Nog steeds evenveel kinderen geboren in kansarm gezin

11,38 procent van de kinderen wordt geboren in een kansarm gezin. Dat blijkt uit de kansarmoede-index van Kind en Gezin. De index blijft ongeveer stabiel ten opzicht van vorig jaar, toen stond die op 11,19 procent.
Normann Hochheimer, Frankfurt

In Antwerpen ligt de index met 14,3 procent het hoogst en Vlaams-Brabant het laagst met 6,5 procent. De kansarmoede-index van Limburg (11,8 procent) ligt net iets hoger dan die van Oost-Vlaanderen (11,6 procent), West-Vlaanderen is de enige provincie waar de kansarmoede daalde (van 10,8 naar 10,3 procent).

De kansarmoede-index geeft het gemiddelde weer van het aantal kinderen dat de afgelopen drie jaar geboren werd in een kansarm gezin.

Kansarmoede wordt ruimer gedefinieerd dan inkomensarmoede. Er wordt ook rekening gehouden met de opleiding van de ouders, de arbeidssituatie van de ouders, het stimulatieniveau in het gezin (bijvoorbeeld als kinderen niet of onregelmatig kleuteronderwijs volgen), de huisvesting en de gezondheid van de gezinsleden.

Meer in centrumsteden

Kansarmoede doet zich meer voor in groot- en centrumsteden dan in de rand- en plattelandsgemeenten. Kinderen in kansarmoede wonen in meer dan de helft van de gevallen in de 13 centrumsteden.

De kansarmoede-index bij kinderen waarvan de moeder bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had, ligt met 29,4 procent heel wat hoger dan de 5,1 procent kansarmoede bij kinderen met een moeder van Belgische origine.

Als we ook hier de kinderen in kansarmoede apart bekijken dan zien we dat het grootste deel (64 procent) van hen een moeder van niet-Belgische origine heeft. Er doen zich wel opmerkelijke verschillen voor tussen de provincies. In Antwerpen heeft 74,5 procent van de kinderen in kansarmoede een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In West-Vlaanderen ligt dat percentage heel wat lager (44 procent).

Moeders van niet-Belgische origine geven langer borstvoeding

Naast de kansarmoede-index publiceert Kind en Gezin vandaag nog heel wat andere cijfers in zijn jaarverslag, zoals over borstvoeding en kinderopvang.

Bij de cijfers over borstvoeding valt op dat veel vrouwen er wel aan beginnen, maar het niet volhouden.

In Vlaanderen krijgt 76 procent van de pasgeborenen 24 uur na de geboorte uitsluitend borstvoeding, 6 dagen na de geboorte is dat nog 63,9 procent en 6 weken na de geboorte zakt dit naar 46 procent. Bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine liggen de percentages beduidend hoger.

Meer kinderen gaan naar opvang

Steeds meer kinderen gaan naar de opvang. Bijna 52 procent van de kinderen tussen 2 maanden en 3 jaar maakt gebruik van formele opvang (dat is opvang met erkenning of attest van Kind en Gezin). Dat is een stijging met 1,5 procent ten opzichte van 2013. Het gebruik ligt het hoogst bij kinderen van 1 tot 2 jaar: bijna 63 procent van deze kinderen maakt gebruik van formele opvang.

Ook bij de kinderen ouder dan 3 jaar is het gebruik van formele opvang toegenomen. 17,3 procent van de kinderen van 3 tot 6 jaar maakt gebruik van formele opvang en 11,7 procent van de kinderen van 6 tot 12 jaar.