"In de twintigste eeuw stond justitie stil”

Nu Koen Geens minister van Justitie is, wordt hij met problemen overstelpt. Dat hij gelooft - met ironie weliswaar - dat hij justitie moet redden, maakt er zijn job niet makkelijker op.

“Als je mij twintig jaar geleden gevraagd had, welke ministerpost ik ambieerde, dan had ik Justitie geantwoord. Het is de droom van elke advocaat, of dat hoop ik toch.” En met de hem typerende glimlach/grijns: “Ik vertel hen toch altijd dat ze daarvan zouden moéten dromen.

Dat neemt niet weg dat Justitie a hell of a job is – vraag dat maar aan Stefaan De Clerck of Jo Vandeurzen. Komt daar nog eens bij dat Geens gelooft dat hij Justitie moet redden, weliswaar met ironie. “Ik ben iemand die nogal makkelijk dat gevoel heeft, in alle functies die ik doe. Dat is de aard van het beestje.”

Overal problemen

De vorige week had hij het moeilijk op die missie, met problemen in alle uithoeken van het land.

In Hasselt bijvoorbeeld, waar Geens in gebreke werd gesteld door de rechtbank van eerste aanleg omdat er nog altijd geen onderhoudscontract is. Of in Dendermonde, waar rechter Peter D’Hondt een verkeersovertreder vrijsprak omdat er geen tolk aanwezig was. Betalingsproblemen, zo werd gezegd. En dan hebben we het nog niet over de ellenlange rijen aan het Brusselse Justitiepaleis, waar de beveiling de toestroom van mensen niet aan kan.

Geens wuift de kritiek weg. Onbetaalde facturen? Nu zeker niet. De problemen in Hasselt? Het dossier ligt klaar om door de Inspectie van Financiën beoordeeld te worden. Het Brusselse veiligheidskorps? Een chronisch probleem. Samengevat: niet zijn schuld.

Dat betekent niet dat Geens ontkent dat Justitie met structurele problemen kampt. Daarvoor hoef je geen onheilsprofeet te zijn.

Dat er zo’n heisa over Justitie gemaakt wordt, heeft te maken met de openbaarheid ervan, zegt hij. “Je filmt geen operatie in een ziekenhuis, maar wel een Assisenproces. Daar kun je dan ook over berichten op pagina 1 van de krant.”