Wijzigingen aan toelatingsproef voor arts en tandarts

5.578 jongeren hebben zich ingeschreven voor het toelatingsexamen voor arts en tandarts, 164 minder dan vorig jaar. De eerste sessie heeft plaats op 7 juli. Na problemen en herdeliberaties vorig jaar zijn nu een aantal wijzigingen doorgevoerd aan het examen.

Beschamend, zo noemde de Vlaamse ombudsman de chaos bij de toelatingsproef vorig jaar. Na klachten over onduidelijke vragen kwamen er twee herdeliberaties aan te pas. Om dergelijke betwistingen te vermijden heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) een begeleidingscommissie opgericht.

Die heeft nu het aantal vragen in het examengedeelte dat de kennis en het inzicht in de wetenschappen toetst, opgetrokken van 40 naar 60 meerkeuzevragen. Mocht er toch nog discussie zijn over een vraag, dan zal dat nu minder zwaar doorwegen in de slaagkansen van de kandidaat. Maar de minister heeft de examencommissie ook uitgebreid met experts zodat dergelijke onduidelijke vragen niet meer mogen voorkomen.

Daarnaast bestaat de toelatingsproef voor arts nog uit een tweede deel, dat nagaat of een kandidaat in staat is om informatie te begrijpen en te verwerken. Daar zijn er nu minder vragen dan vroeger. Er is ook op toegekeken dat ze in een begrijpelijke taal zijn gesteld, zonder te veel medisch jargon. Op die manier moet wie thuis geen Nederlands spreekt toch ook een kans krijgen om te slagen.

De opleiding voor arts en tandarts is voorlopig de enige waar een ingangsexamen verplicht is. De uitval tijdens de opleiding is er erg laag. 85 procent van de startende studenten geneeskunde behaalt ook zijn masterdiploma.