Lidmaatschap criminele motorbende strafbaar stellen?

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) laat onderzoeken of het mogelijk is het lidmaatschap van een criminele motorbende strafbaar te stellen. Dat bleek woensdag na overleg met een aantal burgemeesters uit grensgemeenten met vooral Nederland, die de laatste maanden worden geconfronteerd met dergelijke bendes.
Jasper Jacobs
Minister Jambon met de burgemeesters.

Minister Jambon en de burgemeesters hebben vanmiddag een aantal uur rond de tafel gezeten met politie en justitie om na te gaan hoe het fenomeen kan worden aangepakt. De minister stelde naar eigen zeggen vast dat er al heel wat gebeurt, maar dat weinig doorstroming en coördinatie is tussen de verschillende niveaus. Daarop moet meer worden ingezet, vindt Jambon.

Minister Jambon wilde eerst proberen om de bendes zélf te laten verbieden, maar dat is niet zo eenvoudig. Hij wil nu nagaan of het lidmaatschap van dergelijke criminele motorbendes strafbaar kan worden gesteld. Met zijn collega van Justitie Koen Geens (CD&V) wil hij bekijken of het huidige wetgevend arsenaal daarvoor kan volstaan of dat er een wetswijziging nodig is. Volgens juristen zou het eenvoudiger zijn het lidmaatschap strafbaar te stellen dan de bendes zelf.

Ook wil de N-VA-vicepremier onderzoeken of er reservecapaciteit van de federale politie kan worden gemobiliseerd om lokaal steun te bieden.

Het was Kamerlid en burgemeester van Maasmechelen Raf Terwingen (CD&V) die vorige week de kat de bel aanbond en pleitte voor een kader om motorbendes aan te pakken. Nederland heeft zijn wetgeving verstrengd en ook Duitsland heeft zijn wetgeving aangepast, waardoor er een verdringingseffect optreedt en de motorbendes zich op onze wegen begeven.

"Terwijl ze zich in het verleden meer in hun clubhuizen ophielden, zijn ze vandaag nadrukkelijk aanwezig op straat", zei burgemeester van Lanaken Marino Keulen (Open Vld). "Hun clubs fungeren als dekmantel voor criminele activiteiten in de sfeer van drugs, afpersing en prostitutie. Ze trekken zich van god noch gebod iets aan en gaan er prat op"