Hoe bloot op school? - Kolet Janssen

Het gebeurt niet elke dag dat je oude school op het journaal komt. Scholen komen meestal pas in de belangstelling als er problemen zijn. Maar dat is in Virga Jesse Hasselt niet echt het geval, gelukkig. Want als je een directeur hebt die over marcellekes spreekt en leerlingen die vinden dat je op school nu eenmaal niet op het strand bent, zit het wel goed.

‘Waar is de tijd?’ galmt het in mijn hoofd. Op diezelfde school (toen nog in de volksmond ‘bij de blauw nonnen’ genoemd) liepen ik en mijn klasgenoten (alleen meisjes!) rond in dikke grijze plooirokken. Na enkele jaren kwam er een versoepeling van het kledingreglement: van Allerheiligen tot Pasen mochten we lange broeken dragen in de kleuren zwart, grijs en donkerblauw. Maar geen jeans en ook geen donkerbruin, wat toen toevallig in de mode was. De rokjes werden in de loop van de jaren steeds korter, waarop één van de nonnetjes zich geroepen voelde om bij de schoolpoort post te vatten met een meetlatje. Meer dan 7cm boven de knie? Terug naar huis!

Te korte rokken

Het kledingreglement was een eeuwige bron van gekibbel tussen ons pubers en het lerarenkorps. Wat was het heerlijk om hen onderuit te halen met hun onlogisch vasthouden aan antieke regeltjes zonder inhoud! Ik mis het soms nog. Ik bespeur bij de leerlingen aan de schoolpoort vandaag hetzelfde plezier om hun eigen logica tot in de verste consequenties door te duwen, zonder toegevingen te willen doen aan ‘weldenkende’ volwassenen.

Dat moeten ze in de rest van hun leven nog zo lang doen. Ik voel nog de gedeelde verontwaardiging als we de week na Pasen in een jaar waarin Pasen vroeg viel en de lente laat, niet meer in lange broek naar school mochten komen. ‘En het is zo koud!’ riepen we uit. De oplossing was dan dat we een lange broek mochten dragen onder onze grijze plooirok en die dan – eenmaal op school – op het toilet zouden uittrekken. En niemand droeg toen een rok over een broek, dus dat was duidelijk geen optie.

Te lange rokken

Op de school waar ik later lesgaf, maakte ik later discussies mee over het gevaar van klompen op de trap (intussen ook volledig gedateerd!) en over hoe breed een spaghettibandje moest zijn.

Wat we eruit kunnen leren, is dat kledingvoorschriften nooit eenduidig zijn.

In de ene school kijken ze argwanend naar te korte rokjes, in de andere worden meisjes in lange rokken naar huis gestuurd. Erg logisch lijkt dat niet. Kleding is voor mensen en zeker voor jongeren zo veel meer dan een lichaamsbedekking. Je laat ermee zien wie je bent, bij wie je wil horen. Je probeert er dingen mee uit.

Fijnvrouwelijk

Al is dat geen reden voor een schooldirectie om alles te nemen en alle kledingregels af te schaffen. Als jongere moet je leren welke kleding op welke plek en in welke situatie het best op zijn plaats is. Dat is niet altijd helemaal duidelijk, maar op uitwassen mogen ze gewezen worden. Altijd met de glimlach, zoals de directeur van Virga Jesse. Je gaat niet solliciteren op slippers. Je verzorgt je patiënten niet in een shortje. Je gaat niet naar een deftig feest in een jeans. En het is echt niet warmer als de pijpen van je short of je rokje tien centimeter langer zijn.

Als doorslaggevend argument voor de vele regeltjes waar ik als puber op school onder leed, kregen wij altijd te horen dat zoiets ‘niet fijnvrouwelijk’ was. We mochten niet roepen, niet hollen in de gangen en niet op de radiatoren van de centrale verwarming zitten. Wij werden collectief wild van dat argument. Wie wilde er in de zestiger jaren fijnvrouwelijk zijn? Wat betekende het trouwens? Jarenlang heb ik geen enkel grijs kledingstuk in mijn kleerkast gehad. Ik zit weliswaar nog steeds niet op radiatoren, maar dat is eerder omdat ik bang ben dat ze uit de muur zullen komen.

Het fijnste aan mijn oude school was dat we er mensen hadden tegen wie we konden ingaan. Mensen die met ons in gesprek gingen over de regels die ze stelden. We kregen meestal geen gelijk, maar we mochten er uitspreken wat ons niet beviel en lucht geven aan onze ongenoegens. Fijnvrouwelijk ben ik er niet van geworden, maar een denkend mens gelukkig wel.

(Kolet Janssen is (jeugd)auteur, oud-lerares, (pleeg)moeder en oma.)

 

lees ook