Betaald met vrouwencheques - Maja Wolny

Het was even schrikken toen bevoegd Vlaams minister Homans een lenteschoonmaak in de subsidiepot voor de dienstenchequebedrijven aankondigde. Een koude rilling liep door hete strijkateliers. Begrijpelijk: de verandering in de subsidiëring zou het einde betekenen voor drie- tot zesduizend poetsjobs betaald met dienstencheques. Lees: drie- tot zesduizend vrouwen. Want een dienstencheque betekent in feite een vrouwencheque.

De helft van Europa is jaloers op ons systeem van dienstencheques. Mijn vriendin Nina uit Finland (galeriehoudster, twee diploma’s, extra inkomen als freelance curator) kan zich geen poetshulp veroorloven. Noodgedwongen lapt ze de ramen van haar fraaie galerie in Helsinki zelf. Ze denkt zelfs niet aan de oplossing die voor vrienden uit London wel aanvaardbaar is: een poetshulp inhuren die illegaal in het land verblijft en in het zwart wordt betaald.

In België worstelen we niet met dergelijke dilemma’s. Voor een zacht prijsje kunnen we rekenen op hulp van een verzekerde vrouw die als toetjes ook vakantiegeld en transportvergoeding ontvangt. Met de maaltijdcheques, ecocheques, opleidingscheques en loopbaancheques is België de chequekampioen van de wereld.

Tegen burn - out

Dankzij de dienstencheques worden veel vrouwen tewerkgesteld die voor andere vrouwen de last van het huishouden lichter maken. Zo worden de dienstencheques een barometer van de maatschappelijke rolverdeling. Een perfectionistische dame die ik ken, een hoge ambtenaar in een stadsbestuur, heeft twee keer per week een poetshulp. En dit op doktersvoorschrift, na een burn-out.

Een andere kennis, Livia, lijdt aan huisstofmijtallergie. Dankzij de dienstencheques en de poetsvrouw is de hoeveelheid huisstofmijt in haar huis ingetoomd. Livia niest minder en voelt zich energieker.
De dienstencheque is een fijn maar duur systeem. Op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën lezen we: “Het stelsel van de dienstencheques is een initiatief van de federale regering ter bevordering van buurtdiensten en –banen. Hiermee wil de regering arbeidsplaatsen creëren en zwartwerk bestrijden.” Kort samengevat: het is een systeem dat slechts de helft van het zwartwerk bestrijdt, met name de vrouwelijke helft.

Zwarte klusjes

Ik kan tientallen huishoudelijke diensten bedenken die zeer goed door traditionele (klusjes)mannen kunnen worden uitgevoerd: auto’s wassen, grasmaaien, het dak ontmossen, naar het containerpark rijden, bomen snoeien, enzoverder. Theoretisch bestaan er cheques die voor dit soort werk zijn bestemd, namelijk de PWA-cheques.

Bijna iedereen die ik ken, heeft ooit gebruik gemaakt van dienstencheques. Maar ik ken werkelijk niemand die met PWA-cheques ervaring heeft. Wanneer ik naar het demofilmpje op de website van de RVA kijk, word ik direct ontmoedigd om zulke cheques te bestellen. Want dat is enkel mogelijk als “een activiteit niet in aanmerking wordt genomen door het reguliere arbeidscircuit”. En dan begint de procedure : aanvraag, advies van de raad van bestuur van het Plaatselijke Werk Agentschap, enzoverder. Wie simpelweg wenst dat zijn gras in de zomer twee keer wordt gemaaid, gaat nooit aan zulk een procedure beginnen.

Dienstencheques daarentegen! Je leest er over in de krant, je ziet ze in het straatbeeld dankzij de vitrines van de talrijke dienstenchequebedrijven, je komt ze tegen op het prikboord van de lokale supermarkt: “Ik zoek een betrouwbare poetsvrouw, liefst met dienstencheques”. Die vrouwen zijn gewild. Zij zijn de stille helden van onze gekke maatschappij. Zij brengen een betaalbare redding voor de overdag verlaten huishoudens.

Rookgordijn

Tegelijkertijd bestaat er veel ongelijkheid binnen de sector. Als Poolse hoor ik het vaak van Poolse poetsvrouwen. Velen dromen om ooit een eigen onderneming te starten en zo te ontsnappen aan de slechte werksfeer en de lage verloning. Maar voorlopig blijven ze poetsen en strijken want het dienstenchequesysteem laat die vrouwen toe om hun loopbaan aan te passen aan de schooluren van de kindjes, aan het vieruurtje, het avondetenuurtje en aan allerlei openingsuren van diensten die geen rekening houden met de werkuren van de mens. Anderzijds kent het systeem geen doorgroei mogelijkheden, geen bonussen, geen opleidingstrajecten.

Zou een doorsnee man een job met dienstencheques aanvaarden? Zou hij daar trots op zijn? Zou hij goed met de uurtjes leren jongleren? Ik heb nog nooit een man in een strijkatelier aan het werk gezien. Mijn goede vriend Pascal daarentegen wél. Hij werkt bij de arbeidsinspectie en op een dag stapte hij een strijkwinkel in Brussel binnen. Hij zag een schichtige man in de achtergrond en dat vond hij verdacht. Al snel ontdekte Pascal dat de zaak (met slechts één strijkende vrouw) niets anders was dan was een cover-up van een illegale begrafenisonderneming. Achter een glad gestreken gordijn, zeg maar een rookgordijn, weggemoffeld tussen een strijkplank en een doodsplank, stond een katafalk met pontificaal een doodskist er op. Van de strijkwinkel naar de realiteit. Welkom in de mannenbusiness.

(Maja Wolny is een Pools-Belgische auteur en journaliste die sinds 2002 in België verblijft. Momenteel werkt ze aan een boek dat in juli 2016 bij De Bezige Bij verschijnt.)