Van Afrika tot in Europa - Aya Sabi

Laatst keek ik naar het NOS-journaal. Het was een reportage over vluchtelingen die probeerden in het Noorden van Europa te raken door vanuit Italië de trein te nemen of te voet de snelweg te volgen. Schrijnend hoe de vluchtelingen zich steeds opnieuw begaven op paden, doodlopend, waarvan de straatstenen door anderen waren weggehaald.

De journalist vroeg aan een jongen waar hij precies naartoe wilde in Europa. De jongen antwoordde, niet meer wetend waar het Noorden zich bevond, waar zijn toekomst op hem wachtte en het leven naar hem lachte: “Misschien dat u mij kan vertellen over de Europese landen. Welk land is het beste om naartoe te gaan?”

Een aantal jaren terug heb ik ze gezien. Ze zaten op een wit muurtje en keken naar de grote boten die probleemloos af en aan voeren in de haven van Tanger. Aan de rand van de Middellandse Zee, waar de lichtjes aan de overkant helder schitterden, want het is niet ver, het is héél dichtbij, bijna aan te raken. Ze waren met vijf en ze zagen alleen een witte horizon die grensde aan een smalle strook land. Het Beloofde Land. Ik weet het niet meer – het is al zolang geleden – maar misschien zongen ze wat de rest van Afrika zo zou kunnen meezingen:

Oh zee
Neem me mee
Naar de landen van licht
Hier ben ik verdwaald
Ik heb geen thuis
Ik heb geen dorp

Ik kon zonder gevaar in een van de grote boten stappen. Binnen anderhalf uur zou ik voet aan wal hebben gezet in Europa. Ik weet niet wat er met hen is gebeurd. Misschien hebben ze de overtocht gewaagd of de hoop en de moed al opgegeven voor ze vertrokken waren of misten ze het geld of zijn ze verdronken en misschien, héél misschien zijn ze er geraakt. Misschien ook niet.

Ik weet niet waarom ze wilden vertrekken. Een mens doet niets zomaar, maar waarschijnlijk hadden ze genoeg van de verveling die aan hun rokken knaagde, van de toekomst die even leeg en hol was als hun verleden, van de onmacht die ze samen met hun naam, status of sociale klasse uitspraken, van het geld dat boven werd gehaald bij alles wat gedaan moest worden, van de broden die nu werden verkocht aan de prijs van drie broden en één pak boter van vroeger, van de jongeren die van de ene dag op de ander in gevangenissen verdwenen, van de stilte die aan hun woorden hing, van de denderende luchtruimen, de hemellichamen die zich bewapenden voor een nieuwe, oude oorlog zonder tijd en einde, van de dictators – onze goede vrienden – de staatsgrepen die er op volgden om nieuwe dictators op een gouden troon te zetten en van de democratisch verkozen presidenten die als bandieten werden opgehangen.

Een mens zou van minder ziek worden.

Ik weet niet of ze arriveerden. Nee, natuurlijk arriveerden ze niet. Ze werden niet gelukkig en ze konden ook niet leven en vredig sterven na alles wat ze gezien hadden. Ze haalden het niet. Hun bootje kapseisde nadat hun leven al eerder was gekapseisd. Ze werden niet gered. Ze zonken, als ontdekkingsreizigers doken zij naar de stad Atlantis. En het is daar beter dan Noord. Het is daar beter dan Zuid. Beter dan overal.

Goed dat ze verdronken zijn.

Stel dat ze niet verdronken waren en arriveerden waar ze zeiden dat ze hen niet redden zouden, mochten ze verdronken zijn, want dat zou alleen maar meer vluchtelingen hebben aangetrokken. Ze zouden aanspoelen waar ze hen niet konden opvangen, waar ze niet mochten werken voor hun geld en niet mochten stelen,waar ze opvangplaatsen voor hen veranderden in hotels, waar mensen klaagden dat hun vakantie werd verpest door die vluchtelingen, waar men teleurgesteld was dat ze de overkant bereikt hadden, waar hun bestaan onbestaand was, waar zij niet mochten zijn, waar politici dagen discussieerden of ze wel een bad, een brood en een bed verdienden, waar ze zichzelf hopeloos in brand staken, waar ze hun lippen dichtnaaiden en nog steeds niemand naar hen omkeek of hen kwam blussen.

De ongelijkheid drijft mensen de zee op. De ongelijkheid zit ingebakken in onze machtsstructuren, in onze politiek en in de schijnheiligheid die we vaak diplomatie noemen. Zolang we onszelf rechten toe-eigenen die we ieder ander mens op deze wereld afnemen, zullen er zijn die naar een betere plek op zoek gaan. U en ik kunnen hen dat niet kwalijk nemen. Geen mens is illegaal. Wij hebben niet meer recht op erkenning, democratie, vrijheid en vrede als een ander. Sterker nog als deze waarden alleen en slechts alleen voor ons zijn, zijn ze waardeloos, van geen enkele nut, holle begrippen. Bestaat onze vrijheid echt uit grenzen die in één richting over te steken zijn? Bestaat onze vrede uit het opsluiten van anderen in een oorlog?

Waar u het beste naartoe kan gaan, Afrikaanse vluchteling? U kan overal naartoe. Het maakt niet uit, waar je landt, waar je het dode einde van je pad bereikt. Europa is mooi. Europa is een mooie prinses, zo mooi dat ze de Griekse oppergod Zeus wist te verleiden. Dit is de enige Europa dat ik ken. Ik wil vertellen over prinsessen.

Niet over monsters.

(Aya Sabi is studente en columniste.)

 

lees ook