Meest recent

    Plastic uit de oceanen halen is zo goed als onmogelijk

    Het recente plan van de Nederlandse student Boyan Slat om de massale plasticvervuiling uit de oceanen te halen, heeft veel media-aandacht gekregen, maar oceanografen zeggen dat het niet zal werken. Het bevat een aantal onvolkomenheden, en zelfs als het volledig naar wens zou werken, zou het nog geen oplossing bieden.
    FLPA/Rebecca Hosking
    Een soepschildpad is gestikt in een stuk plastic dat ze wilde opeten.

    Vandaag 8 juni is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Wereldoceanendag, en het motto van dit jaar is "Gezonde oceanen, gezonde planeet".

    Het is echter duidelijk dat de oceanen er niet goed aan toe zijn: er is de overbevissing met destructieve vismethoden; langs de kusten van de meeste continenten zijn enorme hoeveelheden radioactief afval en chemische wapens gedumpt; de opwarming van de aarde veroorzaakt ook warmere oceanen, met problematische gevolgen; de toename van CO2 in de atmosfeer veroorzaakt een verzuring van het zeewater, wat problemen geeft voor levende wezens die kalk gebruiken voor hun skelet of hun schelp; en er is de massale vervuiling van de zeeën met plastic, een fenomeen dat de laatste jaren veel aandacht heeft gekregen.

    Voor dat laatste probleem zijn er al talloze oplossingen voorgesteld, meestal in de vorm van grote, drijvende vangarmen met in het midden een of ander platform waar het plastic verzameld wordt, zodat het vervolgens aan land gebracht kan worden. 

    Ocean Cleanup

    De laatste in de rij van dergelijke oplossingen, is het ongetwijfeld goedbedoelde idee van de jonge Nederlandse student Boyan Slat, de "Ocean Cleanup Array", dat veel aandacht in de media heeft gekregen. Volgens Slat kan zijn plan de grote "drijvende vuilnisbelten" die te vinden zijn in de vijf gyres - ringvormige zeestromingen in de oceanen - in tien jaar opruimen.

    Voor het plan is verleden jaar ook een haalbaarheidsstudie uitgevoerd, waaruit zou moeten blijken dat het plan haalbaar is, zowel technisch als financieel. Dr. Kim Martini, een fysisch oceanograaf, en dr. Miriam Goldstein, een biologisch oceanograaf, hebben die studie echter bekeken en er heel wat problemen in gevonden. Ook de Amerikaanse NOAA, de National Oceanic and Atmospheric Administration, ziet geen heil in technische, mechanische oplossingen voor het probleem.

    Slat stelt voor om een aantal "tientallen tot honderden kilometers lange" drijvende armen met netten van drie meter in de gyres te verankeren, met in het midden een drijfbaken, waar het plastic dat langs de armen verzameld wordt, dan uit het water gehaald wordt.

    Drijfbakens hebben een grote diepgang en zijn daardoor heel stabiel, maar ze staan bloot aan grote spanningen. Daarom worden ze zelden tot nooit gebruikt in water dat meer dan 2.500 meter diep is, en de vuilnisbelten in de oceaanstromingen liggen in de open oceaan, waar het water gemiddeld 4.000 meter diep. Ook de armen moeten verankerd worden, en andere oceanografen hebben er al op gewezen dat de grootste diepte waarop men momenteel iets kan verankeren, 2.500 meter is en geen 4.000 meter.

    Peter Bennett

    De enorme drijfarmen zouden ook aan grote spanningen blootstaan. In de haalbaarheidsstudie berekent men die echter aan de hand van de gemiddelde stroming, wat betekent dat de armen een groot deel van de tijd snellere stromingen zouden te verwerken krijgen. Bij snellere stromingen blijven de netten die aan de armen hangen, niet meer verticaal, maar komen ze naar boven, zodat ze geen plastic meer kunnen opvangen. Wat er met de armen zou gebeuren in een storm, wordt in de studie wel aangehaald, maar er wordt geen oplossing voor geboden. Op de open oceaan kan het vooral in de winter erg stormen, met golven tot tien meter en hoger.

    Bovendien zouden de armen enkel werken als de stroming er loodrecht op staat, maar de stroming blijft niet constant en kan zelfs volledig omkeren. Wat er dan met de kilometers lange armen zou gebeuren, is ook niet duidelijk.

    Verder is er ook geen echte oplossing voor het probleem van "fouling", het aangroeien van algen, wieren en andere levensvormen, die drijvende objecten in de zee enorm kunnen verzwaren, is er een probleem met bijvangst, levende wezens die eveneens uit het water zouden gehaald worden, en met plankton, in het water zwevende kleine levensvormen die ook opgeschept of gedood zouden worden, en zijn er grote onduidelijkheden over de wettelijke aspecten van het project.

    Ten slotte rekent het project ook op inkomsten uit de recyclage van het opgehaalde plastic, maar plastic dat in zee heeft gedreven, is meestal heel erg bros geworden en valt makkelijk uit elkaar.

    Bovendien is het vaak vervuild, kleine plasticdeeltjes hebben zelfs de neiging om giftige stoffen uit het water op te slaan, en begroeid met allerlei levensvormen. Verder bestaat het drijvende plastic in de zeeën voornamelijk uit twee soorten, polyethyleen en polypropyleen, en om die te kunnen recycleren, moeten ze van elkaar gescheiden worden. Dat is een tijdrovend en duur werkje, en voor kleinere stukjes plastic zou dat met een spectroscopische analyse moeten gebeuren, wat zo goed als uitgesloten is. 

    Overigens verplaatst recyclage het probleem alleen maar: de producten uit gerecycleerd plastic kunnen niet nog eens gerecycleerd worden, en belanden dus uiteindelijk op de vuilnisbelt, of in het slechtste geval in de oceanen.

    © FLPA/Steve Trewhella - www.belgaimage.be

    Een voorstelling van de "Ocean Cleanup Array" (Illustratie: Ocean Cleanup).

    Diepte en microplastic

    Zelfs als de technische onvolkomenheden weggewerkt zouden worden, biedt het project echter nog geen oplossing voor de plasticvervuiling in de oceanen. Het project van Slat zou immers alleen de bovenste drie meter van de waterkolom reinigen, en het kleinste deeltje dat men uit het water kan halen, is 2 centimeter groot. En dat zijn twee grote problemen.

    Over de drijvende vuilnisbelten, die ook plasticsoep, of kunststofarchipel genoemd worden, bestaan er veel misverstanden. Het is immers niet zo dat men in de oceaan op klaar, helder water aan het varen is, en dan op een bepaald ogenblik een gigantische massa drijvend plasticafval tegenkomt. De drijvende vuilnisbelten zijn integendeel enorme delen van de oceanen waar de concentratie aan plasticdeeltjes groter is dan in de rest van de oceanen, en het is perfect mogelijk om er door te varen en niets te merken. Ze zijn ook niet te zien op satellietfoto's.

    De Amerikaanse NOAA vergelijkt de plasticdeeltjes met gemalen stukjes peper in soep, en een oceanograaf vergelijkt de oceanen met het universum, en de plasticdeeltjes met de sterren, die er overal in verspreid zitten.

    Er zijn vijf vuilnisbelten in de oceanen, één in elke gyre of cirkelvormige zeestroming, en de bekendste (en waarschijnlijk de grootste) is de Great Pacific garbage patch. Hoe groot de Great Pacific garbage patch is, valt moeilijk uit te maken, maar hij is in elk geval enorm groot. De schattingen lopen uiteen van 700.000 vierkante kilometer, zowat de grootte van de Amerikaanse staat Texas, tot meer dan 15 miljoen vierkante kilometer, of twee keer de oppervlakte van de Verenigde Staten.

    Copyright © Norbert Wu / Minden Pictures

    In dat gebied is de concentratie aan plasticdeeltjes hoger dan in de rest van de oceanen, omdat het plastic er door de stromingen heen wordt gebracht en grotendeels wordt vastgehouden. 

    Het grootste deel van de plasticvervuiling bestaat uit zeer kleine deeltjes, minder dan 10 millimeter groot, en ze drijven niet op het water maar zweven onder het oppervlak. De deeltjes zitten verspreid in de waterkolom tot wel 100 en zelfs 150 meter diep. Die kleine en dieper zittende deeltjes zouden dus in elk geval niet uit het water gehaald worden door het project van Ocean Cleanup. Overigens ligt er ook plastic op de bodem van de oceanen: PVC, - hard plastic dat onder meer voor buizen gebruikt wordt - en bepaalde soorten plastic flessen zinken. 

    De vijf grote vuilnisbelten in de oceanen, met bovenaan in het midden de Great Pacific garbage patch.

    Minder plastic

    De oceanografen en organisaties die zich met de vervuiling bezighouden, zien meer heil in preventie. Geschat wordt dat er al meer dan 100 miljoen ton plastic in de oceanen zit, en dat er jaarlijks zo'n 8 miljoen ton bijkomt. De productie van nieuw plastic stijgt nog steeds, en hoewel er ook iets meer gerecycleerd wordt, betekent dat dat er steeds meer plastic in de oceanen zal terechtkomen, als er geen maatregelen genomen worden.

    Daarom vragen de oceaanbeschermers een belasting op nieuw geproduceerde plastic en tegemoetkomingen voor producenten van gerecycleerd plastic.

    Ook willen ze een verbod op "microbolletjes", zeer kleine bolletjes plastic die aan tandpasta en schoonheidsproducten toegevoegd worden om ze beter te laten "schrobben". Die bolletjes zijn zeer schadelijk voor het leven in zee, en ze kunnen niet uit het afvalwater gefilterd worden, zodat ze uiteindelijk allemaal in zee terechtkomen. Sommige Amerikaanse staten hebben ze al verboden, en de activisten vragen een algemeen verbod in de VS, Europa en Canada.

    Ook ijveren ze voor een mentaliteitswijziging, waardoor mensen minder wegwerpartikelen zouden gebruiken als plastic zakjes, plastic drankflessen en dergelijke, meer zouden recycleren, en zorgvuldiger hun afval weg zouden gooien. Sommige organisaties vragen een verbod op plastic zakjes, of in elk geval op gratis plastic zakjes in winkels en warenhuizen.

    Ten slotte vragen ze ook dat er meer netten en filters geplaatst zouden worden op riolen en afwateringssloten, om het plastic tegen te houden voor het de oceaan bereikt.

    Overigens zal het probleem zich grotendeels zelf oplossen, als we stoppen met plastic in de oceanen te dumpen, ook al is de oplossing niet echt elegant.

    Per volledige omloop van het water in de gyres, de cirkelvormige stromingen, verliest de stroming zowat de helft van de vaste voorwerpen die ze meevoert. Een deel daarvan komt terecht in andere stromingen, en mogelijk in een andere gyre, maar een ander deel zal ergens aan land aanspoelen.

    Als dat proces zich maar lang genoeg herhaalt, zal al de plastic uiteindelijk opnieuw op een strand belanden, wat ook verklaart waarom elke kustlijn die niet opgekuist wordt, bezaaid ligt met plastic voorwerpen.

    De activisten vragen mensen dan ook om deel te nemen aan opkuisacties van de stranden, zoals die onder meer op Wereld Oceaan Dag op verschillende plaatsen gehouden. Want het schoonmaken van een strand, is ook een beetje het opruimen van de vuilnisbelten in de oceanen.