Steeds meer visbestanden in Noordzee op duurzaam niveau

Het gaat steeds beter met de visbestanden in de noordelijke wateren van Europa. Meer dan de helft wordt intussen bevist op een wijze die het voortbestaan van deze bestanden garandeert. In de Middellandse Zee daarentegen bedreigt overbevissing quasi alle bestanden, zo waarschuwde de Europese Commissie dinsdag.

Ter voorbereiding van haar voorstellen over de vangstquota voor volgend jaar maakte de Commissie een balans op van de visbestanden. Voor de Noordzee, de Baltische Zee en de rest van de noordoostelijke Atlantische Oceaan stemde die analyse tot tevredenheid. Van de 62 onderzochte bestanden waren er vorig jaar 32 op een duurzaam niveau. In 2009 gold dat slechts voor 14 procent van de bestanden.

"Het zichtbare succes in de noordelijke visserij bewijst dat duurzaam visbeheer mogelijk is", prees eurocommissaris Karmenu Vella. Bestanden als schol en koolvis worden bevist op een niveau dat duurzaam is. Voor tong in de Noordzee geldt dat ook nog net. Kabeljauw daarentegen wordt nog steeds overbevist, vooral in het Kattegat en het Skagerrak. Daar bevinden de kabeljauw- en tongbestanden zich op een zeer laag niveau.

Overbevissing in Middellandse Zee en Zwarte Zee

Vella maakt zich echter vooral zorgen om de Middellandse Zee. Liefst 93 procent van de onderzochte visbestanden wordt niet duurzaam bevist. Dat geldt zowel voor bestanden die enkel door Europeanen worden bevist als voor bestanden die ook door vissers uit derde landen bevist worden. Bij bestanden als heek, mul, zwarte zeeduivel en blauwe wijting ligt de visserijsterfte meer dan zes keer hoger dan duurzaam zou zijn.

De Zwarte Zee is er amper beter aan toe: daar wordt 86 procent van de bestanden overbevist.