Een mooie begrafenis voor The Grateful Dead - Raymond Stroobant

Op een iconische foto genomen tijdens een optreden van The Grateful Dead in 1967 staat de Amerikaanse dichter Allen Ginsberg uitbundig te dansen, een been hoog geheven, de armen wijd open boven zijn hoofd en een onwezenlijk brede lach op zijn gezicht. In de achtergrond tart een gelukzalige hippie eveneens de zwaartekracht. Die foto illustreert perfect wat een concert van Jerry Garcia en zijn kompanen met hun fans deed: ze werden meegezogen in een roes van opperste verrukking.

Ook de muzikanten ervoeren het zo. Soms wanneer alles meezit, vertelt gitarist Bob Weir, valt elk besef van tijd en ruimte weg en vertoeven we in onze eigen tijdloze wereld. Een gevoel dat gedeeld wordt door Martin Scorsese: “The Grateful Dead were more than just a band, they were their own planet, populated by millions of fans."

Een doodstrijd van twintig jaar

Meer dan een half miljoen mensen wilden in elk geval een ticket voor een van de laatste drie ‘Fare Thee Well’ concerten afgelopen weekend in Chicago. Dat een toegangsbewijs plus reis- en verblijfkosten dikwijls een half maandloon kostten was geen bezwaar. Opmerkelijk, want de groep zette er eigenlijk 20 jaar geleden al een punt achter. In 1995 dus, na de fatale hartaanval van Jerry Garcia, gesloopt door jarenlang druggebruik. Hoewel de songschrijver altijd had beweerd dat hij niet de spil van de groep was, maar gewoon een bandlid zoals de anderen, besloot de rest er toch mee te stoppen. Uit respect. Dezelfde overweging speelde mee toen ze tijdens sporadische reünieconcerten niet meer de naam Grateful Dead gebruikten, maar zich The Other Ones of kortweg The Dead noemden.

Zichzelf overleefd

The Grateful Dead is dus een groep die zichzelf overleefd heeft. Echt immens populair zijn ze nooit geweest in Europa en daarom kunnen we hier moeilijk begrijpen waar ze die mythische status in hun thuisland aan te danken hebben. Die vertaalde zich zeker niet in een gigantische platenverkoop. Grote hits hebben ze immers nooit gehad en rockjournalisten waren grondig verdeeld over de kwaliteit van hun albums. Wat sommigen prezen als een unieke sound werd door anderen pretentieuze en vervelende rommel genoemd. Concertpromotor Bill Graham vatte het misschien nog het best samen: “They’re not the best at what they do, they’re the only ones that do what they do.”

The Grateful Dead was in elk geval geen doordeweekse band. Dat de groepsleden allemaal een andere muzikale achtergrond hadden, droeg daar zeker toe bij. Met hun psychedelische rock, gekruid met folk-, bluegrass-, blues- en zelfs jazzinvloeden, waren ze vanaf 1965 graag geziene gasten op LSD happenings aan de West Coast. Ze speelden luid, bijwijlen chaotisch en vooral heel lang. Meestal meer dan drie uur. Hun reputatie groeide en ze kregen een uitnodiging voor de belangrijkste Amerikaanse festivals zoals Monterey Pop in 1967 en Woodstock in 1969.

Verrassende marathonconcerten

Intussen heeft The Grateful Dead meer dan 2300 marathonconcerten achter de rug. Toch slaagden ze er telkens weer in hun publiek te verrassen. Dat komt omdat ze nooit vooraf wisten wat ze gingen spelen. Afhankelijk van de sfeer, de reacties en hun eigen humeur graaiden ze in hun uitgebreide repertoire. Geen enkel optreden was dan ook hetzelfde en zelfs de nummers klonken altijd anders. Vooral diehard fans gingen uit hun bol tijdens de geïmproviseerde en dikwijls lange, chaotische instrumentale tussenstukken. Meestal speelden ze niet met, maar tegen en naast elkaar, en toch klopte het op de een of andere manier.

Van bijna al die concerten bestaan opnames. Jerry Garcia en zijn collega’s hadden er immers geen problemen mee dat Deadheads, onvoorwaardelijke fans die hen soms honderden kilometers van het ene optreden naar het andere volgden, bootlegs maakten. Integendeel, ze moedigden hen zelfs aan hun opnameapparatuur in te pluggen op de mengtafel. Die tapes wisselden de ‘volgelingen’ dan uit, wat voor een echt community gevoel zorgde.

Geen begrafenisstemming

Afgelopen weekend kwam die gemeenschap opnieuw en voor 't laatst bij elkaar voor een finale muzikale hoogmis in Chicago’s Soldier Field. Een symbolische plek, want in 1995 speelde The Grateful Dead daar zijn laatste concert met Jerry Garcia, een maand voor zijn dood. Er hing zeker geen begrafenisstemming in het stadion, wel veel liefde en dankbaarheid. Tegen alle verwachtingen stond ‘The Music Never Stopped’ niet op de setlist. Die song eindigt zo: “No one’s noticed, but the band’s all pack and gone. Was it ever there at all? But they keep on dancin’. C’mon children, come on clap your hands. (…) ‘ cause the music never stopped.” Misschien klonk dat iets te symbolisch en lag het nummer te veel voor de hand. En voorspelbaarheid heeft The Grateful Dead vijftig jaar lang doelbewust vermeden. Ze bleven dus hun eigenzinnige zelf tot het allerlaatste applaus.

 

(Raymond Stroobant is oud-muzieksamensteller bij Radio1.)

lees ook