PD van premier Renzi ondanks verlies nog steeds grootste van Italië

De regerende Democratische Partij (PD) van de centrumlinkse premier Matteo Renzi blijft de sterkste partij van Italië, na de regionale en gemeenteraadsverkiezingen in het land. De voorlopig nog officieuze resultaten van de stembusgang bevestigen voorts het voorspelde einde van Silvio Berlusconi en diens door interne ruzies geteisterde Forza Italia.

De Italianen hebben gisteren in zeven van de twintig provincies een gouverneur kunnen kiezen. Het gaat slechts om regionale verkiezingen, maar toch wordt de stembusgang beschouwd als een belangrijke test voor premier Matteo Renzi, die vijftien maanden geleden aan de macht kwam.

Hoewel er een duidelijk stemmenverlies is op te merken bij de PD, is de partij wel aan de winnende hand. In de eerste voorspellingen van staatsomroep Rai staat de partij van de premier op 23,7 procent (wat ruim 16 procent minder is dan bij de Europese verkiezingen van vorig jaar).

De tweede plaats is voor de Movimento Cinque Stelle (M5S) van "komiek" Beppo Grillo met 18,4 procent. Het is onduidelijk of die partij nu als links of rechts moet worden bestempeld. Pas na de xenofobe partij Lega Nord (12,5 procent), eindigt het Forza Italia van Il Cavaliere, met amper 10,7 procent.

Opkomst

Het stemmenverlies belet de PD niet om opnieuw vijf van de zeven gouverneursposten te halen. De regeringspartij behoudt, volgens de voorspellingen, Toscane, Umbrië, Marche en Apulië. Voorts zou zij Campania, de regio rond Napels, veroveren, maar de regio Genua kwijtspelen aan Forza Italia. De regio Veneto blijft in handen van de Lega Nord.

Slechts 54 procent van de stemgerechtigde Italianen heeft een stem uitgebracht op een van de kandidaat-gouverneurs. De opkomst lag daarmee maar liefst tien procentpunt lager dan bij de vorige regionale verkiezingen. Bij de lokale verkiezingen, waarvoor nog geen prognoses beschikbaar zijn, daalde de opkomst van 73 naar 64 procent.

De officiële uitslagen worden in de loop van de dag verwacht.