Soms is soft het gedurfdste wat je zijn kan - Celia Ledoux

Soms hangt iets zo dik in de lucht, dat je het overal tegenkomt. Ik krijg een mailtje of ik aan een documentaire wil meewerken. Dat wil ik wel. Mijn vrienden vinden dat niet ok, die vinden dat ik moet leren nee zeggen en normale vergoedingen vragen. Afijn: ik zeg ja, ze zijn er blij mee. En of ik kan vertellen waarom ik voor de strijd ben tegen....

Tegen... ik weet al niet meer waartegen.
Ik ben niet zo van de strijd.
Dat is melig, maar 't is niet anders.

Twee dagen later bots ik in een verloren moment – waar ik vroeger nagels beet of dagdroomde en nu dus Facebook doorscroll – op een link over mindfulness. Mindfulness zou de revolutie dwars zitten. Mensen worden daar tevreden van en stellen niets meer in vraag.
Veel mensen op die tijdlijn zijn het daarmee eens: manoeuvres van de one percent! Oei, denk ik, want het liefst zou ik mij elke week twee uur in belachelijke yogaposes wringen: daarna voelt mijn leven altijd als een opgeschud bed, en dwarrelen gedachten vanzelf op hun plek. Maar een mens moet zich in praktische bochten wringen om er te geraken. Dat hoeven die mensen die liever boos zijn niet. Van nature lui, besef ik hoeveel simpeler mijn leven zou zijn als dagelijkse boosheid mijn doel was.

Revolutie, dacht ik. Dat is toch wanneer waar vrouwen verkracht worden, kinderen sterven en een paar andere haantjes de plek van de vorige innemen? Maar ik scroll door, zonder commentaar. Zo'n vuur heeft geen olie nodig.

Minder tevredenheid, strijd, boos zijn, verontwaardiging: dat zit allemaal niet in mijn wensenpakket. Ik durf dat bijna niet te zeggen.
Maar al die kwaaie mensen op de wereld, bewerkstelligen die zoveel meer dan wie zich sereen voelt?

U moet van mij niet alles braafjes accepteren. Er zijn soms redenen om boos te zijn. Maar “tegen” als doel hebben, wie wordt daar beter van? Heb je niet meer aan “voor”?

"ne goeien"

Een dag later zit ik feministische artikels te lezen. Dat is altijd grappig. Sommige mensen zijn kwaad omdat ze trachten naar een gezondere samenleving. Andere zitten alleen “tegen” te zijn. Tegen bepaalde schrijvers, tegen men's rights activists, tegen feministes zelf of juist feministes die niet feministisch genoeg zijn.

De grap is: verdiep je in die materie, en overal duiken de nuances op. Je kan moeilijk tegen mannen zijn, als je iedereen gelijkwaardig wil. Men's rights activists zie je smachten naar liefde, onder al hun vrouwenverguizing. Op dé feministe jagen, is even zinnig als op dé neoliberaal. Die bestaat niet. Bij de hardste tegenstemmen vliegen dezelfde omschrijvingen over mekaar voorbij, tegen wie ze ook zijn. Dogmatische loopgraven vreten zich in, en onder identieke argumenten krijg je beide kanten nauwelijks nog onderscheiden. Les extrêmes se touchent. Geldt dat niet in elke materie?

Tussen nuance en harde kern blijft één uitspraak van een jonge vrouw hangen. Een babysitter had haar als kind tot seksueel geweld proberen te paaien. Hij zette porno op, legde “neuken” uit, stelde voor dat eens te proberen. Haar ouders hadden haar als Quaker opgevoed, vertelde ze, met de visie dat in elke mens een goddelijke vonk zit. Het idee dat mensen niet slecht wàren, maar zich slecht of goed konden gedragen, deed haar de man kordaat vertellen haar met rust te laten. Een kind dat bijgebracht krijgt dat er “slechte” mensen zijn, had de aardige babysitter misschien laten begaan. Hij was immers “ne goeien”.
De nuance zien, kan je leven redden.
Misschien ook je maatschappij.

Maakt dat je gezapig? Zoals u wil ik een hoop dingen anders. Onze lijstjes zullen wel verschillen, ik ben een klassiek geitenwollen sok: propere grootstadslucht, normaal behandelde Grieken, menselijk werk, veel betere gezondheidszorg, een goedverdedigd recht op privacy, verzorgde contente oudere mensen en baby's. Van mijn foute lijstje deelt u wellicht meer: een zelfopruimend huis, elke dag goed weer, die ene broek van Véronique Branquinho, een ezeltje dat geld kakt en weinig balkt, en een luxueus buitenverblijf op een eiland vol bloemen en vrienden. Ik weet het, ik ben een slechte lefto.

“Voor” is soft? Het krijgt mensen wel de straat op. Die twintigduizend van “Hart boven Hard” hadden er met “tegen” nooit gestaan. Ik trap ook gemakkelijk in tegendiscours. Ergens een hekel aan hebben kan geweldig deugd doen en op sommige dagen wil ik niet liever. En soms is “tegen” productief. Een vlam die je doet nadenken: wat wìl ik hier nu eigenlijk? Waar moet dit wél naartoe? Gebruik je het niet als startpunt, dan wordt het een struikelblok waarmee je alleen kan vernietigen of bevestigen wat zo mis gaat. “Voor” is soft, maar schenkt je een toekomst.

Dus ik zeg het toch maar, in dat mailtje. Dat strijd niets brengt. Dat ik geloof in evolutie. In “samen”. Ik bloos er een beetje bij, want ik vind het zelf soft, en ik moet daar niet van hebben. Ik ben stoer, ik heb niemand nodig, ik krijg de boel voor mekaar en van gedoe krijg ik de wubbes. Maar ik schrijf het toch maar. Soms is soft het gedurfdste wat je zijn kan.

(Celia Ledoux is auteur en columniste.)


 

lees ook