Oost-Vlaamse ziekenhuizen willen referentiecentrum seksueel geweld

Een meerderheid van de Oost-Vlaamse ziekenhuizen is voorstander van een referentiecentrum voor seksueel geweld. Dat blijkt uit een onderzoek van het Internationaal Centrum voor Reproductieve Gezondheid (ICRH) dat in opdracht van het Oost-Vlaamse provinciebestuur werd uitgevoerd.

Binnen een "referentiecentrum" wordt alle nodige zorg op één plaats gebundeld, zowel politioneel, medisch, psychosociaal als juridisch. "Dat is beter en eenvoudiger voor zorgverleners en slachtoffers", verduidelijkt gedeputeerde Eddy Couckuyt (CD&V). "Ons land voorziet zo'n centrum nog niet. Nochtans heeft België daartoe de intentie geuit bij de ondertekening van de Istanbul Conventie, het verdrag van de Raad van Europa dat geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld wil voorkomen en bestrijden."

Met het onderzoek wilde het provinciebestuur de wenselijkheid en de haalbaarheid van dergelijke referentiecentra achterhalen. Uit de bevraging blijkt alvast dat Oost-Vlaamse ziekenhuizen regelmatig slachtoffers over de vloer krijgen met seksuele geweldervaringen, één derde van de ziekenhuizen zelfs minstens één patiënt per week. Al zijn de meeste ziekenhuizen wel in staat om medisch-technisch de juiste onderzoeken uit te voeren bij volwassenen, toch zijn er te weinig opgeleide gynaecologen om dit bij kinderen te doen.

Ook blijkt dat slechts een absolute minderheid de nodige psychosociale en forensische zorg kan aanbieden. Het ICRH zegt dat de bevraagde ziekenhuizen de werkelijke omvang van seksueel geweld onderschatten, vooral bij jongeren en mannelijke slachtoffers. Een meerderheid van de ziekenhuizen zegt dan ook voorstander te zijn van een referentiecentrum voor seksueel geweld.