Voormalig dictator van Panama vraagt vergiffenis aan slachtoffers

Manuel Noriega, de voormalige dictator van Panama, heeft vergiffenis gevraagd voor de daden die tijdens zijn regering gepleegd. Hij zit in de cel voor de verdwijningen onder zijn regime (1983-1989). Door een interventie van de Verenigde Staten in 1989 kwam aan dat bewind een eind.
Noriega (in rolstoel) in de gevangenis van Panama City (2011)

Noriega (81) las een verklaring voor op de lokale televisie. "Ik vraag vergiffenis aan ieder mens die zich beledigd, getroffen, benadeeld of vernederd voelt door mijn daden of die van mijn superieuren (...) alsook die van mijn ondergeschikten tijdens het uitoefenen van mijn burgerlijke en militaire regering", aldus Noriega aan de zender Telemetro.

De ex-dictator is driemaal veroordeeld tot 20 jaar cel voor de verdwijningen van tegenstanders in de jaren 80 en de bloedige repressie tegen militairen die tegen hem in opstand kwamen.

"Deze vraag tot vergiffenis kan niet onopgemerkt voorbijgaan, ze heeft waarde", aldus Aurelia Barria, een voormalige militant tegen het militaire regime. "Ik geloof dat de inwoners van Panama verrast zijn en zich afvragen waarom hij het nu doet en met welk doel."

De voormalige sterke man in Panama, en een informant van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, zag al zijn aanvragen om onder huisarrest geplaatst te worden, als alternatief voor de gevangenis, geweigerd worden.