Couleur Café sluit tropische editie droog en dansend af

De 26e editie van het Brusselse festival Couleur Café zal de geschiedenisboeken ingaan als bijzonder tropisch. Hoewel er na twee zwoele zomerdagen onweer in de lucht hing, bleef het de laatste festivaldag nagenoeg droog. Festivalgangers deden zich op de terreinen van Tour & Taxis naar aloude traditie tegoed aan wereldse muziekgenres en gerechten.
JoostVH Photography

Al vroeg in de namiddag pakken de donkere onweerswolken samen boven Brussel. Geregeld steekt de wind op. Aan de watervernevelaars, die de afgelopen dagen verkoeling brachten, staat amper volk. Het is vooral hopen dat de aangekondigde regen overwaait.

Toch valt gedurende amper vijf minuten de regen met bakken uit de lucht. Meteen worden de regenvestjes bovengehaald. Zo snel de bui kwam, zo snel waait ze ook weer over. Dat het festivalterrein met keien en asfalt niet meteen wordt herschapen tot een modderpoel, helpt aanzienlijk om de sfeer erin te houden.

Bodypaint, kakofonie en dansles

Couleur Café, een festival dat de Brusselse diversiteit uitdraagt, is eerder een algemeen cultuurfeest dan louter een muziekfestival. Zo staat er op de site een klein marktje met kledij en juwelen. Op het terrein lopen geregeld verklede artiesten rond, vergezeld van grotere constructies of figuren zoals poppen of monsters.

In enkele merchandisingstanden valt bovendien een extraatje te beleven. Er is een ouderwetse barbier opgetrommeld voor de heren en je kan etnische bodypaint naar keuze op je lichaam laten zetten in krijtverf. Of de naam van je (festival)lief, of je lijfspreuk. Het is eens iets anders dan een plaktattoo.

Op het terrein zelf zijn er continu verschillende muziekgenres door elkaar te horen. Rapteksten, beats en wereldse instrumenten vinden elkaar, aangevuld door dj’s die Adele in hun set smokkelen of zich verliezen in diepe bassen. Een kakofonie die een speciale sfeer oproept.

In de Dance Club kan iedereen in de namiddag terecht voor dansworkshops. Een pluim voor het olijke trio dat de massa in beweging zet op “Waka waka” van Shakira. Vooral beide dansleraars, in te korte shorts en met glittershirt, krijgen iedereen mee. Deze taferelen zie je in de gemiddelde festivaltent niet.

Walhalla van de wereldkeuken

Couleur Café is ook onlosmakelijk verbonden met wereldse gastronomie. Het festival staat al jaren bekend om zijn uitgebreid cateringaanbod.

Vergeet de typische festivalkost: op het Brusselse festival worden er gerechten geserveerd uit Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Niet elke gok of weloverwogen menukeuze is even geslaagd, zo blijkt uit de commentaren rondom mij. Maar het is wel een pak avontuurlijker en gevarieerder dan de klassieke festivalfrieten of de zoveelste hamburger.

Alle eetkraampjes zijn bovendien opgesteld in een grote, overdekte markthal waar ook lange rijen picknicktafels staan. Op de achtergrond zorgt een dj voor aangepaste wereldmuziek met een beat. Het is een plek die je, los van de muzikale omkadering, niet meteen zou linken aan een festival.

"Die van de hit"

Niet enkel het culinaire maar ook het muzikale menu is bijzonder divers. Milky Chance heeft de eer om het hoofdpodium te openen. Als de groepsnaam van het Duitse duo geen belletje doet rinkelen, dan misschien wel hun debuutsingle “Stolen dance”.

Pas wanneer die hit als laatste nummer wordt ingezet, gaat er een golf van herkenning over het festivalterrein. De massa deint vrolijk op en neer, al schiet de stem van de zanger tijdens het optreden nooit echt uit de startblokken. Een matige opener met ruis op de lijn.

Een grotere naam op het podium is hiphopcollectief Cypress Hill, latinrappers die al sinds 1988 op de planken staan. Zij krijgen de massa wel overtuigend en gemakkelijk mee. Hun teksten zijn niet altijd (even) verstaanbaar, maar de ritmes doen wel hun werk.

Didgeridoo en beats

Een van de grotere namen op de affiche is Xavier Rudd, een Austaliër die zijn mannetje staat op nagenoeg elk muziekinstrument. Zelfs op een didgeridoo. Voor Couleur Café laat hij zich bijstaan door de band The United Nations.

JoostVH Photography

Een van de meest opvallende figuren is zijn toetsenist. De man ziet eruit als een traditionele aboriginal, inclusief veren op het hoofd en echte planten op zijn schouders. Verder springt ook een kale man in het oog, die verschillende blaasinstrumenten afwisselt met het zwaaien met een grote aboriginalvlag.

Nog voor zijn set goed en wel begonnen is, wordt Rudd door het publiek al met open armen ontvangen. Hij is gekleed in een soort moderne tovenaarsoutfit, met lange jas en hoge hoed. Zijn didgeridooritmes werken aanstekelijk. Ze lijken, in combinatie met de stevige baslijnen, op vlotte dancenummers die weggeplukt zijn van Tomorrowland. Het feest barst stevig los.

Alle muzikaliteit ten spijt kan Rudd niet vermijden dat de aandacht wordt afgeleid naar een vrouw die een van de palen in de tent beklimt. Ze balanceert aan één arm uitdagend boven de massa en baant zich moeiteloos een weg naar de hoogste regionen van de tent. De security kan haar maar moeilijk vatten. Een moment waarop de smartphones duchtig worden bovengehaald en Rudd zelf ook niet goed weet wat hij ziet.

De eer om de laatste festivaldag af te sluiten is weggelegd voor de Amerikaanse reggaeband SOJA en de Portugese dancegroep Buraka som Sistema, die alle registers opentrekken met meezingmomenten, sit-downs en wilde danspassen. Brussel lijkt nog lang niet uitgefeest.

JoostVH Photography