Luxemburgers kunnen voortaan bij Belgisch antigifcentrum terecht

De inwoners van het Groothertogdom Luxemburg kunnen voortaan bij het Belgische antigifcentrum terecht met dringende vragen over schadelijke producten waarmee zijzelf of iemand uit hun omgeving in contact kwamen. Dat heeft minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) aangekondigd na de ondertekening van een conventie.

"We kunnen het ons allemaal inbeelden: dochter- of zoonlief heeft "een paar pillekes" ingeslikt of "iets blauws" gedronken uit een fles in het tuinhuis", schetste De Block bij de ondertekening, geflankeerd door haar Luxemburgse evenknie. "Als ouders - zelfs al zijn we dokter - maken we ons dan natuurlijk grote zorgen."

Luxemburg beschikt zelf niet over een antigifcentrum. Een EU-richtlijn uit 2008 verplicht echter dat burgers bij noodgevallen ergens terechtkunnen voor informatie. Aangezien Luxemburgse artsen al jaren contact kunnen opnemen met het Belgische centrum, vroeg het groothertogdom die dienst uit te breiden naar alle burgers.

Jaarlijks zou dat naar schatting 2.500 Luxemburgse telefoontjes opleveren bij het antigifcentrum, bovenop de Belgische oproepen. Vorig jaar waren dat er zowat 54.000.

Het antigifcentrum zal ook een lijst bijhouden van de antigiffen die in de Luxemburgse ziekenhuizen beschikbaar zijn. Het groothertogdom betaalt België 198.000 euro voor de diensten. De nieuwe conventie is vijf jaar geldig, waarna de samenwerking geëvalueerd en eventueel hernieuwd zal worden.

"Het belangrijkste blijft dat de mensen beter geholpen worden, maar we moeten onze gezondheidszorg ook praktisch en doeltreffend aanpakken", zegt De Block nog. "En samenwerking tussen twee landen kan ook kostenbesparend zijn voor de patiënten en de overheid."