Bubbels op lijkwater - Walter Van Steenbrugge

De dood. Ze is ons aller lot, vroeg of laat. Geen mens ontsnapt eraan, ook al beweren sommigen dat ze het recept kennen voor een lekker lang leven. Anderen laven zich aan de eeuwige levensbron die zou opborrelen na een verblijf op aarde. Wedergeboorte of reïncarnatie, een nieuw en eeuwig leven in een paradijselijk oord, … u kiest zelf het doekje voor het bloeden.

Sommigen, horresco referens, kiezen voor de dood. Euthanasie bij ondraaglijk lijden, het is wat mij betreft, een van de meest humane legislatieve ingrepen van de laatste decennia. Een stervend lichaam laat je niet in foltermodus.

Maar zelfmoord uit wanhoop, wanneer elke levenszin rücksichtslos verdwenen is, is wellicht voor de intimi het allerergste. Voor de ouder, de broer of zus van de zelfdoder, diep van binnen kan het niet meer donkerder. Een geliefde zien huilen kan ik al niet. Een geliefde zich zelf het leven weten benemen, is het einde. De verantwoordelijkheid die dan gevoeld wordt, leidt meermaals tot vluchtgedrag in een nooit eindigende straat.

Anderen vinden de dood op hun weg. Dodelijke ongevallen zijn dagelijkse kost. In het verkeer, bij de uitvoering van de arbeidstaak, of bij brute pech. Totaal onverwacht en vaak vermijdbaar. Als het noodlot toeslaat ben je machteloos.

Maar het kan ook gewild en opzettelijk.

Doodslagen en moord behoren tot de menselijke onvolmaaktheden. Mensen staan mekaar soms naar het leven, in een opwelling, als uitvoering van een verderfelijk plan, of uit perverse overtuiging.

Tarten van de verbeelding

En vaker dan ons lief is, worden we opgeschrikt door berichten over de doodstraf. Nu eens een gunstig bericht over de afschaffing ervan in een of andere (Amerikaanse) staat. Maar ook consternatie bij het ongelukkig verloop van de uitvoering van de doodstraf. Maatschappelijk falen in het kwadraat. En onlangs ook een Hongaarse zure oprisping van populisme, toen de invoering van de doodstraf werd overwogen. Of berichten over staten die de doodstraf opnieuw gaan uitvoeren. En wat te denken van monsterprocessen waarbij honderden mensen worden veroordeeld tot de doodstraf?

En tartte het niet ieders verbeelding, toen we, nog maar net bekomen van de laatste berichten over onthoofdingen door IS, hoorden dat een oliestaat een vacature publiceerde voor acht beulen met het oog op de uitvoering van, onder meer, doodstraffen.

De dood, als ultieme vorm van bestraffing, het lijkt me onwezenlijk. Een zwaktebod. Mensonwaardig.

Bubbels op lijkwater

Op de interne politiewebsite van de Brusselse Anti-Terrorisme-cel waaierden recentelijk foto’s waarop champagne-gelag te zien was aan de rand van de autopsietafel, met daarop twee dode lichamen van terroristen die bij de antiterreuroperatie te Verviers waren neergeschoten.

Bubbels op lijkwater. Stervensgereutel wordt nu ook al gevierd. C’est arrivé près de chez nous. Barbaarser kan haast niet.

Het recht op leven vormt een mensenrecht, erkend in het Europees verdrag voor de rechten van de Mens (artikel 2). Toegegeven, het had oorspronkelijk, in 1950, geen absolute gelding. Dit artikel 2 voorziet immers in een eerste uitzondering wanneer de dood het gevolg is van “de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet”. Het duurde tot 1983 vooraleer men een akkoord bereikte, opgenomen in het Protocol nr. 6, met betrekking tot “de afschaffing van de doodstraf onder alle omstandigheden”. 46 Europese staten sloten zich aan, Rusland blijft het buitenbeentje. In België werd de doodstraf al enige tijd niet meer uitgevoerd, doch de effectieve schrapping als mogelijk straf kwam er pas in 1996.

Artikel 1 van dit Protocol nr. 6 bepaalt dat niemand tot de doodstraf mag worden veroordeeld of worden terechtgesteld. Onder strikte voorwaarden wordt één enkele uitzondering voorzien: de doodstraf in tijden van oorlog.

Willekeur als enige zekerheid

De motieven om de doodstraf in te voeren, overeind te houden of uit te voeren zijn bekend: afschrikwekkend, preventief en “evenwaardige” vergelding. Ze zijn evenzeer betwistbaar. Geen crimineel, en zeker geen zware crimineel blijkt te worden afgeschrikt door het vooruitzicht op een doodstraf. Doemdenken is geen criminelenzwakte. En vergelding of wraak, als motieven voor het uitvoeren van de doodstraf, behoort niet tot de menselijke waarden, laat staan dat aan dergelijke motieven enig nut zou kunnen worden toegemeten.

De enige zekerheid die men heeft is dat wie ter dood veroordeeld en terechtgesteld werd, geen misdrijf meer zal plegen. Een wetmatigheid die meer weg heeft van een griezelige gedachte, dan van een weloverwogen politieke beslissing. Want achter de zekerheid schuilt de willekeur in het bepalen van voor de doodstraf strafwaardige feiten. Zeker als blasfemie om het hoekje komt kijken.

Moge het begrip “doodstraf” snel uit alle woordenboeken verdwijnen. Dan kunnen we meteen ook “te-recht-stellen”, dat haaks staat waarop het slaat, verbannen.

(De auteur is strafpleiter.)

 

lees ook