Scharrelkinderen - Maja Wolny

In deze laatste dagen van dit schooljaar wens ik aan alle kinderen dat ze deze zomer prinsheerlijk kunnen zwerven: vrij rondlopen in een veilige maar uitdagende omgeving. En liefst kunnen ze ook na de zomer blijven zwerven, tot elke volgende grote vakantie. Vroeger was het recht op zwerven een evidentie, vandaag is het een schaars privilege. Vroeger waren alle straten speelstraten, vandaag zijn speelstraten afgesloten steegjes die, met permissie van de gemeente, tussen 9 en 18 uur als speelreservaten zijn ingericht.

De stad Gent kondigt met trots aan dat er op zijn grondgebied deze zomer bijna 100 speelstraten worden ingericht. Een record. Een zeldzaam positief bericht in een minder positieve context: in onze samenleving is er bijna geen ruimte meer voor spelen zonder afsluiting.

Toen ik een kind was in de jaren 1980 in Polen, was de openbare ruimte netjes verdeeld tussen de volwassenen en de kinderen. Op straten en pleinen vormden zich groepjes kinderen die vrijelijk konden rondlopen tussen de grijze appartementsgebouwen in de typische, communistische woonwijken. Volwassenen in die tijd kenden geen vrijheid, kinderen wel.

In onze buurt waren geen afsluitingen, geen ondoordringbare hagen die de huizen van elkaar scheidden. Je speelde met touwen, stenen, stokken, krijt, lege blikken dozen van schoenpoetspasta, schroefdopjes of elastiek. Elke zomer werden er nieuwe spelletjes bedacht. Je ging gewoon met de lift naar beneden en de vriendjes stonden daar alsof ze op jou hadden gewacht. Je zag je vrienden, zonder bemoeienis van de ouders. En zonder de hedendaagse drukbezette agenda die voor veel Vlaamse kindjes voorschrijft dat je kan komen spelen van 16 tot 17 uur 30: de vrije tijd tussen de muziekles en de tennishobby.

Spelen op afspraak

In Vlaanderen is de openbare ruimte schaars. Maar er is ook weinig mentale ruimte voor het buitenspelen van volwassenen en kinderen. In de brochure “Migrating to Flanders” vind ik een eerlijke uitleg daarover: “Vlamingen leven niet op straat. Ze leven vooral in hun huis (…) Mensen gaan niet zomaar bij elkaar op bezoek. Ze maken meestal eerst een afspraak.”

Ook in landen met veel Lebensraum wordt er onnodig hard opgetreden om de bewegingsvrijheid van de homo ludens te beperken. Onlangs las ik een bericht over een ouderpaar in Florida dat hun zoon van elf een maand zal moeten missen. De jongen wordt in een instelling geplaatst omdat hij gedurende negentig minuten zonder toezicht aan het ravotten was in zijn eigen tuin. De ouders zullen nadien hun kind waarschijnlijk nooit meer alleen laten. De elfjarige krijgt de niet mis te verstane boodschap dat hij nooit zonder mama mag spelen, zelfs niet in zijn eigen hof.

Precies drie jaar geleden, in juni 2012, heeft de Britse premier David Cameron zijn toen achtjarige dochter alleen in de pub achtergelaten. Hij dacht dat ze met de moeder naar huis toe was, de echtgenote dacht dat dochterlief net bij papa in de pub was gebleven. Het incident was eventjes wereldnieuws.

Het idee dat een kind altijd in de gaten moet worden gehouden, is redelijk nieuw. Het is ook gelinkt aan de verkleining van de kerngezinnen. In gezinnen met een rijke kroost, met zes of zeven broers en zussen, zorgden de kleintjes voor elkaar zonder ouderlijke interventie. Nu de veiligheidsnormen en de interpretatie van het concept ‘verantwoordelijkheid’ sterk zijn veranderd, kunnen we als moeders en vaders het risico van zwervende kinderen niet meer aan. Toen mijn dochter een tijdje geleden een wandeling maakte op straat in Sint-Martens-Latem, werd ze prompt naar huis gebracht door een bezorgde buurvrouw. Ondertussen zijn we verhuisd naar een kuststadje waar de meeste inwoners gelukkig zelf als kind vaak in de duinen rondzwierven en daarom hun kinderen vaak met rust laten wanneer ze hetzelfde doen.

Het was even wennen om te zien hoe onze zevenjarige zoon achter de straathoek verdwijnt en rond host met een groepje vriendjes uit het tweede leerjaar. Op een dag kwamen de buurkindjes en mijn zoon terug thuis in gezelschap van een politieman. ‘Nu krijg ik mijn verdiende loon’, dacht ik even, ‘er is iets fout gegaan’. Maar neen, de politieman wou enkel zijn dankbaarheid uitdrukken, want onze zwervende kinderen hadden hem een tip gegeven over een diefstal in een verlaten pand in de buurt. “Dieven waren in het heksenhuisje”, zei mijn zoon met rode wangen, over de ruïne waar hij al zo vaak met de vrienden had gespeeld.

Streetwise kind

Het is fijn om een goed rapport te combineren met een onderscheiding als ‘streetwise’ kind. Om te kunnen zweten en afkoelen in de buitenlucht. De Amerikaanse blogster Lenore Skenazy noemt ze Free-Range-Kids, of ‘scharrelkinderen’ (http://www.freerangekids.com). Skenazy beweert dat een free-range opvoeding tot meer zelfbewuste en zelfredzame kinderen leidt.

Enkele weken geleden wandelden we op een zondagmiddag met ons gezin op een strand in Noord- Frankrijk. We bewonderden de godverlaten kust en de ruïnes van de Atlantikwall. Onze zoon wou graag een van de bunkers beklimmen en in een dramatisch moment is hij van de vier meter hoge, betonnen constructie naar beneden gestort. “La Voix du Nord” wijdde een artikel aan zijn evacuatie per helikopter naar een ziekenhuis in Rijsel en over de geschokte ouders die in angst en onrust in de zondagse file richting Rijsel moesten rijden. De hulpverleners op het strand dachten eerst aan een of meerdere gebroken ruggenwervel(s) maar bij aankomst in het ziekenhuis hoorden we de verlossende, miraculeuze woorden: ‘Het gaat goed met uw kleintje. Hij scheelt niks. Rien.” De mooiste rien die we ooit hebben gehoord.

Na dit ongeluk wou ik mijn kind niet langer op straat laten spelen. Ik wou hem veilig opbergen in huis, geparkeerd voor de televisie en met een iPad in handbereik. Tot ik besefte wat een slechte les ik hem aan het geven was. Een les over een onveilige buitenwereld en een warme TV-zetel. Een les over een overbeschermende moeder die altijd in de buurt zou zijn. Ik was trouwens ook in de buurt, zelfs vlakbij, toen hij op dat strand uitgleed en viel. Ik zag hem van de bunker vallen en kon niet voorkomen dat hij pijn en kneuzingen had.

Ik opende de deur van de living en mijn zoon mocht weer buiten scharrelen. Die dag heeft hij een bijzonder steen gevonden in de vorm van een ei. Een ei van een vliegende dinosaurus, die binnen 100 jaar uit zijn schaal zaal barsten, dacht mijn opgewonden kind. Als die uit een boom valt, gebeurt er niks.

(Maja Wolny is een Pools-Belgische auteur en journaliste die sinds 2002 in België verblijft. Momenteel werkt ze aan een boek dat in juli 2016 bij De Bezige Bij verschijnt.)

lees ook