Om te lachen? - Jürgen Mettepenningen

Afgelopen woensdag: terwijl het vuur van de brand in de Lotus-fabriek van Wolvertem nog woedt, volg ik de berichtgeving erover op websites. Het speelt zich ten slotte slechts drie kilometer van mijn deur af. Op de site van een krant wordt gereageerd op de berichtgeving. Een lezer meldt dat hij eigenlijk wel houdt van goeddoorbakken koekjes…

Humor?

Goede humor vind ik zalig, maar is vaak zoek. Het gaat dan niet alleen over de inhoud van wat er onder het mom van humor gezegd of gedaan wordt, maar ook over timing. Anders gezegd: indien de brand volledig geblust zou geweest zijn en geen brandweermannen in het ziekenhuis beland waren, tja, pas op dat moment zou dergelijke ‘grap’ misschien grappig kunnen zijn. Aan de andere kant, hoe je het ook draait of keert, humor is een van de manieren om met slecht nieuws om te gaan. En met de realiteit tout court. Toen koning Boudewijn overleed in 1993 waren er ook al gauw grappen over, om eens een ander voorbeeld te geven. Humor als therapie, waarom niet? Maar kan de therapie werken als de humor flauw is? Of doordrongen van cynisme?

Knipogen en smileys

Meer en meer merk ik dat mensen schamper of cynisch een opmerking geven, met het verpakkingspapier van zogeheten humor. Ook bij mensen van wie ernst verwacht mag worden, zoals politici. Of nieuwslezers, die na een reportage het betreffende nieuwspunt soms durven af te sluiten met een bedenking en een halve knipoog die de ernst van het punt wel eens ondergraaft. Op Twitter is het hek al helemaal van de dam, met soms onversneden sneren en leedvermaak, al dan niet ‘om te lachen’. Overigens, van ‘om te lachen’ gesproken: nog nooit was de smiley zo verraderlijk. Geplaatst in sms’en, e-mails en andere correspondentie, wordt er met behulp van de smiley op gewezen dat het om te lachen was. Maar ondertussen is vaak wel datgene gezegd dat zonder smiley niet gezegd kon worden omdat het gemeend is: een steek, kritiek,... Niet elke smiley is inderdaad om te lachen. En er bestaat ook zoiets als goedbedoelde humor, ondanks de onhandigheid om humoristisch te zijn en om smileys bij de vleet te plaatsen. Hoe dan ook, echte humor heeft geen smiley nodig: mensen glimlachen wel vanzelf. Ze hebben daar geen duiding bij nodig. Ook geen finaliteit.

Van humorren naar humor

Morren met humor, het is meer ‘in’ dan we denken. Op de werkvloer, maar ook wanneer er niet gewerkt wordt. Veel van de stakingsacties die we afgelopen maanden de revue zagen passeren, toonden soms heel ludieke scènes en spandoeken. Die haalden het nieuws. En ondertussen wordt zo getoond waarover men ontevreden is. Humor als middel om aan te klagen, waarom niet? Maar er is ook de humor die niet functioneel is: niet om aan te klagen, te veroordelen, iets te bekomen, te becommentariëren, te promoten. Ik doel op de humor omwille van de glimlach. Humor die bovenal niemand wil viseren of schaden! Gewoon humor dus. Toen bij ons thuis deze week de vuilnisemmer overvol was, zei mijn echtgenote dat we een bemiddelaar zouden moeten inschakelen om een nieuwe rode zak te gaan halen. Kijk, daar moesten we allebei hartelijk om lachen. En toen ik aan mijn dochter zei dat het eten van de hostie in de mis je kracht geeft om zelf wat op Jezus te lijken, toen snapte ze het niet want ik speel toch maar 1 keer per jaar in vol ornaat Jezus in de Hanswijkprocessie te Mechelen? Wat ik hoopte dat een soort van catecheseles zou worden op grond van haar spontane vraag over wat de Eerste Communie is, liep uit op een slappe lach van mij. Waarna de ‘les’ doorging. Bovendien, zowel in het geval van de vuilnisemmer als in dat van de communie, bracht humor ons dichterbij. Waar ik meestal thuis de anderen stil krijg met een opmerking, kreeg ik nu twee keer een koekje van eigen deeg. Goeddoorbakken.

(Jürgen Mettepenningen is theoloog)
 

lees ook