Vermogensverlies bij drie van de vier motoren van gecrashte Airbus in Sevilla

Bij het militaire transportvliegtuig Airbus A400M dat in mei vlak bij de Spaanse stad Sevilla is neergestort, was het vermogen in drie van de vier motoren "bevroren" na het opstijgen. De drie motoren reageerden ook niet op de pogingen van de bemanning om dat aan te passen. Dat maakte Airbus Defence and Space bekend, in het kader van het nog niet afgesloten onderzoek naar de crash.

Het onderzoek lijkt zich dus toe te spitsen op de theorie van een defect in het informaticasysteem dat de motoren van de A400M beheert: de ECU. Dat is een van de twee computers die het complexe systeem vormen dat de motoren regelt en controleert.

De Spaanse technische onderzoekscommissie van ongevallen met militaire luchtvaartuigen, CITAAM, analyseerde de gegevens van de twee zwarte dozen. De commissie stelde vast dat het vermogen in motoren 1, 2 en 3 na het opstijgen was "bevroren", maar dat motor 4 wel reageerde op de manipulaties van de bemanning.

Toen de piloten de bedieningshendel voor het vermogen in "flight idle" (stationair) plaatsten, werd het vermogen inderdaad beperkt, maar bleven de drie bewuste motoren "idle" tijdens de rest van de vlucht, ondanks de pogingen van de bemanning om opnieuw aan vermogen te winnen.

"De eerste analyses hebben getoond dat de andere vliegtuigsystemen normaal hebben gewerkt en hebben geen andere abnormaliteiten tijdens de vlucht aangetoond", aldus nog de groep.

Bij de crash op 9 mei vielen vier doden: de twee piloten en twee ingenieurs.