"Boston bomber" verontschuldigt zich tegenover slachtoffers

Dzjochar Tsarnaev, die vandaag formeel ter dood veroordeeld voor zijn aandeel in de aanslag op de marathon in Boston in 2013, heeft zich verontschuldigd tegenover zijn slachtoffers. Voor de eerste keer sinds de start van het proces nam hij het woord. Hij gaf ook openlijk toe dat zijn hij de aanslag samen beraamde met zijn oudere broer.

Tot nu had Tsarnaev in de loop van zijn proces, dat al 10 weken aan de gang is, nog geen woord gezegd. Tijdens de allerlaatste hoorzitting nam hij evenwel alle twijfel over de samenwerking met zijn broer weg. Hij gaf toe dat ze de aanslag met zijn tweeën hadden beraamd.

"Ik vraag Allah om genadig te zijn voor mij, mijn broer en mijn familie", klonk het. "Ik bid tot Allah, om zijn genade te schenken aan zij die getroffen zijn door de aanslag en hun families. Ik bid voor jullie herstel."

Tsarnaevs oudere broer Tamerlan kwam enkele dagen na de feiten om tijdens de achtervolging door de politie. Zijn verdediging betoogde tijdens het proces dat Tamerlan het brein achter de aanslag was, en dat zijn jongere broer Dzjochar de doodstraf bijgevolg niet verdiende. Toch was dat het verdict van de jury.

"Je naam is voor eeuwig gelinkt aan gruwel"

De formele uitspraak in het proces viel al midden mei, toen Tsarnajev ter dood werd veroordeeld door een volksjury. Bij de bomaanslag, op 15 april 2015, kwamen drie mensen om en raakten meer dan 260 omstanders gewond. 17 mensen zijn blijvend verminkt.

Vandaag kwamen ook verschillende familieleden van slachtoffers en overlevenden van de aanslag aan het woord, met stuk voor stuk emotionele getuigenissen. Tsarnaev hield tijdens die betogen zijn blik meestal strak op de grond gericht.

"Jouw naam zal mensen altijd doen denken aan de gruwel die je hebt aangericht: je hebt onschuldige mensen gedood en verminkt", zo verwoordde jurylid George O'Toole het.

Sinds de moderne doodstraf in 1988 werd ingevoerd in de VS, werden 75 mensen daartoe veroordeeld, zo blijkt uit cijfers van de Death Penalty Information Center.