Wordt vlag uit Amerikaanse Burger­oorlog voorgoed gestreken?

Voor de ene is ze een herinnering aan brutale onderdrukking, voor de andere een symbool van de geschiedenis en cultuur van de zuidelijke Amerikaanse staten. De negentiende-eeuwse vlag van de Geconfedereerde Staten is niet voor het eerst onderwerp van discussie in de Verenigde Staten. Maar de tegenstanders van de vlag lijken nu wel voor de eerste keer de tijdgeest met zich mee te hebben.

De rood-blauw-witte vlag die door de moorden in een Afro-Amerikaanse kerk in Charleston de internationale media in de ban houdt, was tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) de oorlogsvlag van de Geconfedereerde Staten.

De dertien sterren erop vertegenwoordigen de elf destijds afgescheiden staten en de twee staten die onafhankelijk waren en in beide federaties vertegenwoordigd waren: Kentucky en Missouri. Tijdens de burgeroorlog werd de vlag van de Geconfedereerde Staten overigens een aantal keren aangepast. Een variant van de laatste vlag is nu nog steeds te zien in veel zuidelijke staten.

In Columbia, de hoofdstad van South Carolina, hangt ze aan een vlaggenstok voor het lokale parlement, naast een monument voor Geconfedereerde soldaten (foto bovenaan). In de jaren 60 werd ze bovenop de koepel van het parlement geplaatst, maar na hevig protest door burgerrechtenactivisten werd ze in 2000 bij wijze van compromis naar beneden gehaald en voor het parlement geplaatst.

Omstreden

De vlag is al die tijd omstreden geweest. De Geconfedereerde Staten verzetten zich destijds tegen de afschaffing van de slavernij. Veel Afro-Amerikanen associëren haar dan ook met slavernij en racisme. Dat er foto's opgedoken zijn waarop de dader van de schietpartij in Charleston, die naar verluidt uit racistische motieven gehandeld heeft, met die vlag staat te zwaaien, duwt de reputatie van de vlag nog meer de dieperik in.

Maar zij die de vlag laten wapperen of ze op hun kleren dragen, denken daar helemaal anders over. Zij zien ze als een symbool van de geschiedenis, tradities en cultuur van het zuiden en als de herdenking aan de confederale slachtoffers tijdens de burgeroorlog.

Hoe het ook zij, in het verleden is al meermaals geprobeerd om de vlag uit het straatbeeld te bannen, met alle gevolgen van dien. De voormalige Republikeinse gouverneur van South Carolina, David Beasley, moest in 1998 een voorstel in die richting zelfs met zijn politieke carrière bekopen. Sindsdien heeft geen enkele gouverneur van de staat het nog gewaagd aan de vlag te raken.

Kiezel in Republikeinse schoen

Tot nu. Geflankeerd door Democraten en Republikeinen, blanke en zwarte Amerikanen, kondigde de huidige gouverneur Nikki Haley gisteren op een persconferentie aan dat het tijd is om de vlag weg te halen voor het parlement in Columbia.

"De moordenaar van Charleston wilde met zijn daden een rassenoorlog veroorzaken. Wij hebben nu de kans om niet alleen te tonen dat hij het bij het verkeerde eind had, maar ook dat net het omgekeerde nu aan het gebeuren is", zei Haley, Republikeins en zelf van Indiaas-Amerikaanse afkomst. "Door een symbool dat ons verdeelt weg te halen, hoop ik dat onze staat zich in harmonie kan ontwikkelen en we de negen gezegende zielen die nu in de hemel zijn kunnen eren."

De vlag weghalen leek lange tijd onmogelijk, maar de tegenstanders van de vlag, die ze als een herinnering aan brutale onderdrukking beschouwen, lijken voor het eerst de tijdgeest met zich mee te hebben, want zelfs conservatieve Republikeinse politici zijn er nu voor te vinden.

Ook een aantal kandidaten voor de Republikeinse nominatie voor het presidentschap schaarde zich achter de oproep van de gouverneur. De race naar het Witte Huis heeft daar uiteraard veel mee te maken. De omstreden vlag is een vervelende kiezelsteen in de schoenen van de Republikeinen, die een zeer uiteenlopend kiespubliek zullen moeten overtuigen als ze een kans willen maken om de Democraten uit het Witte Huis te krijgen.

Toch staat niet iedereen ineens te springen om de vlag voor het parlement weg te halen. De Sons of Confederate Veterans (Zonen van Geconfedereerde Veteranen), de vereniging die in 1998 gouverneur Beasley tot ontslag dwong, wil van geen wijken weten.

"Associeer de laffe daden van een racist niet met onze Geconfedereerde vlag. Er is absoluut geen enkel verband tussen de moorden in Charleston en de Confederate Memorial Banner. Probeer dan ook niet om er een te creëren", reageerde Leland Summers, de voorzitter van de afdeling in South Carolina van de vereniging.

Verleden versus toekomst

Gouverneur Haley erkent dat er verschillende visies zijn op de vlag en wat ze symboliseert. "Voor velen in onze staat vertegenwoordigt de vlag nobele tradities. De moordenaar van Charleston had daarentegen een zieke en gestoorde visie op de vlag. Hij vertegenwoordigt dan ook op geen enkele manier de mensen in onze staat die de vlag respecteren en er in vele opzichten ontzag voor hebben."

Niettegenstaande is het beter om te vlag weg te halen, vindt Haley.  De verschillende visies op de vlag kunnen blijven bestaan, benadrukte ze. "Het heeft geen zin om een winnaar en verliezer te benoemen. Dit is gewoon het moment om te zeggen dat de vlag die een integraal deel van ons verleden heeft uitgemaakt, niet de toekomst van onze fantastische staat vertegenwoordigt."

Haley is trouwens een schoolvoorbeeld van het feit dat actuele gebeurtenissen zoals die in Charleston een standpunt van een politicus op slag kunnen veranderen. Enkele maanden geleden omschreef ze het voorstel van een tegenstander bij de verkiezingen voor het gouverneurschap om de vlag weg te halen nog als een campagnestunt.

Zuiderkruis ook elders ter discussie

De discussie over de omstreden vlag woedt niet alleen in South Carolina, ook in Mississippi gaan er stemmen op om de vlag te bannen. In die staat maakt het Zuiderkruis - de naam voor het Geconfedereerde symbool - nog altijd deel uit van de officiële staatsvlag (zie foto), en dat sinds 1894. Mississippi staat daarin alleen. In Georgia bijvoorbeeld werd het symbool in 2001 uit de vlag gehaald.

De voorzitter van het plaatselijke Huis van Afgevaardigden Philip Gunn wil nu dat het symbool uit de staatsvlag verdwijnt. "Ons verleden herdenken is belangrijk, maar dat betekent niet dat we ons erdoor moeten laten sturen", verklaarde hij. Volgens Gunn is het symbool kwetsend en is het tijd voor een discussie over een nieuwe vlag.

Die discussie werd al eens eerder gevoerd. In 2001 mocht de bevolking van de staat zich in een referendum uitspreken over het afschaffen van het Geconfedereerde symbool. 65 procent van de kiezers stemde tegen het weglaten ervan en dus voor het behoud van de huidige vlag. Gunn vindt kennelijk dat de tijd rijp is om het opnieuw te proberen.

Museum

Naast politici richten ook enkele bedrijven hun pijlen op het Geconfedereerde kruis. Zo beslisten de Amerikaanse winkelketens Wal-Mart en Sears om geen producten meer te verkopen waarop het symbool afgebeeld staat. "We zijn bezig met een operatie om al die producten uit onze winkels te halen. We willen niemand voor het hoofd stoten."

Als ook de politiek de daad bij het woord voegt, lijkt een stukje Amerikaanse geschiedenis uit het straatbeeld te verdwijnen en te verhuizen naar waar het volgens de tegenstanders hoort: in een museum. Tot grote spijt wellicht van heel wat trotse zuidelijke Amerikanen.