De vergeten oorlog - Jan Balliauw

In Europa focussen politiek en pers nu al weken op het Griekse drama. Maar tegelijk is er een ander drama dat eerst veel aandacht kreeg, maar nu uit de schijnwerpers verdwenen is hoewel het er nog zou moeten in staan: Oekraïne.

Alexander Hug is bezorgd. Ik ontmoet hem niet ver van het Schumanplein in de Brusselse Europawijk. De dagdagelijkse leider van de OVSE-missie in Oekraïne bezoekt enkele Europese instanties maar de aandacht wordt volop opgeëist door de Griekse crisis. Terwijl we met elkaar praten hangt boven ons een helikopter van de federale politie. De Europese leiders komen aan voor de Europese top aan de andere kant van het Schumanplein. Ook zij praten niet over Oekraïne en de relaties met Rusland. De Ministers van Buitenlandse Zaken hebben eerder in de week de sancties tegen Rusland verlengd en daarmee is voor de Europese leiders de kous af

De strijd gaat voort

Hug leidt een paar honderd waarnemers in Oekraïne. Het zijn de ogen van de internationale gemeenschap. “We zien een stijgend gebruik van zware wapens en mijnenvelden. Ook het aantal slachtoffers neemt toe. Er wordt nu gevochten op plaatsen die na het bestand van Minsk in februari rustig waren gebleven. We zien nu zelfs hotspots waar voorheen nooit is gevochten. We zijn in toenemende mate bezorgd,” zegt hij me als ik hem interview.

Voor de meeste Europeanen lijkt er in het oosten niets aan de hand. Oekraïne is vrijwel helemaal uit het nieuws verdwenen na de zware gevechten rond en de val van Debaltsevo in februari. Even daarvoor was in Minsk een bestand overeengekomen dat ondanks het moeizame begin redelijk standhield. De beide strijdende partijen trokken zoals afgesproken hun zware wapens terug van de frontlinie en de intensiteit van de gevechten nam snel af. Maar de rust was van korte duur.

Eind april begonnen de gevechten weer opnieuw toe te nemen, niet meteen overal maar op zogenaamde hotspots: Sjirokino (zo’n 5 kilometer van de door de regering gecontroleerde en strategische havenstad Marioepol in het zuiden), de luchthaven van Donetsk, en rond Gorlovka ten noorden van Donetsk. Maar al gauw werd er weer langs vrijwel de hele frontlinie gevochten. Bijna dagelijks bericht Kiev over Oekraïense militairen die sneuvelen in het oosten.

Over slachtoffers bij de separatisten en burgerslachtoffers krijgen we nauwelijks informatie. De dagelijkse kaarten van de incidenten die de Oekraïense veiligheidsraad publiceert (best te volgen via hun twitteraccount @NSDC_ua) verschillen niet veel meer van de situatie voor het bestand van kracht werd. Alleen horen we er minder over omdat de meeste journalisten weg zijn, en er een zekere Oekraïne-vermoeidheid is in het Westen.

Strijdt de Rus mee?

Begin juni leek het even dat het bestand helemaal zou begraven worden toen de door Rusland gesteunde separatisten probeerden Marinka in te nemen, een voorstad van Donetsk, gelegen aan de strategisch belangrijke weg naar Dnepropetrovsk. Ze slaagden er in om een groot deel van de stad te veroveren, maar moesten zich een dag later weer terugtrekken onder druk van het Oekraïense leger. Het toonde duidelijk aan dat de frontlinies in het oosten van Oekraïne nog niet bevroren zijn en dat de separatisten, en wie weet, ook het Kremlin, er nog altijd van dromen meer grondgebied te veroveren.

Dat Rusland de separatisten actief steunt met materieel en militairen wordt inmiddels meer en meer duidelijk. Harde bewijzen ontbreken maar er zijn intussen wel veel aanwijzingen. Zelfs in de rapporten van de OVSE, waar naast de VS en Canada alle Europese landen lid van zijn, ook Rusland en Oekraïne, wordt die betrokkenheid geregeld blootgelegd. Er worden soms wapens of voertuigen van Russische makelij gespot bij de separatisten die ze nooit hebben kunnen veroveren op het Oekraïense leger omdat dat leger ze gewoon niet heeft. Geregeld worden ook militairen gezien in uniformen van de Russische Federatie.

Meer nog, enkele door de OVSE ondervraagde gevangen genomen militairen hebben verklaard dat ze deel uitmaakten van een actieve eenheid van het Russische leger en als dusdanig naar Oekraïne waren gestuurd. De OVSE trekt zelf geen conclusies, dat laten de waarnemers over aan de lidstaten. Maar je moet al ziende blind zijn om niet te zien wat er gebeurt.

De separatisten, die in het begin nauwelijks over wapens beschikten, hebben op enkele maanden tijd een goed uitgerust en professioneel opererend leger op de been gebracht, dat wordt ondersteund door modern militair materieel en performante ‘command en control’ systemen. Om een Amerikaanse generaal te citeren: “Zoiets doe je niet vanuit een kelder”. Zelfs het Oekraïense leger, dat in tegenstelling tot de strijdkrachten van de separatisten al bestond, slaagt er nauwelijks in om echte offensieve acties van hen af te slaan, zoals de val van Debaltsevo duidelijk heeft aangetoond.

Isolement doorbreken?

De hernieuwde gevechten in Oost-Oekraïne lijken ook een luide stilte voor de storm. Kiev slaat de laatste weken geregeld alarm over een nieuw op handen zijnd offensief van de separatisten. Ook onafhankelijkere waarnemers zien troepenbewegingen bij de separatisten die kunnen wijzen op een hergroepering voor een aanval. Naar de objectieven van zo’n mogelijk offensief is het vooralsnog raden.

Dat de separatisten Marioepol willen veroveren, lijkt wat minder evident te worden nu de Oekraïense strijdkrachten zich rond de stad hebben ingegraven en tijd hebben gekregen de verdediging te versterken. De aanval op Marinka heeft aangetoond dat de separatisten de quasi omsingeling van Donetsk willen doorbreken, zodat de stad niet meer kan beschoten worden en eventueel de luchthaven weer zou kunnen open gaan.

Oost-Oekraïne is nu bijna helemaal geïsoleerd van de rest van het land omdat na de aanval begin juni de passage aan de checkpoints nog is verstrengd. Auto’s en vrachtwagens staan nu uren te wachten in de blakende zon. Je doet de trip vanuit Donetsk naar Dnepropetrovsk of andere Oekraïense steden alleen nog maar als het echt niet anders kan. En daarvoor heb je ook nog een doorgangsbewijs nodig dat alsmaar moeilijker is te krijgen.

De Navo versus Poetin

Intussen groeit ook de onrust in de Baltische landen over mogelijke Russische agressie. De Russische president Poetin deed er nogal lacherig over: “Alleen in de dromen van een gek zou Rusland een aanval tegen de NAVO beginnen.” Maar in Letland, Litouwen en Estland volgen ze de gebeurtenissen in Oekraïne met bijzondere aandacht.

Ook zij hebben Russischtalige minderheden die in de ogen van het Kremlin zwaar worden gediscrimineerd en was dat niet de reden voor Moskou om troepen te sturen naar de Krim? Hoe eenvoudig is het om een betoging in de Estse grensstad Narva, waar vooral Russen wonen, uit de hand te laten lopen en dat te bestempelen als een regelrechte aanval op de Russischtaligen.

En als Rusland dan handelt zoals in Oost-Oekraïne, en er dus geen bewijzen zijn van Russische inmenging, gaat de NAVO dat dan beschouwen als een aanval die valt onder artikel 5, de collectieve verdedigingsgarantie van het bondgenootschap? Als de NAVO op die vraag ‘ja’ zou antwoorden, zijn alle landen, ook België, verplicht om Estland te hulp te snellen.

Het lijkt op dit moment misschien vergezocht en dat verklaart waarschijnlijk dat de Europeanen in het comfortabele westen van het continent, er niet wakker van liggen. Maar het Krim scenario had 2 jaar geleden ook bijna niemand voor mogelijk gehouden. Het minder comfortabele oosten van Europa is er wel mee bezig en voert constant druk uit op de NAVO om meer te doen om hun verdediging te garanderen.

Het bondgenootschap is bezig aan een hele reeks oefeningen in het oosten om de bondgenoten daar gerust te stellen. Er worden ook zware wapens gestationeerd om de aanvoertijd te verminderen en er is een supersnelle interventiemacht opgericht die op 48 uur tijd operationeel moet zijn. Moskou ziet het als het zoveelste bewijs dat de NAVO oprukt naar de Russische grenzen en een toenemende bedreiging vormt voor het voortbestaan van het land.

Wat heeft Poetin te winnen bij een verdere escalatie? Voorlopig weinig want hij staat op het toppunt van zijn populariteit (89% van de Russen steunen zijn beleid, een nooit gezien cijfer). Maar de economie in Rusland doet het slecht, de gewone Rus verliest geld aan de confrontatie met het Westen. Voorlopig vindt hij of zij dat niet erg, want de verdediging van het land vraagt nu eenmaal opofferingen. Maar we weten uit andere voorbeelden zoals in ex-Joegoslavië dat zoiets niet blijft duren. Op een bepaald moment presenteert de bevolking zijn leiders de rekening, tenzij de bedreiging voor het land nog toeneemt.

Wat zegt Poetin?

Voor de bevolking van Oost-Oekraïne is de beloofde rust maar van zeer korte duur geweest. Toen ik in februari daar was, hoorde ik aan beide kanten van de frontlinie een enorm scepticisme over het bestand van Minsk. Niemand geloofde er in want eerdere bestanden hebben nooit lang standgehouden. Ze hebben gelijk gekregen.

Ook Alexander Hug is zich bewust van de precaire situatie van de plaatselijke bevolking: “De partijen praten in Minsk nog wel met elkaar en de discussies lopen goed, maar het wordt tijd dat het ook iets voor de bevolking gaat opleveren.” Als hij vertrekt, vraagt hij me zeker het leed van de mensen in Oost-Oekraïne onder de aandacht te brengen. Het is te hopen voor de bevolking in het conflictgebied dat de rede zegeviert en alle partijen gaan beseffen dat uiteindelijk niemand als overwinnaar uit een oorlog komt.

(Jan Balliauw is Buitenlandjournalist bij VRT-nieuws.)

Meest gelezen