingestorte textielfabriek Rana Plaza samen met een veertigtal anderen aangeklaagd wegens moord. Bij de ramp kwamen meer dan 1.100 mensen om het leven en raakten ongeveer 2.500 mensen gewond.
AP2013

De textielfabriek Rana Plaza, gebouwd op moerassige grond even buiten de hoofdstad Dhaka, stortte op 24 april 2013 in. De ramp geldt als een van de grootste industriële ongelukken ter wereld.

In Bangladesh, 's werelds op één na grootste exportland van confectiekleding, gebeuren wel vaker dergelijke ongelukken in kledingfabrieken en critici klagen dat de machtige bazen van de kledingindustrie te vaak hun straf ontlopen.

Daarom zijn deze aanklachten een zeldzame stap richting gerechtigheid. In totaal worden zo'n 40 mensen aangeklaagd, onder wie de eigenaar van het gebouw, Sohel Rana, zijn ouders en een hele reeks overheidsfunctionarissen. Ook de eigenaars van de vijf fabrieken die in het gebouw gevestigd waren, zijn aangeklaagd.

"Massamoord"

Er zijn twee verschillende klachten, één wegens moord, de andere wegens schending van de bouwregels. De twee klachten zullen in verschillende rechtszaken behandeld worden.

Het onderzoek naar de ramp wees uit dat de arbeiders verplicht werden om in het gebouw te werken, ondanks het feit dat er de dag voor de ramp grote scheuren in de muren waren ontdekt. In het politieverslag wordt de term massamoord gebruikt.

Eind juni vindt een eerste hoorzitting plaats. Als de beklaagden wegens moord veroordeeld worden, riskeren ze de doodstraf.

AP2013