Zweden is populair onder asielzoekers

Het zal wel toevallig zijn dat de bus die veel asielzoekers naar het asiel-aanvraagcentrum in Märsta brengt, ten zuiden van Stockholm, als bestemming "Eurostop" aankondigt. Märsta is inderdaad het einde van de reis - een reis die velen maandenlang met veel risico’s en ontberingen hebben volgehouden.

Anderen blijken gewoon het vliegtuig te hebben genomen, met toeristenvisa of valse paspoorten, en melden zich hier nu. In dit centrum zullen de meesten één tot drie dagen verblijven: de tijd die nodig is voor de registratie van de asielaanvraag en voor alle formaliteiten.

In de kantine is het een allegaartje van nationaliteiten: veel Eritreeërs, enkele Somaliërs, een Gambiaan die enkel Frans blijkt te praten en dus misschien toch niet echt uit Gambia komt, een paar Burundezen, een groepje stevige blanke mannen (allicht uit Oekraïne of Rusland), een jong Oekraïens gezinnetje.

De meeste vluchtelingen willen wel even praten maar niemand wil voor de camera: niet zolang ze hun interviews met de Zweedse ambtenaren nog niet volledig hebben afgerond. Verder drukken de Zweedse medewerkers van het centrum ons op het hart dat niemand zomaar herkenbaar mag gefilmd worden, niet zonder zijn of haar toestemming. En zelf mogen de medewerkers ook al niet praten.

Driesterrenhotel

Alles is netjes maar basic. Dit centrum in Märsta is een eerste doorgangssluis. Na de aanvraagformaliteiten verhuizen de asielzoekers naar permanentere opvangstructuren.

Zweden heeft opvangplaatsen voor bijna 50.000 mensen. We bezoeken één van de grootste centra in Farsta: een voormalig driesterrenhotel. Of juister: het is nog steeds een driesterrenhotel.

Volgens de eigenaar-manager van het hotelbedrijf worden de asielzoekers net zo professioneel en hartelijk geholpen als de hotelgasten vroeger. Het hotelpersoneel is trouwens hetzelfde gebleven. Terwijl we in de lobby staan te praten, zien we hoe twee receptiebedienden vriendelijk staan te grappen en te praten met jonge vluchtelingenkinderen.

Het verschil is weliswaar dat de asielzoekers zelf hun kamers schoon houden – geen kamermeisjes om dat te doen. En het menu wordt uiteraard aangepast: meer Midden-Oosters eten, meer halal, aangepaste schema’s voor de ramadan.

Voor elke asielzoeker die hier logeert krijgt het hotel van de overheid een goeie 30 euro per dag. Er kunnen maximaal 600 vluchtelingen verblijven. Dat levert het hotel een gegarandeerde omzet op - lager dan in een toeristisch topseizoen, maar hoger en voorspelbaarder dan de totale jaarinkomsten van vroeger.

De asielzoekers kunnen in dit soort centra blijven zolang hun aanvraagprocedure loopt. De meeste vluchtelingen zitten het liefst dicht bij grote steden. Er zijn wel ’s wat incidentjes geweest met groepjes die ver in het binnenland werden gehuisvest. De Zweedse overheid probeert hen – begrijpelijk - te spreiden, maar mensen willen leven waar ze kansen zien en netwerken kunnen aanknopen - en dat is doorgaans in de grootstad.

Kettingmigratie

Overigens zijn er tienduizenden die niet in zo’n centrum gaan wonen, maar onderdak vinden bij familieleden die al vroeger naar Zweden waren gekomen. De reeds ingeplante buitenlandse gemeenschappen van Syriërs, Irakezen, Eritreeërs of Somaliërs nemen de overheid in feite veel werk en zorgen uit handen.

Het is ook de reden waarom zoveel asielzoekers voor Zweden als eindbestemming kiezen: niet omdat ze daar in hotelkamers mogen wonen, maar omdat ze er al een netwerk van contacten en familie hebben. Het is het eeuwenoude fenomeen van kettingmigratie in de eigentijdse context van de oorlogsvluchtelingenproblematiek.

Zijn Zweden van nature betere en gastvrijere mensen dan andere Europeanen? Wellicht niet. Dat Zweden vorig jaar bijna vier keer zoveel mensen asiel of een beschermingsstatus verleende als België, heeft ongetwijfeld ook te maken met de grotere instroom in Zweden van Syriërs. Ook bij ons worden die haast allemaal als vluchteling erkend en beschermd - maar ze komen in kleinere aantallen naar België dan naar Zweden.

Montere vanzelfsprekendheid

Wel valt het op met welk een haast montere vanzelfsprekendheid de Zweden de toegenomen opvangopdracht ter harte nemen: als er meer asielzoekers toestromen, dan wordt de opvangcapaciteit dapper uitgebreid. De overheid blijft daarin investeren - het jaarbudget van de Migrationsverket bedraagt intussen maar liefst 2,2 miljard euro. Ook Zweden kent zijn extreem-rechtse partij en tendensen, maar die lijken weinig impact te hebben op de bereidheid van de overheid om oorlogs- en andere vluchtelingen een kans te geven.