Duitse leger verlaat Noord-Afghanistan begin 2016

De Duitse Bundeswehr trekt zich begin 2016 terug uit het noorden van Afghanistan en zal zich focussen op de opleidingsmissie van de NAVO in de hoofdstad Kaboel. Dat heeft de Duitse minister van Defensie, Ursula von der Leyen, aangekondigd. De Duitse verhuizing dreigt ook gevolgen te hebben voor de Belgische militairen in Afghanistan.
AP2013
Duitse en Afghaanse militairen tijdens een overdrachtsceremonie in 2013.

Von der Leyen gaf, in de marge van de vergadering van de ministers van Defensie van de NAVO in Brussel, echter nog geen datum voor het definitieve einde van de militaire missie. "Dat is nu helemaal geen thema", zei ze.

"Het gaat er nu om de verantwoordelijkheid nog een halfjaar te dragen en begin 2016 de terugtrekking naar Kaboel te organiseren", aldus nog Von der Leyen. Ze waarschuwde tegelijk wel voor een overhaaste terugtrekking uit de regio. De veiligheidssituatie in Noord-Afghanistan gaat er zienderogen op achteruit.

Gevolgen voor Belgische militairen nog onduidelijk

De Bundeswehr is al sinds begin 2002 actief in Afghanistan, vooral in het noordelijke Kunduz met de steun van militairen uit andere landen, waaronder België. Duitsland voert er het bevel in het kader van de NAVO-missie Resolute Support.

Sinds oktober 2013 trokken de Duitse, Belgische en andere contingenten uit Kunduz en vestigden zich in het kamp Marmal, op de luchthaven van Mazar-i-Sharif, een grote stad in het noorden van Afghanistan. Wat met de Belgische militairen moet gebeuren bij de verhuizing van de Duitsers, wordt momenteel door de generale staf bij Defensie bestudeerd, zo zei een geïnformeerde bron aan Belga.

De NAVO maakte begin dit jaar officieel een einde aan haar militaire aanwezigheid in Afghanistan. De internationale missie ISAF werd opgevolgd door Resolute Support, dat zich bezighoudt met advies en opleiding, en eind 2016 afloopt. Daartoe zijn momenteel nog 12.500 militairen ingeschakeld, onder wie 808 Duitsers en een zeventigtal Belgen.

De NAVO en Afghanistan kwamen vorige maand overeen om daarna een burgerlijk-militaire aanwezigheid in het land te bewaren, die volgens sommige bronnen maximaal 2.000 effectieven zou tellen.