Dossier Steve Stevaert vrijdag voor Brusselse correctionele rechtbank

Vrijdag moet de Brusselse correctionele rechtbank zich buigen over het dossier rond wijlen Steve Stevaert. De oud-politicus was door de Brusselse raadkamer naar de rechtbank doorverwezen op verdenking van verkrachting, maar hij benam zich van het leven toen dat nieuws begin april bekend raakte. Vrijdag zal de rechtbank enkel nog het verval van de strafvordering kunnen vaststellen.

De feiten waarvan Steve Stevaert beschuldigd werd, zouden in 2010 hebben plaatsgevonden. Tijdens opnames voor een uitzending die door Goedele Liekens gepresenteerd werd, ontmoette Stevaert een vrouw die op dat moment woordvoerster was van één van de bedrijven waarvan hij bestuurder was. Stevaert en de vrouw zouden na afloop van de opnames de uitzending bekeken hebben op zijn kantoor in Brussel, en in de loop van de avond zou Stevaert vervolgens de vrouw verkracht hebben. Zij zou daar jaren over gezwegen hebben maar was wel zodanig getraumatiseerd dat ze het betrokken bedrijf verliet.

Pas jaren later diende ze klacht in bij het Brusselse gerecht dat de zaak in alle discretie onderzocht. In de loop van dat onderzoek werd Stevaert herhaaldelijk verhoord. Waar hij eerst ontkende dat er ook maar iets gebeurd was, gaf hij in latere verhoren toe dat hij wel degelijk seksuele betrekkingen had gehad met de vrouw, al zou die daar wel mee ingestemd hebben.

Eind maart 2015 besloot de Brusselse raadkamer Stevaert door te verwijzen voor verkrachting en aanranding van de eerbaarheid, met de verzwarende omstandigheid dat hij misbruik zou gemaakt hebben van het gezag of de faciliteiten die zijn functie hem verleenden. Toen dat nieuws bekend raakte, benam de ex-politicus zich van het leven.

De rechtbank moet nu officieel vaststellen dat de strafvordering uitgedoofd is door het overlijden van Stevaert. De vrouw die hem beschuldigde, zal daar alvast niet bij aanwezig zijn.

Mocht u met vragen zitten rond zelfdoding, neem dan contact op met de zelfmoordlijn, op het telefoonnummer 1813.