"Race tegen de klok" na bootongeluk in China

Een dag na de scheepsramp op de Jangtse-rivier in China zijn nog steeds meer dan 400 mensen vermist. Reddingswerkers zoeken nog naar overlevenden, maar koesteren niet veel hoop meer. De operatie wordt ook nog eens bemoeilijkt door het slechte weer. Als het aantal slachtoffers bevestigd wordt, is dit het zwaarste bootongeluk in China in zeventig jaar.

Gisteren kapseisde een boot met 458 mensen aan boord op de Jangtse-rivier in de Chinese provincie Hubei, in het centrum van het land. Het cruiseschip was onderweg van de stad Nanjing naar de stad Chongqing, de opvarenden waren vooral oudere Chinese toeristen. Volgens de kapitein maakte het schip in minder dan twee minuten slagzij als gevolg van een cycloon die gepaard ging met windstoten tot 130 kilometer per uur. Hij had niet eens de tijd om een noodsignaal uit te zenden.

Tot nu toe is slechts van 14 mensen bekend dat zij de ramp overleefd hebben. Volgens de Chinese staatstelevisie zijn nog maar 18 lichamen teruggevonden. De meeste slachtoffers zijn dus nog vermist, vermoedelijk zitten ze vast in de romp van het schip. Er is maar weinig hoop om nog overlevenden terug te vinden. Gisteren hoorden reddingswerkers nog gegil en geklop vanuit het ruim, het is niet bekend of dat nu nog het geval is.

De Chinese overheid heeft tientallen reddingsteams ter plaatse gestuurd. Duikers zouden proberen om de romp van het cruiseschip te bereiken, maar hun werk wordt bemoeilijkt door de slechte weersomstandigheden. "We werken in een race tegen de klok, maar zolang er hoop is, geven we ons voor 100 procent", verklaarde de Chinese minister van Transport Yuang Chuantang. De operatie wordt gesuperviseerd door de Chinese premier Li Keqiang.

De kapitein en de machinist van het schip zijn twee van de overlevenden, zij zijn door de politie aangehouden. Nabestaanden van mensen aan boord vragen zich af of de kapitein wel genoeg gedaan heeft om de veiligheid van de passagiers te garanderen.