Het machtigste parlement van België - Bart Maddens

Twee weken geleden zette het Grondwettelijk Hof een pad in de korf van de Vlaamse regering. Het Hof ziet er geen graten in dat de federale overheid een netwerk van economische adviseurs uitbouwt. Het knabbelt zo aan de Vlaamse bevoegdheid inzake buitenlandse handel. Misschien wil het Hof op die manier een steentje bijdragen tot de door sommigen verhoopte Belgische restauratie.

De komende jaren kunnen er nog veel steentjes volgen. De zesde staatshervorming heeft er immers voor gezorgd dat het Grondwettelijk Hof een steeds belangrijkere actor zal worden in de politiek. Door het gebrek aan coherente bevoegdheidsoverdrachten mogen we de komende jaren  een tsunami van bevoegdheidsconflicten verwachten. Het Hof zal moeten doen waar de politici niet toe in staat bleken: enige orde scheppen in de chaotische bevoegdheidsverdeling.

Daarnaast krijgt het Grondwettelijk Hof ook een aantal extra bevoegdheden. Zo moet het Hof voortaan het licht op groen zetten voor regionale referenda. Maar de belangrijkste hervorming is wellicht dat het Hof ook expliciet de bevoegdheid krijgt om wetten en decreten te toetsen aan het grondwettelijke beginsel van de ‘federale loyauteit’.

Politieke afweging

Je kunt echter niet op formeel-juridische gronden beoordelen of een overheid zich ‘federaal loyaal’ gedraagt. Dit vergt een politieke afweging. Precies daarom heeft men in het begin van de jaren tachtig beslist dat het Arbitragehof (de voorloper van het Grondwettelijk Hof) zich enkel mocht uitspreken over bevoegdheidsconflicten en niet over belangenconflicten. Of een overheid al dan niet de afgesproken bevoegdheidsverdeling respecteert is een formeel-juridische kwestie. Of een overheid al dan niet de belangen van een andere overheid schendt en zich dus niet houdt aan de ‘federale loyauteit’, is een politieke kwestie die finaal moet worden beoordeeld door een politiek orgaan, meer bepaald het federale Overlegcomité.


Door de zesde staatshervorming wordt dat logische onderscheid doorbroken. Voortaan kan het Grondwettelijk Hof ook op uitgesproken politiek terrein komen. De voorstanders van de staatshervorming argumenteren echter dat dit enkel een regularisatie is van een bestaande praktijk. Het Hof toetste immers al (zij het schoorvoetend) aan het principe van de federale loyauteit, maar dan geïnterpreteerd als een bevoegdheidsverdelende regel. Nu wordt het Hof echter aangemoedigd om zijn grenzen nog verder te verleggen en ook de federale loyauteit in de ruime zin te toetsen. Het Grondwettelijk Hof dreigt op die manier te verworden tot een neo-unitair tegenwicht voor de centrifugale krachten in België.

Politiek benoemd

Die tendens om de politieke toer op te gaan wordt versterkt door de politieke samenstelling van het Hof. De helft van de twaalf leden zijn immers gewezen politici. De andere helft zijn juristen met een zekere staat van dienst. Maar alle rechters worden politiek benoemd. De benoeming door de Koning gebeurt op voordracht van beurtelings de Kamer en de Senaat. In de praktijk zijn het de politieke partijen die ‘hun’ rechters aanduiden, op basis van het stelsel D’Hondt (uiteraard met uitsluiting van de zogenaamd niet-democratische partijen).

In de Verenigde Staten is de benoeming van rechters in het Supreme Court een uiterst belangrijke aangelegenheid. De Senaat moet de voordracht door de president bekrachtigen en legt de kandidaten grondig op de rooster tijdens een publieke hoorzitting. Wie te weinig beslagen is in het grondwettelijk recht valt onverbiddelijk door de mand. En wie in zijn privéleven iets mispeuterd heeft, mag het ook vergeten. Bij ons gebeurt de aanstelling zonder boe of bah. Zo werd twee jaar geleden PS-apparatsjik (en eventjes waarnemend voorzitter) Thierry Giet tot rechter benoemd. Heeft die man veel kaas gegeten van grondwettelijk recht? Geen idee.

Een gemiste kans

Het Grondwettelijk Hof wordt normaal tot de rechterlijke macht gerekend. Maar misschien is het juister om het te beschouwen als een onderdeel van de wetgevende macht. Het is een onrechtstreeks verkozen parlement met een vetorecht ten aanzien van de wetgeving die in de andere parlementen wordt goedgekeurd, in de toekomst mogelijk meer en meer omwille van louter politieke redenen. Het Hof is in zekere zin machtiger dan de andere parlementen omdat het bevoegd is voor alles, zowel federale als deelstatelijke aangelegenheden. Maar het is tegelijkertijd veel minder transparant. We weten niet hoe de politieke discussie in dat rechtscollege/parlement verloopt en welke leden welk standpunt hebben ingenomen (dit opnieuw in tegenstelling tot de Verenigde Staten waar de standpunten van de afzonderlijke rechters van het Supreme Court wel bekend zijn).

In het licht van dit alles is het, terloops gezegd, hoogst bevreemdend dat de N-VA eind 2013 geen rechter met een meer uitgesproken politiek profiel heeft benoemd in het Grondwettelijk Hof. De partij heeft nochtans een aantal Vlaamsgezinde topjuristen in huis (Hendrik Vuye, Matthias Storme, Danny Pieters …) die hadden kunnen wegen op de politieke besluitvorming in het Hof. Maar zij werden gepasseerd voor een dame die weliswaar (als referendaris bij het Hof) uitstekende juridische adelbrieven kon voorleggen, maar zich bij mijn weten nog nooit heeft laten betrappen op het uiten van een Vlaamsgezinde opinie. Voorwaar een gemiste kans om u tegen te zeggen.

(Bart Maddens is hoogleraar politieke wetenschappen in Leuven)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen